Getypte rapportpagina (pagina 6).
Origineel
Getypte rapportpagina (pagina 6). Na het seizoen van 1941 (waarschijnlijk 1942 of 1943). - 6 -
degelijk met Bintjes (resp. Bevelanders) te doen hadden.
Wij hebben slechts het feit geconstateerd, dat er bij deze aard-
appelen van het ras Bintje v/h seizoen 1941 een correlatie bestond
tusschen ruwheid van schil en kieming; een absoluut zekere verklaring
voor de oorzaken van dit verschijnsel is er thans nog niet.
Het is uit de literatuur en ervaringen bekend, dat z.g. naald-
spruiten en Virusziekte van den aardappel met elkaar in zeker verband
staan. Dan zou dus hier ook een verband gezocht kunnen worden tusschen
ruwe schil en virus-ziekten. Wij nemen dit echter zonder meer nog niet
aan; eerder meenen wij, dat wellicht twee verschillende vormen van
dunne spruiten onderscheiden moeten worden en wel: 1e de naald-sprui-
ten (welke zich ook in het licht naaldvormig voordoen), en welke dus
mogelijk met een virus in verband staan en
2e dunne spruiten, welke vermoedelijk zwak zijn tengevolge van een
andere oorzaak. Deze oorzaak zou gelegen kunnen zijn in de physiologi-
sche uitputting van de moederknol. Zeer waarschijnlijk mag worden aan-
genomen, dat de ruwe knollen die zijn, welke in het jaar 1940 nog een
tweede knol leverden; de ruwe knol zou dus de moederknol van de door-
wasknol zijn. x)
Wij hebben tezamen met den Heer Hogen Esch een aantal knollen
speciaal op dit punt bezien, en bovenstaande conclusie lijkt gerecht-
vaardigd. Immers, tal van ruwe knollen vertoonen aan de top een streng
waaraan een doorwasknol heeft gezeten. In zoo'n geval is het bewijs
geleverd, dat wij met een knol te doen hebben, welke een nawas voort-
bracht. Foto 3 geeft rechts zoo'n knol te zien naast links een normale.
x) Het is bekend, dat de z.g. "doorwas" zich in het seizoen 1941 in
bijzonder sterke mate heeft voorgedaan, tengevolge van de sterke
droogte-periode, gevolgd door veel regenval. * Wetenschappelijke waarneming: De tekst beschrijft een onderzoek naar een specifiek defect bij Bintje-aardappelen uit de oogst van 1941. De onderzoekers stelden een verband vast tussen een ruwe schil en kiemingsproblemen.
* Hypothesevorming: Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten dunne spruiten:
1. Spruiten veroorzaakt door een virus (naaldspruiten).
2. Spruiten veroorzaakt door "physiologische uitputting".
* Conclusie over "Doorwas": De onderzoekers concluderen dat de ruwe knollen eigenlijk de "moederknollen" zijn die in een eerder stadium (1940) een tweede knol (nawas of doorwas) hebben gevormd. Dit wordt visueel bevestigd door de aanwezigheid van een "streng" aan de top van de knol.
* Sleutelfiguren: De tekst noemt de "Heer Hogen Esch". Dit verwijst zeer waarschijnlijk naar J.A. Hogen Esch, een destijds vooraanstaand deskundige op het gebied van aardappelrassen en keuring in Nederland. Dit document stamt uit de vroege jaren '40, een periode waarin de voedselvoorziening en de kwaliteit van basisgewassen zoals de aardappel van cruciaal belang waren in het bezette Nederland. Het seizoen 1941 wordt specifiek genoemd als een jaar met extreme weersomstandigheden (droogte gevolgd door veel regen), wat leidde tot het fysiologische fenomeen "doorwas". Doorwas ontstaat wanneer de groei van een aardappelknol stopt door droogte en vervolgens weer abrupt start bij regenval, waardoor er nieuwe uitstulpingen of secundaire knollen aan de eerste groeien. Dit onderzoek probeerde de gevolgen hiervan voor de pootgoedkwaliteit in kaart te brengen. De genoemde variëteiten 'Bintje' en 'Bevelander' waren destijds (en Bintje is dat nog lang gebleven) dominante rassen in de Nederlandse akkerbouw.