Archief 745
Inventaris 745-387
Pagina 243
Dossier 90
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie).

27 januari 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visafslag te Amsterdam, gezien het adres van de betrokkene). Aan: Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, 2e Adelheidstraat 300, Den Haag.

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie). 27 januari 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visafslag te Amsterdam, gezien het adres van de betrokkene). Den Heer Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, 2e Adelheidstraat 300, Den Haag. [Handgeschreven in rood:] Verzonden 27/1

vB/HB.

den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherijcentrale,
2e Adelheidstraat 300,
DEN HAAG.

46a/920/2 M:42
27 Januari 1943.

verzoek H.K. Köhler.

Naar aanleiding van het mij met Uw brief d.d. 28 December
jl. no.34018/V/Vy. om advies gezonden stuk, heb ik de eer U
het volgende te berichten.
H.K. Köhler, Javaplein 27, alhier, kleinhandelaar in
haring, is in het bezit van een vergunning tot het verduurza-
men van visch, zooals trouwens vele kleinhandelaren in haring,
die waarschijnlijk wel bezitten zullen. Indien aan het verzoek
van adressant zou worden voldaan, zou zulks aan anderen niet
kunnen worden geweigerd. Bovendien zijn kleinhandelaren thans
in de gelegenheid op den afslag alhier gezuurde bliek te be-
trekken.
Op grond hiervan meen ik, dat het verzoek van adressant
dient te worden afgewezen.

De Directeur, Deze brief bevat een negatief advies betreffende een verzoek van H.K. Köhler, een haringhandelaar gevestigd aan het Javaplein 27 te Amsterdam. Köhler had blijkbaar een verzoek ingediend gerelateerd aan zijn vergunning voor het verduurzamen (conserveren) van vis.

De directeur die het advies uitbrengt (waarschijnlijk de directeur van de Amsterdamse visafslag) voert twee hoofdredenen aan voor de afwijzing:
1. Precedentwerking: Als dit verzoek wordt ingewilligd, kan men vergelijkbare verzoeken van andere kleinhandelaren niet langer weigeren.
2. Beschikbaarheid: Kleinhandelaren kunnen op dat moment al "gezuurde bliek" (een soort kleine vis, vaak verwerkt als haring) rechtstreeks via de afslag betrekken, waardoor de noodzaak voor extra vergunningen of uitbreidingen niet aanwezig wordt geacht. De brief dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en gecentraliseerd.

De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de gehele vissector, van vangst tot distributie. Vergunningen voor het verwerken van vis waren essentieel om de schaarse middelen te controleren en te voorkomen dat producten in het zwarte circuit verdwenen. De ambtelijke toon en de strikte handhaving van regels zijn typerend voor de bureaucratische controle op de economie tijdens de oorlogsjaren. De genoemde "gezuurde bliek" was in die tijd een veelvoorkomend surrogaat of aanvulling op de schaarser wordende haring.

Samenvatting

Deze brief bevat een negatief advies betreffende een verzoek van H.K. Köhler, een haringhandelaar gevestigd aan het Javaplein 27 te Amsterdam. Köhler had blijkbaar een verzoek ingediend gerelateerd aan zijn vergunning voor het verduurzamen (conserveren) van vis.

De directeur die het advies uitbrengt (waarschijnlijk de directeur van de Amsterdamse visafslag) voert twee hoofdredenen aan voor de afwijzing:
1. Precedentwerking: Als dit verzoek wordt ingewilligd, kan men vergelijkbare verzoeken van andere kleinhandelaren niet langer weigeren.
2. Beschikbaarheid: Kleinhandelaren kunnen op dat moment al "gezuurde bliek" (een soort kleine vis, vaak verwerkt als haring) rechtstreeks via de afslag betrekken, waardoor de noodzaak voor extra vergunningen of uitbreidingen niet aanwezig wordt geacht.

Historische Context

De brief dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en gecentraliseerd.

De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat toezicht hield op de gehele vissector, van vangst tot distributie. Vergunningen voor het verwerken van vis waren essentieel om de schaarse middelen te controleren en te voorkomen dat producten in het zwarte circuit verdwenen. De ambtelijke toon en de strikte handhaving van regels zijn typerend voor de bureaucratische controle op de economie tijdens de oorlogsjaren. De genoemde "gezuurde bliek" was in die tijd een veelvoorkomend surrogaat of aanvulling op de schaarser wordende haring.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Oorlogssurrogaten: Surrogaat Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Haring Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 80

A. Cuypstraat 117 b. = 11700 p
76 jaar) 110
Dunne spruiten
Gestripte kabeljauw
Gestripte wijting
Groote schelvisch 50 cm en grooter
Groote schol 50 cm en grooter
Groote tong 37 cm en grooter 0,98
M. Sicma 0,98
Haring en tooters
H.L. --- 4
Kabeljauw 72 cm en grooter
M. Sicma 0,43
M. Sicma 0,83
Alle 80 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2