Archief 745
Inventaris 745-386
Pagina 62
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

29 september 1942. Van: R. Jonker, Hasebroekstraat 94 II, Amsterdam-W. Dossier: 46

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 29 september 1942. R. Jonker, Hasebroekstraat 94 II, Amsterdam-W. [Stempel/Kenmerk bovenaan:]
Nº 46a/672/1 M. 1942 20/9

R. JONKER
Hasebroekstraat 94 II,
AMSTERDAM-W.


Amsterdam-W., 29 September 1942.

[Handgeschreven aantekening rechtsboven:]
m.i. Mosselen dossier

Mijne Heeren,

Niet alleen namens mijzelf, maar mede voor mijn collega's verkerende onder gelijke positie, zooals ondergeteekende verzoekt hij beleefd Uw aandacht voor het volgende.

Al ruim twee jaar zijn wij haringstandplaatshouders en venters wel het meest gedupeerd door de oorlogsomstandigheden. Vele van mijn collega's hebben zich dan ook niet staande kunnen houden, anderen zooals medeondergeteekende hebben dit met veel moeite nog wel kunnen doen. Nu wil ondergeteekende geen hatelijke critiek uitspreken over het werk van de verdeelings-commissieleden, daar het wel onmogelijk zal zijn het iedereen naar den zin te maken. Maar in alle redelijkheid meent hij toch te moeten constateeren, dat hij en zijn resp. collega's wel erg stiefmoederlijk bedeeld worden. Nu weer blijkt dit met de mosselen verdeeling; of berust dit soms op een vergissing Uwerzijds? Ondergeteekende kan zich tenminste niet voorstellen waarom hij hiervoor geen toewijzing krijgt, daar hij er vorig jaar wel een heeft gehad. Nu heeft ondergeteekende om andere redenen hiervan niet geregeld gebruik gemaakt, misschien was dit een reden mij nu uit te sluiten, maar hij weet van een ander onder gelijke omstandigheden, dat deze persoon nu wel een toewijzing krijgt. Wat kan dus de reden zijn voor wat mij betreft. En laten wij nu aannemen dat mijn resp. collega's en ondergeteekende ze nu eens niet hadden verkocht, dan meent hij toch met de erkenning die zij via de Nederlandsche Visscherijcentrale voorloopig hebben verkregen, recht te kunnen doen gelden op een toewijzing, in dit geval van mosselen.

Met groote verwondering zien wij nu dat ijsco- en bloemenventers wel een toewijzing krijgen van mosselen en n.b. wij die een erkenning hebben als kleinhandelaren in visch zouden hiervan uitgeschakeld zijn. Dat moet beslist een vergissing zijn, dat kan niet anders.

Mede namens mijn collega's en ondergeteekende hopen wij op een spoedige herziening van m.i. een onrecht.

Hoogachtend,
[Ongetekend]

[Handgeschreven tekst links verticaal:]
afwijzen
Heeft vorig jaar geen mosselen verkocht.
23-10-'42
[Onleesbare paraaf]

[Handgeschreven tekst onderaan:]
Heeft geen recht op ook niet bij ons gewer [?]
K. [?]

[Stempel onderaan:]
12 OCT. 1942 In deze brief beklaagt R. Jonker, een Amsterdamse haringventer, zich over het feit dat hij en zijn collega-visspecialisten zijn uitgesloten van de toewijzing van mosselen. Zijn argumentatie is tweeledig:
1. Beroepseer en logica: Hij vindt het onbegrijpelijk dat "ijsco- en bloemenventers" wel mosselen mogen verkopen, terwijl zij die officieel erkend zijn als viskleinhandelaren door de Nederlandsche Visscherijcentrale, buiten de boot vallen.
2. Continuïteit: Hij geeft toe dat hij vorig jaar niet volledig gebruik heeft gemaakt van zijn toewijzing, maar stelt dat dit geen reden mag zijn voor uitsluiting nu.

De reactie van de administratie (in de kantlijn) is echter onverbiddelijk. Er wordt kortweg "afwijzen" genoteerd, met als reden dat hij het voorgaande jaar geen mosselen heeft verkocht. De bureaucratische logica van de schaarste-economie woog hier zwaarder dan de professionele achtergrond van de aanvrager. Dit document stamt uit de herfst van 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Door de oorlog was de voedselvoorziening streng gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het door de bezetter ingestelde orgaan dat de gehele vissector controleerde, van vangst tot verkoop.

Omdat veel vis door de bezetter werd opgeëist of omdat de visserij op de Noordzee beperkt was door militaire zones, waren producten zoals mosselen uit de Zeeuwse wateren een van de weinige beschikbare bronnen van proteïne. De toewijzing van deze handelswaar was voor straatventers een kwestie van economisch overleven. De brief toont de wanhopige pogingen van kleine zelfstandigen om te overleven in een verstikkend systeem van vergunningen en uitsluiting. De ironie dat bloemenverkopers wel mosselen mochten verkopen en visboeren niet, wijst op de vaak willekeurige of slecht gecoördineerde aard van de distributiebesluiten in die tijd. R. Jonker

Samenvatting

In deze brief beklaagt R. Jonker, een Amsterdamse haringventer, zich over het feit dat hij en zijn collega-visspecialisten zijn uitgesloten van de toewijzing van mosselen. Zijn argumentatie is tweeledig:
1. Beroepseer en logica: Hij vindt het onbegrijpelijk dat "ijsco- en bloemenventers" wel mosselen mogen verkopen, terwijl zij die officieel erkend zijn als viskleinhandelaren door de Nederlandsche Visscherijcentrale, buiten de boot vallen.
2. Continuïteit: Hij geeft toe dat hij vorig jaar niet volledig gebruik heeft gemaakt van zijn toewijzing, maar stelt dat dit geen reden mag zijn voor uitsluiting nu.

De reactie van de administratie (in de kantlijn) is echter onverbiddelijk. Er wordt kortweg "afwijzen" genoteerd, met als reden dat hij het voorgaande jaar geen mosselen heeft verkocht. De bureaucratische logica van de schaarste-economie woog hier zwaarder dan de professionele achtergrond van de aanvrager.

Historische Context

Dit document stamt uit de herfst van 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Door de oorlog was de voedselvoorziening streng gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het door de bezetter ingestelde orgaan dat de gehele vissector controleerde, van vangst tot verkoop.

Omdat veel vis door de bezetter werd opgeëist of omdat de visserij op de Noordzee beperkt was door militaire zones, waren producten zoals mosselen uit de Zeeuwse wateren een van de weinige beschikbare bronnen van proteïne. De toewijzing van deze handelswaar was voor straatventers een kwestie van economisch overleven. De brief toont de wanhopige pogingen van kleine zelfstandigen om te overleven in een verstikkend systeem van vergunningen en uitsluiting. De ironie dat bloemenverkopers wel mosselen mochten verkopen en visboeren niet, wijst op de vaak willekeurige of slecht gecoördineerde aard van de distributiebesluiten in die tijd.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peer Kruidenier (Droog): Bloem Textiel & Kleding: Broek Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Textiel Tuin & Plant: Bloemen Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Haring Vis & Zee: Mossel Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 9

A. Goldberg Uilenburg
M. v. d. Heijden Uilenburg
A v Duinhof Uilenburg
C. Blanken Uilenburg
H. Westerveld Uilenburg
J. de Nobel Uilenburg
T. Heefkerk Uilenburg
G. Slappendel Uilenburg

Gerelateerde Documenten 2