Archief 745
Inventaris 745-387
Pagina 486
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte pagina uit een wetenschappelijk verslag of proefschrift met opgeplakte zwart-witfoto's.

Origineel

Getypte pagina uit een wetenschappelijk verslag of proefschrift met opgeplakte zwart-witfoto's. - 7 -

[Afbeelding: Foto 3, twee aardappelen met korte uitlopers/spruiten]

Foto 3.

Is de streng afgebroken, dan is het lidteeken veelal nog te on-
derkennen, doch het is dan meestentijds moeilijk macroscopisch ver-
schil te zien met een eventueel afgebroken spruit. Deze kwestie kan
eventueel tijdens den oogst worden uitgewerkt.

Een zeer typisch verschijnsel, dat wij vrij veel aantroffen,
wordt op foto 4. afgebeeld:

[Afbeelding: Foto 4, een aardappel met een duidelijke secundaire vergroeiing en een lange spruit]

Foto 4.

Wij hebben hier te doen met een knol, welke bestaat uit de moeder-
knol van de doorwas, en de doorwas zelve. De eerste is ruw, de laatst-
genoemde glad. De eerste knol levert zwakke spruiten, de doorwas-knol
geeft een sterke spruit te zien.

Het is uit de literatuur bekend, dat verschillende deelen van
een aardappelknol spruiten van verschillende sterkte geven x).

x) John Bushnell: "Variation in vigor of sprouts from quarters of
single tubers". - Botanical Gazette 78- 233-1924 * Inhoud: De tekst beschrijft fysiologische waarnemingen aan aardappelknollen die onderhevig zijn aan "doorwas". Dit is een fenomeen waarbij een knol na een periode van groeistilstand (vaak door droogte) weer gaat groeien, wat resulteert in een vervormde knol met een 'moeder'-gedeelte en een nieuwere uitstulping.
* Wetenschappelijke observatie: De auteur stelt vast dat het oude gedeelte (de moederknol) ruwer is en zwakkere spruiten produceert dan de gladdere secundaire groei (de doorwas-knol), die krachtigere spruiten geeft.
* Terminologie: Er wordt gebruikgemaakt van verouderde spelling zoals "lidteeken" (litteken) en "den oogst", wat kenmerkend is voor de vroege 20e eeuw. De term "macroscopisch" duidt op een visuele inspectie zonder microscoop. Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit de archieven van een landbouwhogeschool of een onderzoeksinstituut voor de aardappelteelt (zoals die in Wageningen). In de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw werd er intensief onderzoek gedaan naar de kwaliteit en kiemkracht van pootgoed.

Het verschijnsel doorwas was een bekend probleem voor boeren, omdat het de marktwaarde en de vitaliteit van de aardappelen beïnvloedde. De verwijzing naar de Amerikaanse onderzoeker John Bushnell (1924) plaatst dit werk in een internationaal kader van fysiologisch onderzoek naar de Solanum tuberosum. De pagina getuigt van de nauwgezette, empirische methode van die tijd: het combineren van directe observatie (foto's) met literatuuronderzoek om biologische variatie te verklaren.

Samenvatting

  • Inhoud: De tekst beschrijft fysiologische waarnemingen aan aardappelknollen die onderhevig zijn aan "doorwas". Dit is een fenomeen waarbij een knol na een periode van groeistilstand (vaak door droogte) weer gaat groeien, wat resulteert in een vervormde knol met een 'moeder'-gedeelte en een nieuwere uitstulping.
  • Wetenschappelijke observatie: De auteur stelt vast dat het oude gedeelte (de moederknol) ruwer is en zwakkere spruiten produceert dan de gladdere secundaire groei (de doorwas-knol), die krachtigere spruiten geeft.
  • Terminologie: Er wordt gebruikgemaakt van verouderde spelling zoals "lidteeken" (litteken) en "den oogst", wat kenmerkend is voor de vroege 20e eeuw. De term "macroscopisch" duidt op een visuele inspectie zonder microscoop.

Historische Context

Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit de archieven van een landbouwhogeschool of een onderzoeksinstituut voor de aardappelteelt (zoals die in Wageningen). In de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw werd er intensief onderzoek gedaan naar de kwaliteit en kiemkracht van pootgoed.

Het verschijnsel doorwas was een bekend probleem voor boeren, omdat het de marktwaarde en de vitaliteit van de aardappelen beïnvloedde. De verwijzing naar de Amerikaanse onderzoeker John Bushnell (1924) plaatst dit werk in een internationaal kader van fysiologisch onderzoek naar de Solanum tuberosum. De pagina getuigt van de nauwgezette, empirische methode van die tijd: het combineren van directe observatie (foto's) met literatuuronderzoek om biologische variatie te verklaren.

Kooplieden in dit dossier 80

A. Cuypstraat 117 b. = 11700 p
76 jaar) 110
Dunne spruiten
Gestripte kabeljauw
Gestripte wijting
Groote schelvisch 50 cm en grooter
Groote schol 50 cm en grooter
Groote tong 37 cm en grooter 0,98
M. Sicma 0,98
Haring en tooters
H.L. --- 4
Kabeljauw 72 cm en grooter
M. Sicma 0,43
M. Sicma 0,83
Alle 80 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2