Archiefdocument
Origineel
December 1942 (stempel: 1 DEC 1942; handgeschreven: 13/12-42) No. 46^A/923/I/M. 1942^6 1942/
F. Meeken, pachter van het café op de
Vischmarkt vraagt om reparatie van het
reservoir in het toilet in het café.
Bak is doorgeroest en zal dus vervangen
moeten worden.
Volgens art. 10 van het pachtcontract
zijn alle kosten van water, verlichting en ver-
warming, zoo mede het onderhoud der daartoe
behoorende leidingen ten laste van den pachter.
Hem is mede gedeeld dat het vervangen
van bovengenoemde bak, krachtens overeenkomst,
voor zijn rekening zal moeten geschieden.
F. Meeken gaat hiermede niet accoord en
wil toilet sluiten.
Ik geef in overweging deze reparatie
voor rekening van de gemeente te doen uitvoeren
daar zij strikt genomen niet onder het
onderhoud van leidingen gerangschikt kan
worden.
[Onleesbare handtekening]
vooraf advies
St. Werken
(Tekst in groen potlood/inkt onderaan):
m.i. is reservoirbak als onderdeel v/d
leiding te beschouwen. De bak toch dient
slechts om de vlotter te bergen welke noodig
v/h openen en sluiten v/d vlotterkraan.
WvR.
13/12-42 Dit document betreft een geschil over onderhoudskosten tussen een gemeente en een pachter van een café. De kern van het conflict draait om de interpretatie van artikel 10 van het pachtcontract.
De pachter, F. Meeken, weigert te betalen voor een nieuw toiletreservoir (de bak) omdat deze is doorgeroest. Hij dreigt zelfs het toilet te sluiten als de gemeente de kosten niet draagt. De eerste ambtenaar (in zwarte inkt) neigt ernaar de pachter gelijk te geven: een reservoir is technisch gezien geen "leiding", waardoor de kosten voor de gemeente zouden zijn.
Echter, het advies van de afdeling Stads Werken (in groen, geparafeerd door 'WvR') spreekt dit tegen. De adviseur stelt dat de bak wel degelijk onderdeel is van het leidingsysteem, omdat het de noodzakelijke vlotter bevat die de watertoevoer regelt. In de bureaucratische logica van die tijd werd geprobeerd de kosten zo nauwkeurig mogelijk te verhalen op basis van contractuele definities. Het document dateert uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de oorlogssituatie ging de reguliere gemeentelijke bureaucratie en het beheer van vastgoed gewoon door. De verwijzing naar de "Vischmarkt" duidt op een historische stadskern, zeer waarschijnlijk Gouda, gezien de aard van dergelijke archiefstukken.
De taal is formeel-ambtelijk ("zoo mede", "ten laste van den pachter") en de spelling volgt de vooroorlogse conventies (zoals "behoorende" en "accoord"). Het gebruik van verschillende kleuren inkt/potlood voor verschillende ambtelijke niveaus of afdelingen was in die tijd een standaard werkwijze in de administratie.