Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 17 november 1942. Engelbertus van der Graft, 2e Van Swindenstraat 51 hs, Amsterdam. No.46A/881/1 M.1942 21/11 AFSCHRIFT.
No.994 L.M.1942 19L1
Amsterdam, 17 November 1942.
Weledele Heer Wethouder
van Amsterdam.
Ondergetekende, Engelbertus van der Graft, geb. 21 Juli 1889
te Amsterdam, beroep koopman, 2e Van Swindenstraat 51 hs te Amsterdam.
Weledele Heer de Wethouder ik vraag aan u beleefd een verzoek
Om reden dat ik Invalide ben (zenuwziek)
Ik heb twee viszaken geexploiteerd in de Czaarpeterstraat en
2e Jan steenstraat te Amsterdam Maar door mijn ziekte moeten sluiten Nu
ben ik weer zoo ver hersteld dat ik van de Burgemeester van Amsterdam een
overschrijfbare ventvergunning heb gekregen voor bloemen. Maar nu de bloe-
men zoo duur zijn en geen afzet en geen verdienste voor mijn grote gezin
gelevert Zoo vraag ik u beleefd om mijn te helpen aan een voledige vistoe-
wijzing Om daar mee op de Dapperplein markt te staan. Weledele Heer ik
word thans gesteund door Armenzorg En mijn gezin bestaat uit vijf kleine
kinderen een kind van anderhalf jaar en een van vijf een van zeven jaar en
van acht en een van zestien jaar dus er komt heel wat voor kijken En ik
wil heel graag uit de Armenzorg stein om zelfstandig weer mijn brood te
verdienen Zoo vraag ik u een beleefd verzoek ik U te slotte mijn in de
gelegenheid te willen stellen het bovenstaande mondeling te mogen toelich-
ten.
Beleefd van U Edelle Heer een gunstig antwoord
tegemoet ziende.
E van der Graft
2e van Swindenstraat 51 hs Amsterdam(0) * Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een uiterst beleefde, bijna onderdanige toon ("Weledele Heer", "beleefd verzoek"), wat passend was voor een burger die zich tot het stadsbestuur richtte in die tijd. De tekst bevat diverse grammaticale en spellingsfouten (zoals "mijn" in plaats van "mij", "voledige" en "stein" – waarschijnlijk bedoeld als 'steun' of 'staan'), wat duidt op een schrijver uit de arbeidersklasse met beperkt formeel onderwijs.
* Argumentatie: Van der Graft bouwt zijn verzoek op rond drie kernpunten:
1. Vakbekwaamheid: Hij heeft ervaring als vishandelaar met twee eerdere zaken.
2. Medische noodzaak: Hij is "zenuwziek" (een destijds gangbare term voor psychische klachten of overspanning) en probeert na een herstelperiode weer aan het werk te gaan.
3. Sociale/Economische druk: Hij heeft een groot gezin (vijf kinderen) en leeft momenteel van de Armenzorg, waar hij uit wil ontsnappen door zelfstandig ondernemerschap.
* De markt: De wens om op de "Dapperplein markt" (de Dappermarkt) te staan is logisch, aangezien hij zelf in de 2e Van Swindenstraat woonde, in het hart van de Dapperbuurt. * Oorlogstijd: De brief is gedateerd op november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste nam in deze periode toe. Bloemen werden als luxeartikel onbetaalbaar voor de gewone burger en boden geen stabiel inkomen meer ("geen afzet"). Vis was een essentieel voedingsmiddel, maar ook hiervoor waren strikte vergunningen en toewijzingen nodig vanwege de distributiestelsels.
* Sociale zekerheid: De "Armenzorg" was de voorloper van de bijstand. Destijds was er een groot sociaal stigma verbonden aan het ontvangen van steun. De wens om "uit de Armenzorg" te komen was zowel financieel als moreel gemotiveerd.
* Administratieve context: Het document is gemarkeerd als "AFSCHRIFT", wat betekent dat dit een kopie is voor het gemeentelijk archief (waarschijnlijk van de afdeling Marktwezen of Sociale Zaken). De referentienummers suggereren een zorgvuldige bureaucratische afhandeling, wat typerend was voor de Amsterdamse administratie, zelfs (of juist) tijdens de bezettingsjaren.