Officiële brief/oproep (doorslag of carbonkopie).
Origineel
Officiële brief/oproep (doorslag of carbonkopie). 8 October 1942. De Directeur van het Marktwezen. [Links boven:]
[Stempel/Logo: Wapen van Amsterdam]
Telefoon 85151
[Rechts boven:]
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West)
[Adresblok:]
Aan : den Heer D. de Vink,
2e Jacob van Campenstraat 110 I,
Amsterdam-Zuid.
[Midden:]
Verzoeke bij beantwoording datum en
nummer van dezen brief te vermelden
**Wijk 14.**
No : 40A/736/1 s. Bijlagen : Datum : 8 October 1942.
Onderwerp :
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 September j.l.
verzoek ik U zich een dezer dagen te vervoegen ten Hoofdkantore van
mijn dienst, Jan van Galenstraat 14. U gelieve gegevens, ten bewijze,
dat U in den vischhandel is werkzaam geweest, mede te brengen.
[Ondertekening:]
De Directeur,
[Handgeschreven handtekening: H. Dijk (?)]
[Links onder:]
Model A.Z. 8a
Stadsdrukkerij Amsterdam
8464-4-42-1000 Bon 249 Het document is een zakelijke correspondentie van de Amsterdamse gemeentelijke dienst 'Marktwezen'. De brief is gedateerd in het najaar van 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De toon is formeel en directief.
De heer D. de Vink wordt ontboden op het hoofdkantoor van het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat (de locatie van de Centrale Markthallen). De reden van deze oproep is een verificatie van zijn arbeidsverleden: hij moet bewijzen dat hij werkzaam is geweest in de vissector ("vischhandel"). De vermelding "Wijk 14" duidt op de administratieve indeling van de stad of de marktsectoren door de dienst.
De technische staat van het document (vage typering) suggereert dat dit een doorslag is die bewaard is gebleven in het archief van de dienst zelf. De datum, 8 oktober 1942, is cruciaal voor de historische context. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening en de handel strikt gereguleerd door zowel de Nederlandse overheid (onder toezicht) als de bezetter. Het Marktwezen speelde een centrale rol in het toewijzen van vergunningen voor marktkooplieden en de distributie van schaarse goederen.
Dergelijke oproepen om "bewijs van werkzaamheid" te leveren, konden verschillende achtergronden hebben:
1. Arbeidseinsatz: In 1942 nam de druk vanuit de bezetter toe om Nederlandse mannen in te zetten voor de Duitse oorlogsindustrie. Wie kon aantonen werkzaam te zijn in een vitale sector (zoals de voedselvoorziening/vischhandel), kon soms aanspraak maken op een vrijstelling ('Ausstellung').
2. Sanering van de markt: De bezetter voerde een politiek van 'entjudung' (het verwijderen van Joodse ondernemers uit het economisch verkeer) en het beperken van het aantal vergunningen voor niet-Joodse handelaren om de markt efficiënter (volgens nationaalsocialistisch model) in te richten.
3. Distributie en controle: In een tijd van zwarte handel was het essentieel voor de gemeente om precies te weten wie legitiem in welke sector handelde.
De Jan van Galenstraat 14 was het hart van de Amsterdamse groothandel (de Centrale Markthallen), wat onderstreept dat dit een serieuze administratieve aangelegenheid betrof binnen de voedselketen van de stad. D. de Vink H. Dijk Marktwezen