Archief 745
Inventaris 745-387
Pagina 113
Dossier 44
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (klacht).

23 november 1942 (gebaseerd op stempels bovenaan). Van: Anoniem ("een huisvrouw").

Origineel

Handgeschreven brief (klacht). 23 november 1942 (gebaseerd op stempels bovenaan). Anoniem ("een huisvrouw"). [Linksboven stempels en nummers:]
№ 46A/084/1 M. 1942 23/11

[Rechtsboven aantekeningen:]
afschrift verzonden Th. v. Vorsten C.C.A.
[Paraaf] 46A/084/2

[Hoofdtekst:]
Aan den Heer
Distributieleider betreffende zee- en riviervisch
dagelijksch domicilie hebbende aan de Vischmarkt
Alhier.

Hooggeachte Heer.
Van de twee bakken geleverd gisteren
Zaterdag aan de firma Hoogenberk bestemd voor
zijn zaak in de Rijnstraat Alhier zijn veertien
menschen met 1 kilo garnale per persoon bediend.
De overige garnalen stonden onder de toonbank
en werden alleen aan gunstelingklanten geleverd.
Wel veertig menschen keerden vischloos huiswaarts.
Donderdag l.l. was er wijting in zijn winkel, waarvan
hij maar een klein deel der file bediende, zeggende op
hun vragen: „wat moeten die visschen onder de toonbank?“
„Ja dat zijn 15 pond? wijting voor mijn klanten, mijn
zaak hoop ik na den oorlog voort te zetten.“
Dat slikken die menschen en wanneer er niet over
geklaagd wordt blijft het zoo, want niemand durft iets
tegen te zeggen, te angstig dat zij niet meer bediend wordt.
Wanneer men weet dat den Heer Hoogenberk vorige
winter à f 1.25 per halve kilo à zeven scholletjes verkocht
kan men wel nagaan hoe helsch hij is dat de regeering
hem noodzaakt tegen vaste prijzen te verkoopen.
Kunt U hem niet tot rede brengen?
Afschrift dezes is gezonden aan het Hoofd der
Plaatselijke Politie Alhier.

Hoogachtend
een huisvrouw

[Rechtsonder:]
46A * Taal en spelling: De brief is geschreven in de destijds gangbare spelling (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door woorden als "dagelijksch", "visschen" en "menschen".
* Toon: De toon is verontwaardigd en beschuldigend. De schrijfster klaagt over onrechtvaardigheid in een tijd van schaarste.
* Kern van de klacht: De vishandelaar (Hoogenberk) wordt ervan beschuldigd voorraad achter te houden voor geprivilegieerde klanten ("onder de toonbank") en zich te verzetten tegen de door de overheid vastgestelde maximumprijzen. De schrijfster suggereert dat de handelaar in het verleden woekerprijzen vroeg.
* Sociale druk: De passage "want niemand durft iets tegen te zeggen, te angstig dat zij niet meer bediend wordt" illustreert de kwetsbare positie van consumenten tijdens de oorlogsjaren. Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was bijna alles op de bon (distributiestelsel). De Distributiedienst moest toezien op een eerlijke verdeling van schaarse goederen.

De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse spanningen aan de winkeltoonbank. "Onder de toonbank" verkopen was een veelvoorkomende praktijk waarbij winkeliers goederen apart hielden voor bevriende klanten of voor de zwarte markt. Dat de briefschrijfster expliciet vermeldt dat een kopie naar de politie is gestuurd, onderstreept de ernst van de beschuldiging; prijsopdrijving en het onttrekken van goederen aan de officiële distributie werden als economische delicten beschouwd. De vermelding van de Rijnstraat en de Vischmarkt suggereert een stedelijke context waar de sociale controle groot was, maar de afhankelijkheid van specifieke leveranciers evenzeer.

Samenvatting

  • Taal en spelling: De brief is geschreven in de destijds gangbare spelling (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door woorden als "dagelijksch", "visschen" en "menschen".
  • Toon: De toon is verontwaardigd en beschuldigend. De schrijfster klaagt over onrechtvaardigheid in een tijd van schaarste.
  • Kern van de klacht: De vishandelaar (Hoogenberk) wordt ervan beschuldigd voorraad achter te houden voor geprivilegieerde klanten ("onder de toonbank") en zich te verzetten tegen de door de overheid vastgestelde maximumprijzen. De schrijfster suggereert dat de handelaar in het verleden woekerprijzen vroeg.
  • Sociale druk: De passage "want niemand durft iets tegen te zeggen, te angstig dat zij niet meer bediend wordt" illustreert de kwetsbare positie van consumenten tijdens de oorlogsjaren.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was bijna alles op de bon (distributiestelsel). De Distributiedienst moest toezien op een eerlijke verdeling van schaarse goederen.

De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse spanningen aan de winkeltoonbank. "Onder de toonbank" verkopen was een veelvoorkomende praktijk waarbij winkeliers goederen apart hielden voor bevriende klanten of voor de zwarte markt. Dat de briefschrijfster expliciet vermeldt dat een kopie naar de politie is gestuurd, onderstreept de ernst van de beschuldiging; prijsopdrijving en het onttrekken van goederen aan de officiële distributie werden als economische delicten beschouwd. De vermelding van de Rijnstraat en de Vischmarkt suggereert een stedelijke context waar de sociale controle groot was, maar de afhankelijkheid van specifieke leveranciers evenzeer.

Kooplieden in dit dossier 80

A. Cuypstraat 117 b. = 11700 p
76 jaar) 110
Dunne spruiten
Gestripte kabeljauw
Gestripte wijting
Groote schelvisch 50 cm en grooter
Groote schol 50 cm en grooter
Groote tong 37 cm en grooter 0,98
M. Sicma 0,98
Haring en tooters
H.L. --- 4
Kabeljauw 72 cm en grooter
M. Sicma 0,43
M. Sicma 0,83
Alle 80 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2