Afschrift van een brief (typoscript).
Origineel
Afschrift van een brief (typoscript). 17 december 1942. Hendrik Karel Köhler (Amsterdam). A F S C H R I F T .
Amsterdam, 17-12-1942.
WelEdele Heer,
Ondergeteekende H.K. Köhler, is hiermede zoo vrij
Uw toestemming te verzoeken, om bij zijn grossier verse bliek
of sardien te betrekken om deze te verduurzamen.
De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam, tot wien
ik mijn eerste verzoek richtte, adviseerde mij om mij
rechtstreeks tot U te wenden en deelde mij mede, dat hij
advies had opgezonden om mij een toewijzing direct van mijn
grossier te verleenen. Gezien door verschillende oorzaken
mijn verzoek tot U is vertraagd, verzoek ik U beleefd mij ter-
wille te zijn door de meest mogelijke spoed te betrachten.
Hopende op een gunstige beslissing en U bij voorbaat dankend
teeken ik
Hoogachtend,
w.g. H.K. Köhler.
Hendrik, Karel, Köhler,
geboren 13-12 -1910
adres: Javaplein 27, te Amsterdam -O.
Voorloopige vergunning № 422,
Voorloopig georganiseerd № 07627,
Vergunning verlengd tot 1 Januari 1944.
In bezit van voorloopige vischconservenkleinhandelsvergunning
№ 184 d.d. 30 April 1942, waarop per December 1942 verlenging
tot 1944 volgde.
Grossier, welke mij o.a. leverde was de firma Veerman te
Volendam.
Voor eensluidend afschrift.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening] De brief is een formeel verzoek van een kleine ondernemer, H.K. Köhler, gevestigd aan het Javaplein in Amsterdam. Hij verzoekt de autoriteiten om toestemming om verse vis (bliek of sardien) rechtstreeks bij zijn grossier (firma Veerman in Volendam) te betrekken met het doel deze zelf te verduurzamen (conserveren). De schrijver refereert aan een eerdere aanvraag bij de Inspecteur van het Marktwezen en benadrukt de spoed van het verzoek.
Opvallend is de administratieve precisie: Köhler vermeldt diverse vergunningsnummers (№ 422 en № 07627) en een specifieke "vischconservenkleinhandelsvergunning". Dit wijst op een streng gereguleerde markt waarin elke stap van handel en verwerking door de overheid werd gecontroleerd. Het document dateert uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de economie volledig "georganiseerd" en onderworpen aan distributie en vergunningsstelsels om schaarste te beheersen. De Nederlandsche Visscherijcentrale (onderaan vermeld) was een door de bezetter ingesteld orgaan (onderdeel van de Voedselvoorziening) dat toezicht hield op de gehele vissector.
De noodzaak om vis te "verduurzamen" was in deze tijd van voedseltekorten essentieel voor de voedselvoorziening. Het adres Javaplein 27 bevond zich in de Indische Buurt in Amsterdam-Oost; uit de context van de kleinhandelsvergunning kan worden opgemaakt dat Köhler hier waarschijnlijk een (vis)winkel dreef. Het feit dat het een "afschrift" betreft, duidt erop dat dit exemplaar bedoeld was voor het archief van de controlerende instantie.