Ambtelijke correspondentie/minuut betreffende een zakelijk geschil over visdistributie.
Origineel
Ambtelijke correspondentie/minuut betreffende een zakelijk geschil over visdistributie. 9 februari 1943 [Links boven in rood potlood:]
spoed
hier
[Rechts boven:]
46/1/9/5/17 A’dam, 9/2 43
W. L. M.
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen afschriften van brieven van de fa. C. v.h. Busz & Zonen te Vlaardingen dd. 24 Dec. 1942 en 9 Jan. 1943 benevens mijn antwoord dd. 23 Jan. jl. aan deze firma, waarvan ik den Directeur der N.V.C. eveneens op 23 Januari jl. afschrift deed toekomen. Op 5 Februari jl. ontving ik omtrent deze aangelegenheid een brief van Mw. Stein & Van Riesen te Rotterdam, waarvan ik eveneens afschrift overleg.
Ik moge U beleefd verzoeken de behandeling van deze aangelegenheid te doen overnemen door Uwe Ambtgenoot voor de Binnenvisscherij o.a.
Ik merk ten aanzien van een en ander nog het volgende op.
Ingevolge aanwijzing van de N.V.C. te Den Haag treedt de gem. afslag alhier op als verdeelinstituut tusschen den grossier-inzender en den kooper-kleinhandelaar. De afslag verkoopt a.l.w. [als het ware] voor den grossier, die door de N.V.C. wordt gedrongen om aan de gemeente Amsterdam te leveren.
De afslag treedt dus niet op als kooper, doch wel als ontvanger (als verdeelaar) der goederen. Voor zijn werkzaamheden mag de afslag, ingevolge besluit van den S.G. [Secretaris-Generaal] v Landbouw & Visscherij dd 31/8/42 no 11003 2% commissie van den inzender-grossier in rekening brengen.
De firma v/h Busz zond volgens haar nota 50 vaten van 160 kg. Blijkens weging van de afslag (in vaten bleek), dat zij slechts 90 kg per vat bevatten. De partij is toen voor 4500 kg verdeeld en de opbrengst minus 2% aan fa Busz overgemaakt. Intusschen is de schade voordat tot verdeeling werd overgegaan door den afslag niet op de hoogte gesteld. Dit document betreft een administratieve afwikkeling van een leveringsgeschil tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een verschil in gewicht bij een levering van vis door de firma C. v/h Busz & Zonen uit Vlaardingen aan de gemeente Amsterdam.
- Het geschil: De leverancier factureerde 50 vaten van 160 kg (totaal 8000 kg), maar bij aankomst bleken de vaten slechts 90 kg te bevatten (totaal 4500 kg).
- De rol van de Afslag: De Amsterdamse visafslag fungeerde hier niet als koper, maar als "verdeelinstituut" onder regie van de N.V.C. De afslag hield een commissie van 2% in, conform regelgeving van het departement.
- Procedurefout: De auteur merkt op dat de afslag de leverancier niet direct op de hoogte heeft gesteld van het tekort voordat de vis werd verdeeld, wat de bewijslast bemoeilijkt.
-
Overdracht: De schrijver verzoekt de zaak over te dragen aan een ambtgenoot gespecialiseerd in Binnenvisserij. Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gecentraliseerd.
-
N.V.C.: De Nederlandsche Visscherij Centrale was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele visketen reguleerde, van vangst tot distributie.
- S.G. van Landbouw & Visscherij: De Secretarissen-Generaal hadden tijdens de bezetting de dagelijkse leiding over de departementen, aangezien de ministers naar Londen waren uitgeweken.
- Schaarste en Controle: Het feit dat de gemeente Amsterdam werd "gedrongen" om vis af te nemen en dat er strikte commissiepercentages (2%) golden, wijst op de strakke distributie-economie waarin handelaren weinig eigen vrijheid hadden. Het gewichtsverschil (90 kg in plaats van 160 kg) zou kunnen duiden op fraude, bederf of een administratieve fout in de chaotische oorlogstijd. M. Gemeente Amsterdam