Handgeschreven ambtelijk advies / memo.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk advies / memo. 6 november 1939. [Linksboven:]
Advies op No. 25/103/M39.
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[Midden:]
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van S. Pinto, pl. 269 AC dient het volgende:
M.i. bestaat geen bezwaar, dat aan het verzoek van Pinto betreffende assistentie op Zaterdagen wordt tegemoetgekomen.
Bedoeling van verzoeker is, dat diens broer hem assisteert.
Bedoelde persoon is momenteel „gesteund”, zoodat hij, zeer terecht, niet als officieele assistent wenscht te worden aangemerkt.
Waar de heer Pinto echter, niettegenstaande zulks herhaaldelijk door mij is gevraagd, geen vasten assistent kan noemen, kan m.i. het verzoek niet worden ingewilligd.
[Rechtsonder:]
Amst 6 Nov. 39
[Handtekening, mogelijk: G. Manschot] Het document is een ambtelijk advies gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de zaak betreft een verzoek van een marktkoopman, S. Pinto (standplaats 269 AC), die toestemming vraagt voor hulp op zaterdagen.
De adviseur signaleert een juridisch-sociaal probleem: de broer die de assistentie zou verlenen, is op dat moment "gesteund". Dit betekent dat hij een werkloosheidsuitkering (steun) ontvangt. Als hij officieel als assistent geregistreerd zou worden, zou hij zijn uitkering verliezen of zou er sprake zijn van officieel loonvormend werk. De broer wil daarom niet als "officieel assistent" te boek staan.
Omdat Pinto weigert of nalaat een "vasten assistent" (iemand die wel officieel geregistreerd kan worden) aan te wijzen, adviseert de ambtenaar om het verzoek af te wijzen. De ambtenaar hanteert hier een strikte bureaucratische lijn: hoewel er inhoudelijk geen bezwaar is tegen hulp, maakt de onwil om een officieel registreerbare kracht te noemen het verzoek onaanvaardbaar. 1. Tijdsgewricht: Het document dateert van november 1939. Dit is de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, maar nog vóór de Duitse inval in mei 1940.
2. Sociaal-economisch: De term "gesteund" verwijst naar het stelsel van de steunverlening uit de jaren '30 (de crisisjaren). De controle op bijverdiensten voor steuntrekkers was extreem streng; wie werkte terwijl hij steun trok, pleegde fraude. Dit verklaart waarom de broer van Pinto niet officieel geregistreerd wilde worden.
3. Joodse geschiedenis: De naam Pinto is een bekende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam. Gezien de datum en de sector (marktwezen) is het zeer waarschijnlijk dat het hier gaat om een Joodse marktkoopman. In deze periode waren veel Joodse Amsterdammers werkzaam op markten zoals het Waterlooplein of de Albert Cuypmarkt.
4. Marktwezen: De afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam hield streng toezicht op de marktkaarten en de identiteit van de personen die in de kramen stonden om illegale handel en onderverhuur tegen te gaan. G. Manschot S. Pinto Gemeente Amsterdam Marktwezen