In deze brief verzoekt Mevrouw A. Snoek de marktautoriteiten om officiële toestemming voor hulp bij haar marktkraam. De aanleiding voor dit verzoek is de afwezigheid van haar echtgenoot, die "in dienst is". Ze specificeert dat zij voornamelijk op de Albert Cuypmarkt staat, maar dat de assistentie ook nodig kan zijn op andere markten die zij aandoet. De beoogde assistent wordt expliciet benoemd als haar zwager, H. Snoek. Het document is een formeel verzoekschrift, geschreven in een beleefde en zakelijke toon, typerend voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. ---
De datum van de brief, 4 oktober 1939, is historisch zeer relevant. Slechts een maand eerder, op 1 september 1939, was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken met de Duitse inval in Polen. Nederland had daarop de algemene mobilisatie afgekondigd. De opmerking dat haar man "in dienst is", betekent dat hij als reservist of dienstplichtige was opgeroepen voor het leger om de Nederlandse grenzen te bewaken. Voor marktkooplieden was het indertijd strikt geregeld wie er in de kraam mocht staan; assistentie door familieleden of derden vereiste een officiële vergunning of toestemming van het gemeentelijk Marktwezen. De Albert Cuypmarkt was ook in 1939 al een van de drukst bezochte en belangrijkste markten van Amsterdam. Het adres van de afzendster, de Tilanusstraat, ligt in de Oosterparkbuurt (Amsterdam-Oost).