Archief 745
Inventaris 745-386
Pagina 426
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Proces-verbaal / Rapport van verhoor.

Origineel

Proces-verbaal / Rapport van verhoor. Nº 46a/809/2 M. 1942 9/11

R A P P O R T

Naar aanleiding van bijgaand rapport van den controleur Poelstra, d.d. 20 October 1942, heb ik, controleur Felthuis, op 3 November 1942 gehoord Harmanus ter Voort, oud 25 jaar, koopman, wonende Brouwersgr: No 161/II alhier, die mijals volgt verklaarde:
"Op 20 October 1942 omstreeks 9.30 uur v.m bevond ik mij met mijn handkar op het terrein van de Vischmarkt ter hoogte van de vischhal. Op mijn kar bevonden zich vier kisten met visch, waarvan een kist met snoekbaars. De vischventer Boekelman trad [vlek/correctie] toen op mij toe en vroeg mij aan hem een snoekbaars te verkoopen. Daar het ons evenwel niet geoorloofd is op de vischmarkt te verkoopen weigerde ik aan het verzoek van Boekelman te voldoen, waarop hij mij te kennen gaf dat indien ik hem geen snoekbaars verkocht, hij er een van mijn kar zou nemen. Ik heb mij hierna in de hal van de vischmaakt begeven, terwijl mijn broer, Hendrik ter Voort, bij mijn kar bleef staan. Toen ik even later weer bij mijn kar terug kwam vernam ik van mijn broer, dat Boekelman een snoekbaars van mij had weggenomen en deze aan mijn broer had willen betalen. Mijn broer had toen geweigerd het geld aan te nemen en aan Boekelman gezegd, dat hij de snoekbaars weer op mijn kar terug moest leggen hetgeen hij, Boekelman dan ook heeft gedaan.
Ik beschouwde hiermede de zaak als afgedaan. Ik, noch mijn broer, heb voor dit geval de assistentie ingeroepen van een controleur. Het is ook niet mijn bedoeling om van dit geval aangifte te doen".

Hierna hoorde ik, rapporteur Felthuis, Antonius Christiaan Boekelman, geboren te Amsterdam 14 Maart 1904, vischventer, wonende Marco Polostraat 220/II alhier, die mij als volgt verklaarde:
"Op 20 October 1942, omstreeks 9.30 uur v.m, bevond ik mij op het terrein van de vischmarkt en zag mijn collega ter Voort met zijn handkar op het terrein staan ter hoogte van de vischhal. Ter Voort had op zijn handkar vier kisten met visch waaronder een kist met snoekbaars. Daar ik op dien dag niet in de verdeeling was opgenomen en toch graag een snoekbaars wilde hebben voor mijn dochtertje dat ziek was, vroeg ik aan ter Voort of hij mij een snoekbaars wilde verkoopen. Hij weigerde dit echter waarop ik hem te kennen gaf, dat ik er dan een van zijn kar zou nemen. Toen ter Voort zich hierna in de vischhal begaf heb ik een snoekbaars van zijn kar genomen en wilde deze betalen aan zijn broer Hendrik ter Voort. Deze weigerde van mij het geld aan te nemen en gaf mij te kennen dat ik de snoekbaars weer op de kar van zijn bfoer terug moest leggen Ik heb de snoekbaars toen teruggelegd op de kar van ter Voort en verder met hem hierover geen ongenoegen meer gehad."

Amsterdam 3 November 1942
controleur,
[Signatuur: Felthuis]

Den Heer Inspecteur
van het Marktwezen.

[Handgeschreven aantekeningen onderaan:]
(Links:) [Onleesbare signatuur, mogelijk 'Th. Lubbers']
(Rood:) Na ontbieding, mondelinge waarschuwing 7-11-42 [Signatuur]
(Blauw:) Vs oproepen 46a/809/3 Het document is een officieel verslag van een onderzoek naar een incident op de Amsterdamse Vismarkt tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een poging tot ongeautoriseerde koop van vis (snoekbaars) door visventer Boekelman van koopman Ter Voort.

