Ambtsverslag / Rapport van diefstal.
Origineel
Ambtsverslag / Rapport van diefstal. 20 oktober 1912. Een Controleur van het Marktwezen (handtekening mogelijk Beekman of Bockstael). De heer De Haer, Inspecteur van het Marktwezen. Inschrijven naar Directie
Amsterdam 20 - 10 - ’12
Aan den Hr de Haer.
Inspecteur van het Marktwezen.
Ondergetekende heeft in opdracht van Hr. Duijnhoven rapport gemaakt van het volgende.
Hedenmorgen omstreeks 9.30 uur, kwam A. Bockelman van 19-3-’04, bij H. ter Voort Jr. en vroeg deze om een snoekbaars. Wat door deze werd geweigerd.
A. Bockelman antwoordde hierop, "dat als hij geen snoekbaars kreeg, hij er één van hem zou stelen."
Dit gebeurde op het buiten terrein.
H. ter Voort Jr. begaf zich iets later naar de hal, en daar uit terug komende, zag hij, dat Bockelman, van zijn wagen, zich een snoekbaars had toegeëigend.
Ter Voort wendde zich hierop tot Bockelman met het verzoek, hem zijn visch terug te geven. Wat deze eerst deed na een hevig twistge-
sprek.
Bockelman heeft zich door deze daad schuldig gemaakt aan diefstal.
de Controleur.
[Handtekening]
Nº 46a/809/1 M. 1342 27/10
Ontvangen (?) Rapport Veldhuys
JW Het document is een formeel rapport van een controleur aan zijn inspecteur. De tekst beschrijft een chronologische opeenvolging van gebeurtenissen:
1. De provocatie: Bockelman vraagt om een vis, wordt geweigerd en uit een expliciet dreigement ("...hij er één van hem zou stelen").
2. De daad: Terwijl het slachtoffer (Ter Voort Jr.) even afwezig is, voert Bockelman zijn dreigement uit en ontvreemdt een snoekbaars van de wagen.
3. De confrontatie: Bij terugkomst ziet Ter Voort de diefstal. Er ontstaat een "hevig twistgesprek" (onderstreept in rood voor nadruk), waarna de vis pas wordt teruggegeven.
4. Conclusie: De controleur kwalificeert de handeling onomstotelijk als diefstal, ongeacht het feit dat de vis uiteindelijk is teruggegeven.
Opvallend is de vermelding "van 19-3-'04" achter de naam van Bockelman. In archiefstukken uit deze periode duidt dit vaak op een geboortedatum. Als dit het geval is, zou de dader op het moment van het incident (1912) slechts 8 jaar oud zijn geweest. Gezien de context (het dreigen en de ruzie bij een viswagen op het marktterrein) kan het echter ook verwijzen naar een inschrijvingsnummer of vergunningsdatum van een handelaar. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse ordehandhaving op de Amsterdamse markten aan het begin van de 20e eeuw (mogelijk de Centrale Markthallen of een vismarkt zoals bij de De Ruijterkade). De markt was een streng gereguleerde omgeving waar controleurs toezagen op zowel de kwaliteit van de waar als het gedrag van de handelaren.
Snoekbaars was (en is) een relatief kostbare zoetwatervis. De diefstal hiervan werd dan ook hoog opgenomen. De hiërarchie binnen de marktorganisatie is duidelijk zichtbaar: een controleur rapporteert aan een inspecteur, die het weer voorlegt aan de directie. De administratieve stempels en nummers onderaan duiden op een zorgvuldige archivering van dergelijke incidenten. A. Bockelman De Haer (De heer) H. ter Voort Marktwezen