Voorraadstaat/Inventarislijst.
Origineel
Voorraadstaat/Inventarislijst. Maart 1942 (tijdens de Duitse bezetting van Nederland). [Linksboven]
Centrale
Keuken
[Midden boven]
Koelhuis
Opslag, aflevering & voorraad
[Tabelkoppen]
Artikel | Voorraad op 21 Maart 42 | Opslag (in de week van 22 Mrt t/m 28 Mrt 42) | Aflevering (in de week van 22 Mrt t/m 28 Mrt 42) | Voorraad op 28 Maart 42
[Tabelinhoud]
Groenten | 222638 | — | 10913 | 211725
Fruit | 50629 | — | 12560 | 38069
Diversen | 4674 | 490 | 197 | 4967
Boter | 2750 | — | — | 2750
Aardappelen | 360220 | — | — | 360220
[Totalen rechtsonder]
617731
25% 154433
772164 * Inhoud: Het document legt de logistieke stroom vast van een koelhuis dat verbonden is aan een "Centrale Keuken". Er wordt nauwkeurig bijgehouden wat er binnenkomt (opslag) en uitgaat (aflevering).
* Berekeningen: De boekhouding is correct. De eindvoorraad per artikel wordt berekend als: Beginvoorraad + Opslag - Aflevering. Bijvoorbeeld bij 'Fruit': 50.629 - 12.560 = 38.069.
* Eenheden: Hoewel de eenheid niet expliciet vermeld staat, gaat het gezien de aard van de goederen (aardappelen, groenten) en de Centrale Keuken vrijwel zeker over gewicht in kilogrammen.
* Opvallend detail: Onderaan is een toeslag van 25% (154.433) opgeteld bij het subtotaal (617.731), wat leidt tot een eindtotaal van 772.164. Dit zou kunnen wijzen op een gereserveerde marge voor bederf, een administratieve opslag of een berekening voor toekomstige rantsoenering. Dit document stamt uit maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Keukens werden door de overheid (vaak op gemeentelijk niveau) opgezet om de bevolking van warme maaltijden te voorzien, aangezien voedsel schaars was en op de bon ging.
Het gebruik van een koelhuis was essentieel voor de grootschalige voedselvoorziening om verse producten zoals groenten en fruit langer houdbaar te houden. De enorme hoeveelheid aardappelen (ruim 360 ton) onderstreept dat dit het hoofdbestanddeel was van het volksvoedsel in die tijd. De nauwgezette administratie was noodzakelijk vanwege de strikte distributieregels die door de bezetter en de Nederlandse overheidsorganen (zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) waren opgelegd.