Opvallende punten in de verklaringen:
* Regelgeving: Ter Voort weigert de verkoop omdat het op die plek en dat moment "niet geoorloofd" is. Dit duidt op de strikte marktverordeningen en distributieregels uit die tijd.
* Incident: Ondanks de weigering neemt Boekelman de vis toch mee wanneer Ter Voort wegloopt. Hij probeert te betalen aan de broer van Ter Voort, die dit weigert. Uiteindelijk legt Boekelman de vis terug.
* Motivatie: Boekelman voert een menselijke reden aan: hij was niet opgenomen in de "verdeeling" (officiële toewijzing van handelswaar) en wilde de vis voor zijn zieke dochter.
* Afhandeling: Hoewel de betrokkenen zelf geen aangifte wilden doen, is er door de marktcontroleurs toch een rapport opgemaakt. De handgeschreven rode notitie onderaan laat zien dat de zaak is afgedaan met een "mondelinge waarschuwing" op 7 november 1942. Dit rapport is opgesteld in november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng gecontroleerd distributiesysteem voor voedsel. De 'verdeeling' waar Boekelman over spreekt, verwijst naar het systeem waarbij schaarse goederen zoals vis door de overheid werden toegewezen aan erkende handelaren.

De inspectie van het Marktwezen hield nauwgezet toezicht op naleving van deze regels om zwarte handel en prijsopdrijving te voorkomen. Zelfs kleine incidenten zoals deze, waarbij een vader uit wanhoop of opportunisme een vis probeert te bemachtigen buiten de officiële kanalen om, werden administratief vastgelegd. Het feit dat er slechts een mondelinge waarschuwing volgde, suggereert dat de controleurs de zaak als een gering vergrijp beschouwden, mede omdat de vis direct was teruggelegd. Controleur Felthuis (rapporteur) Controleur Poelstra Harmanus ter Voort (koopman) Antonius Christiaan Boekelman (vischventer) Hendrik ter Voort (broer van Harmanus).

Samenvatting

Het document is een officieel verslag van een onderzoek naar een incident op de Amsterdamse Vismarkt tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een poging tot ongeautoriseerde koop van vis (snoekbaars) door visventer Boekelman van koopman Ter Voort.

Opvallende punten in de verklaringen:
* Regelgeving: Ter Voort weigert de verkoop omdat het op die plek en dat moment "niet geoorloofd" is. Dit duidt op de strikte marktverordeningen en distributieregels uit die tijd.
* Incident: Ondanks de weigering neemt Boekelman de vis toch mee wanneer Ter Voort wegloopt. Hij probeert te betalen aan de broer van Ter Voort, die dit weigert. Uiteindelijk legt Boekelman de vis terug.
* Motivatie: Boekelman voert een menselijke reden aan: hij was niet opgenomen in de "verdeeling" (officiële toewijzing van handelswaar) en wilde de vis voor zijn zieke dochter.
* Afhandeling: Hoewel de betrokkenen zelf geen aangifte wilden doen, is er door de marktcontroleurs toch een rapport opgemaakt. De handgeschreven rode notitie onderaan laat zien dat de zaak is afgedaan met een "mondelinge waarschuwing" op 7 november 1942.

Historische Context

Dit rapport is opgesteld in november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng gecontroleerd distributiesysteem voor voedsel. De 'verdeeling' waar Boekelman over spreekt, verwijst naar het systeem waarbij schaarse goederen zoals vis door de overheid werden toegewezen aan erkende handelaren.

De inspectie van het Marktwezen hield nauwgezet toezicht op naleving van deze regels om zwarte handel en prijsopdrijving te voorkomen. Zelfs kleine incidenten zoals deze, waarbij een vader uit wanhoop of opportunisme een vis probeert te bemachtigen buiten de officiële kanalen om, werden administratief vastgelegd. Het feit dat er slechts een mondelinge waarschuwing volgde, suggereert dat de controleurs de zaak als een gering vergrijp beschouwden, mede omdat de vis direct was teruggelegd.

Genoemde Personen 5

Locaties

Amsterdam (Vischmarkt Brouwersgracht Marco Polostraat).

Kooplieden in dit dossier 9

A. Goldberg Uilenburg
M. v. d. Heijden Uilenburg
A v Duinhof Uilenburg
C. Blanken Uilenburg
H. Westerveld Uilenburg
J. de Nobel Uilenburg
T. Heefkerk Uilenburg
G. Slappendel Uilenburg

Gerelateerde Documenten 2