Archiefdocument
Origineel
22 december 1942 NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
~~JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3-4~~ (doorgehaald) 2e Adelheidstraat 300 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 - TELEGRAMADRES: NEDVISCEN - TELEFOON 720080 - INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER TELEFOON 720060, TOESTEL 674, EN 722641
Afd. Prijzen. № 34104/572. 's-Gravenhage, 22 December 1942.
Betreffende: winstmarge groothandelaren.
A A N
de agenten en hoofdagenten van de N.V.C.
en de directeuren van de vischafslagen.
In verband met de tallooze gevallen, waarin door Prijscontrôle en andere opsporingsinstanties procesverbaal tegen groothandelaren en zouters van sprot en zeebliek werd opgemaakt, verzoekt de Nederlandsche Visscherijcentrale het volgende nog eens met nadruk aan de bij U voor de verdeeling in aanmerking komende personen bekend te maken.
Het komt veelal voor, dat de versche sprot en zeebliek via twee groothandelaren wordt doorgeleverd, zoodat art. 4 van de Sprot- en Zeebliekbeschikking daarop van toepassing is en de groothandelaren hun marge gelijkelijk moeten deelen. Dit dient dan zoo te geschieden, dat elk der handelaren ƒ 0,04½ ontvangt, doch de eerste groothandelaar eventueel vrachtkosten naar de plaats van verdeeling betaalt (b.v. vaarloon van door de Nederlandsche Visscherijcentrale aangewezen vervoerders) en de tweede groothandelaar de vervoerkosten van de plaats van verdeeling naar de plaats van bestemming.
Voorts gebeurt het meermalen, dat handelaren, die versche sprot en zeebliek hebben toegewezen gekregen en vaten en zout van den volgenden handelaar hebben ontvangen, den prijs van gezouten zeebliek in rekening brengen. Wij wijzen er op, dat alleen degeen, die vaten en zout ter beschikking stelt en tevens in het bezit van een zoutvergunning is, als zouter wordt beschouwd: degeen die het eigenlijke zouten uitvoert kan hiervoor een arbeidsloon in rekening brengen van ten hoogste ƒ 0,01 per kg.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
(getekend)
Secretaris.
Kr/Mu.
--- Dit document is een officiële richtlijn van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), gericht aan haar agenten en directeuren van visafslagen. De kern van de brief is het aanpakken van onregelmatigheden in de prijsvorming en winstmarges bij de handel in sprot en zeebliek.
Er worden twee specifieke problemen geschetst:
1. Margeverdeling: Wanneer vis via twee groothandelaren gaat, moet de wettelijke marge van ƒ 0,04½ per kg eerlijk verdeeld worden. De brief verduidelijkt hoe de transportkosten daarbij verrekend moeten worden om te voorkomen dat handelaren te veel marge inhouden.
2. Onterechte 'zoutkosten': Handelaren die zelf niet zouten en geen vergunning hebben, berekenden blijkbaar soms de hogere prijs voor gezouten vis. De NVC stelt hier dat alleen de daadwerkelijke houder van een zoutvergunning een klein arbeidsloon (max. ƒ 0,01 per kg) mag rekenen.
De brief heeft een dwingend karakter, aangezien er wordt verwezen naar "tallooze gevallen" waarbij de Prijscontrôle processen-verbaal heeft opgemaakt. Het doel is dus om verdere juridische vervolging van handelaren te voorkomen door de regels nogmaals strikt te verduidelijken.
--- Het document dateert van december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale fungeerde als een door de bezetter gecontroleerd orgaan om de vissector te beheersen.
De focus op "Prijscontrôle" is typerend voor de oorlogsjaren. Vanwege schaarste ontstond er een levendige zwarte markt en prijsopdrijving. De bezettingsautoriteiten probeerden dit te onderdrukken met strenge prijsvoorschriften en economische opsporingsdiensten. Kleine vissoorten zoals sprot en zeebliek waren in die tijd belangrijke volksvoeding. De administratieve precisie (rekenen met halve centen) toont aan hoe gedetailleerd de economische controle was onder het nationaalsocialistische bewind in Nederland. De handgeschreven aantekeningen en dossiernummers (zoals "M. 1942") wijzen op een actieve administratieve verwerking binnen een overheidsapparaat.