Afschrift van een handgeschreven brief (getypt).
Origineel
Afschrift van een handgeschreven brief (getypt). 12 oktober 1942. Een anonieme visverkoopster (vischventster). No.46A/637/2 M. d.d.15/10 AFSCHRIFT.
No.863 L.M.1942 14/10
Amsterdam, 12 October 1942.
Weled.Heer Strak,
Al twintig jaar ben ik van mijn beroep vischventster heb ook vanaf het begin een ventvergunning voorrvisch. Vorige jaar had ik een toewijzing visch, welke mij verstrekt weer door de vischafslag. maar eensklaps werd dit door de Commissieleden van de markt ingetrokken daar zoo als ze beweerde twee uit een gezin geen vis mogten hebben. Nu doe ik bij u een beroep voor mijn teruggave van mijn toewijzing daar ik hier recht op heb omreden wij zijn met twee vrouwen die hun toewijzing ingetrokken is. Nu zijn er visvrouwen welke nog hun toewijzing ontvangen die hun man een betrekking hebben van ƒ 30,- ƒ 35,- per week tevens de familie Zwaan Vader en zoons krijgen toewijzing de zoons zijn ook nog thuis dus dat zijn er meer uit een huishouden tevens J.Jansen T.Jansen en P.de Ruiter die zijn groothandelaar op IJmuiden en krijgen no. 1 daar een toewijzing en hier in Amsterdam nog een toewijzing uit de afslag als kleinhandelaar dito M.ter Voort Sr. ook toewijzing groothandelaar uit IJmuiden tevens een toewijzing als kleinhandelaar uit de Gemeente afslag Amsterdam en heeft nog een zoon welke nog thuis is en die heeft ook een toewijzing visch hier van de gemeente visafslag dus dat is voor uitgang Nu heb ik met vis gevent als van voor mijn huwelijk mijn man is als 35 jaar visventer wij hebben in 1933 een rokerij laten maken maar krijgen hiervoor niet voldoende vis maar onze kosten gaan alle weken door op heden ongeveer ƒ 15,- per week mijn man krijgt een toewijzing vis waarvan ik U de winst zal voorrekenen.
Eens per week 80 pond zoetwatervisch winst ƒ 6,40. waarvan inwegen en omzetbelasting eraf ƒ 2,40 blijft ƒ 4,-
Eens per week garnalen ook wel twee keer winst ƒ 10,- per keer omzetbelasting af blijft over ƒ 9,- eens per 14 dagen zeevisch 50 pond winst ƒ 4,- omzetbelasting af blijft over ƒ 3,- op het oogenblik 1 keer aal ontvangen vanaf 5 September winst omzetbelasting eraf ongeveer ƒ 18,- dat is per week ƒ 4,-
Hier moet vanaf:
Dat is z.w.vis ƒ 4,- huur rookerij ƒ 2,-
garnalen ƒ 14,- loods " 3,50
Zeevis " 1,50 percament " 1,50
Aal " 4,- markgeld " 0,60
------- krullen mot " 1,-
ƒ 23,50 bakfiets handkar " 5,-
-------
ƒ 13,60
hierbij is nog geen water en licht en zout berekend ook ƒ 1,50
Voor de oorlog hebben wij dit zou opgebouwd en hebben samen gewerkt toen hadden wij nog meer onkosten hebben door winter en zomer geregeld niets anders gedaan als met vis venter hebben ook steeds zelf gekocht in Volendam, Enkhuizen en IJmuiden. Ik vind dat nu de nieuwe tijd aangebroken is, dat ik weer me gewonen bestaan krijg maar dat ze niet aan de markt door mijn brood te ontnemen mijn gedurende deze oorlog straatarm maken. Zou ik door tus- Dit document is een aangrijpende getuigenis van de economische strijd van kleine zelfstandigen tijdens de Duitse bezetting.
- Kern van het geschil: De schrijfster protesteert tegen het intrekken van haar persoonlijke visvergunning. De marktcommissie hanteerde de regel dat er niet twee vergunningen binnen één huishouden mochten zijn (haar man had er ook één).
- Argumentatie: De schrijfster voert aan dat dit onrechtvaardig is ("omreden wij zijn met twee vrouwen die hun toewijzing ingetrokken is"). Ze wijst op andere gezinnen en handelaren (zoals de families Zwaan en Ter Voort) die wél meerdere toewijzingen hebben of zowel groothandels- als kleinhandelsrechten bezitten.
- Financiële nood: De brief bevat een gedetailleerde boekhouding van de wekelijkse inkomsten en uitgaven. Ze toont aan dat de vaste lasten (huur van de rokerij, loods, bakfiets, materialen zoals 'percament' en 'krullen mot' voor het roken) de winst uit de toewijzing van haar man bijna volledig opslokken. Zonder haar eigen toewijzing dreigt het gezin "straatarm" te worden.
- Retoriek: De schrijfster refereert aan de "nieuwe tijd". Dit was een term uit de nationaalsocialistische propaganda. Zij gebruikt het hier strategisch om te appelleren aan de beloofde sociale rechtvaardigheid van de nieuwe orde, in de hoop haar bestaansrecht terug te krijgen. In 1942 was de schaarste in Nederland groot. Alle handel in levensmiddelen, inclusief vis, was strikt gereguleerd via een distributiesysteem en toewijzingen. De bezetter en de meewerkende Nederlandse overheid probeerden de handel te concentreren en "dubbele inkomens" te beperken om middelen te rantsoeneren.
Voor de Amsterdamse visventers, die vaak al generaties lang een marginaal bestaan leidden, betekende het verlies van een toewijzing direct een gebrek aan eerste levensbehoeften. De brief illustreert de bureaucratische willekeur en de verbittering over "vriendjespolitiek" in een tijd waarin elke gulden telde om te overleven. De genoemde namen van handelaren en de locaties (Volendam, IJmuiden) bevestigen de historische context van de vishandel rond het IJ en de Zuiderzee. De brief breekt af aan het einde van de pagina, wat suggereert dat er een vervolgblad was.