Brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift). 23 juli 1942. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens dezen getekend: J. L. Thrak). Den Heer J.F. Jansen, Marnixstraat 323 III, Amsterdam ("ALHIER"). (Getypte tekst)
[Rechtsboven handgeschreven:] Markth.
Den Heer J.F. Jansen,
Marnixstraat 323 III,
A_L_H_I_E_R (C).
L.M. 54/21
-1942-
23 Juli 1942.
[Paraaf/krabbel in inkt over de rechterzijde van de kop]
Naar aanleiding van Uw desbetreffend schrijven deel ik U mede, dat gij Uw verzoek om wederom tot de Centrale Markt te worden toegelaten, tegen 1 October 1942 kunt herhalen.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
(get.) J. L. Thrak
[Linksonder handgeschreven in potlood/inkt:]
V. Kremers
Deel 3 hiervan hebben
betrekking op de zaak
Kanneboom
[Paraaf]
[Rechtsonder handgeschreven:]
77 Het document is een zakelijke mededeling van de gemeente Amsterdam aan een particulier, de heer J.F. Jansen. Jansen heeft blijkbaar verzocht om (opnieuw) toegang te krijgen tot de Centrale Markt. De Centrale Markt in Amsterdam was in die tijd de spil van de voedseldistributie. De brief geeft aan dat hij dit verzoek pas per 1 oktober 1942 opnieuw mag indienen, wat in de praktijk een tijdelijke afwijzing of uitstel betekent.
Interessant zijn de handgeschreven notities onderaan. Er wordt verwezen naar een "zaak Kanneboom". De naam Kanneboom is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. Gezien de datum (juli 1942, het begin van de grootschalige deportaties) en de context van markttoegang, is het zeer waarschijnlijk dat deze correspondentie verband houdt met de uitsluiting van Joden uit het economische leven of het overnemen van hun zaken door niet-Joden. In juli 1942 was de Duitse bezetting van Nederland in een grimmige fase beland. De overheid, inclusief gemeentelijke apparaten, stond onder strikt toezicht van de bezetter. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" hield zich bezig met de distributie van schaarse goederen. Toegang tot de Centrale Markt was strikt gereguleerd; Joodse handelaren waren al grotendeels uitgesloten.
Het feit dat de brief gericht is aan een persoon in de Marnixstraat en melding maakt van de "zaak Kanneboom" suggereert dat dit document deel uitmaakt van een groter dossier over de 'arisering' of het beheer van handelsposities op de markt tijdens de oorlog. De administratieve precisie (met referentienummers en verwijzingen naar andere dossierdelen) is kenmerkend voor de bureaucratische afhandeling van de onteigening en uitsluiting die in deze periode plaatsvond. J.F. Jansen L. Thrak V. Kremers Gemeente Amsterdam