Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 20 september 1942. Onbekende viskoopman (mogelijk vervolgpagina ontbreekt voor ondertekening). [Marge linksboven:]
Nº 46ª/710/1 M. 1942 3/10
[Marge rechtsboven:]
n.i. Com. Verdediging
Amsterdam 20 Sept '42
Zeer Geachte Mijnheer Terhaar
Ondergeteekende vraagt beleefd een oogenblik Uw
aandacht voor onderstaante verzoek:
Ik verdien circa 10 jaar mijn brood in den
Vishandel waarvan ik dien handel sinds
1938 in A’dam uitoefenend als Markt-
koopman. (standplaats Dapperplein van 1938
tot nu toe), hetwelk U bij het marktwezen
kunt controleeren uitsluitend als Viskoopman.
Daar ik in ’39-’40 veel zonder kwitantie kocht
en ik de kwitantie’s welke ik bezat in die
jaren vernietigd heb omdat deze voldaan waren.
Zoo kon ik deze niet aantonen aan U plaats-
vervanger in de Jan v. Galenstraat. Ik heb dit
2 a 3 maal geprobeerd, doch zonder resultaat.
en kwam zodoende niet in aanmerking
voor een toewijzing voor Ger Aal en Gepelde
Garnalen.
Ik heb mij toen gewend tot mijn leverancier
M. de Groot. Monnickendam. met het
verzoek voor een staat van ’39-’40. Hij is mij * Kern van het verzoek: De briefschrijver, een viskoopman op het Amsterdamse Dapperplein, verzoekt om een officiële toewijzing voor de inkoop van gerookte aal (paling) en gepelde garnalen.
* Probleemstelling: Tijdens de bezettingsjaren was de handel strikt gereguleerd. Om in aanmerking te komen voor toewijzingen (rantsoenen/vergunningen), moest men bewijzen uit het verleden (1939-1940) overleggen. De schrijver heeft zijn oude kwitanties echter vernietigd nadat hij deze had betaald, of deed destijds zaken zonder bonnetjes.
* Ondernomen actie: De schrijver heeft contact opgenomen met zijn leverancier in Monnickendam om alsnog bewijs van zijn eerdere handelsvolume te verkrijgen, nadat hij herhaaldelijk was afgewezen bij de instantie in de Jan van Galenstraat. Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de schaarste in Nederland groot en was vrijwel de gehele voedselvoorziening onderworpen aan distributie en toewijzing. De "Jan v. Galenstraat" in de brief verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam, waar de distributie-instanties en marktwezen-autoriteiten gevestigd waren.
De brief illustreert de bureaucratische strijd van kleine zelfstandigen om hun nering voort te kunnen zetten onder het stringente regime van de bezetter. De eis om bewijsstukken uit de vooroorlogse jaren ("referentieperiode") was een standaardmethode om de omvang van toewijzingen te bepalen, maar bleek voor veel handelaren die informeel werkten een groot obstakel. M. de Groot Marktwezen