Archief 745
Inventaris 745-387
Pagina 487
Dossier 1
Jaar 1942
Stadsarchief

Typscript (doorslag of stencil).

Origineel

Typscript (doorslag of stencil). - 8 -

In bovenvermeld geval hebben wij in principe echter niet met één normale, doch met twee verschillende knollen te doen.
Of nu alle moederknollen van de doorwas van Bintje (Bevelander e.a.) ruw worden, of een normaal gegroeide knol niet ruw kan zijn etc. is hiermede nog niet uitgemaakt, en het ligt ook niet op onzen weg dit nader te onderzoeken.
Wèl willen wij opmerken, dat in een partij Bintje steeds ruwe exemplaren worden geconstateerd. Mededeeling no.77 van den Plantenziektenkundigen Dienst zegt hierover op p. 8:
"Een kenmerk van de schil is verder het ruw of glad zijn. Men "dient echter wel in 't oog te houden, dat rassen, die tot de ruw-"schillige worden gerekend, knollen kunnen leveren, die glad van schil " zijn en omgekeerd. Ook de groeiomstandigheden kunnen van invloed zijn "op de gladheid van de schil. Tot de ruvschillige rassen kunnen o.a. "gerekend worden Souvenir, Unicum, Eersteling en Atlas. Rassen als "Eigenheimer en Bintje, hoewel ook hierbij meermalen ruwheid van schil "wordt waargenomen, behooren toch meer bij de gladschillige rassen "thuis".
Van de schil van de Bevelander wordt op p. 22 van deze Mededeeling gezegd:
"Sommige knollen ruw".

De hierboven besproken waarnemingen kunnen naar onze meening van Landbouwkundige beteekenis zijn, in verband met het kiezen van het pootgoed.
Zouden de knollen zich na het poten n.l. gedragen als hierboven gedurende de bewaring werd beschreven, dan zou te verwachten zijn, dat de ruwe knollen voor een overwegend deel zwakke planten zullen voortbrengen.
Hoewel een dergelijk zuiver landbouwkundig teelt- en selectieonderzoek niet meer op den weg ligt van het instituut, hebben wij er ons niettemin van willen overtuigen, of deze verwachting bevestigd wordt.
Van Prof. Spranger werd toestemming verkregen, om een partijtje ruwe en gladde Bintjes op den Proeftuin van het Laboratorium voor Tuinbouwplantenteelt afzonderlijk te doen poten.
Wij gingen uit van Bintjes van dezelfde partij, als die, welke * Wetenschappelijke discussie: De tekst behandelt de variabiliteit in schilstuctuur binnen aardappelrassen. Er wordt geconstateerd dat hoewel rassen als 'Bintje' als gladschillig te boek staan, er vaak ruwe exemplaren voorkomen.
* Hypothese: De auteurs veronderstellen dat ruwe knollen resulteren in "zwakke planten". Dit heeft directe gevolgen voor de selectie van pootgoed.
* Methodologie: Er wordt gerefereerd aan bestaande literatuur (Mededeeling 77 van de Plantenziektenkundige Dienst) en er wordt een eigen proef opgezet in de proeftuin van het Laboratorium voor Tuinbouwplantenteelt om de hypothese te testen.
* Spelling en Stijl: Het gebruik van de "n" in verbogen naamvallen ("den", "onzen") en woorden als "beteekenis" wijst op een tekst van vóór de spellinghervorming van 1947. Dit document is waarschijnlijk een pagina uit een jaarverslag of een wetenschappelijk rapport van een landbouwhogeschool of onderzoeksinstituut (vermoedelijk Wageningen, gezien de vernoemde instanties). De focus op aardappelveredeling en pootgoedselectie is typerend voor het Nederlandse landbouwonderzoek in de eerste helft van de 20e eeuw, waarbij de kwaliteit van exportproducten zoals de 'Bintje' (geïntroduceerd in 1905) nauwlettend werd gemonitord. Professor Spranger (mogelijk J.M.A. Spranger) was verbonden aan de toenmalige Landbouwhogeschool Wageningen.

Samenvatting

  • Wetenschappelijke discussie: De tekst behandelt de variabiliteit in schilstuctuur binnen aardappelrassen. Er wordt geconstateerd dat hoewel rassen als 'Bintje' als gladschillig te boek staan, er vaak ruwe exemplaren voorkomen.
  • Hypothese: De auteurs veronderstellen dat ruwe knollen resulteren in "zwakke planten". Dit heeft directe gevolgen voor de selectie van pootgoed.
  • Methodologie: Er wordt gerefereerd aan bestaande literatuur (Mededeeling 77 van de Plantenziektenkundige Dienst) en er wordt een eigen proef opgezet in de proeftuin van het Laboratorium voor Tuinbouwplantenteelt om de hypothese te testen.
  • Spelling en Stijl: Het gebruik van de "n" in verbogen naamvallen ("den", "onzen") en woorden als "beteekenis" wijst op een tekst van vóór de spellinghervorming van 1947.

Historische Context

Dit document is waarschijnlijk een pagina uit een jaarverslag of een wetenschappelijk rapport van een landbouwhogeschool of onderzoeksinstituut (vermoedelijk Wageningen, gezien de vernoemde instanties). De focus op aardappelveredeling en pootgoedselectie is typerend voor het Nederlandse landbouwonderzoek in de eerste helft van de 20e eeuw, waarbij de kwaliteit van exportproducten zoals de 'Bintje' (geïntroduceerd in 1905) nauwlettend werd gemonitord. Professor Spranger (mogelijk J.M.A. Spranger) was verbonden aan de toenmalige Landbouwhogeschool Wageningen.

Kooplieden in dit dossier 80

A. Cuypstraat 117 b. = 11700 p
76 jaar) 110
Dunne spruiten
Gestripte kabeljauw
Gestripte wijting
Groote schelvisch 50 cm en grooter
Groote schol 50 cm en grooter
Groote tong 37 cm en grooter 0,98
M. Sicma 0,98
Haring en tooters
H.L. --- 4
Kabeljauw 72 cm en grooter
M. Sicma 0,43
M. Sicma 0,83
Alle 80 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2