Handgeschreven geleidebriefje / interne notitie.
Origineel
Handgeschreven geleidebriefje / interne notitie. J.D. (gezien de initialen onderaan). # 67 [doorgehaald: Ben] C.C.C.D. in Verbinding Met.
In bijlage [doorgehaald: heb ik de eer U te ] doe
ik U toekomen een afschrift van een
rapport van den contr. B. Velthuis van mijn
dienst betreffende H.G. Dinkgreve.
J.D. * Handschrift: Het document is geschreven in een vlot, enigszins informeel ambtelijk cursiefschrift dat kenmerkend is voor de midden-20e eeuw in Nederland.
* Tekstuele aanpassingen: Er is een opvallende zelfcorrectie in de tweede regel. De schrijver begint met een zeer formele, bijna protocollaire zinswending ("heb ik de eer U te..."), maar breekt deze halverwege af en streept hem door. Hij vervolgt met een directere formulering ("doe ik U toekomen"). Dit duidt op een verschuiving van een strikt formele naar een meer zakelijke, efficiënte communicatiestijl binnen de betreffende dienst.
* Terminologie:
* C.C.C.D.: Deze afkorting verwijst naar de context waarin de notitie is opgesteld, waarschijnlijk een naoorlogse overheidsdienst.
* Contr.: Afkorting voor 'controleur', een functie die veel voorkwam bij opsporings- en zuiveringsdiensten.
* Afschrift: Een kopie van een officieel document. Dit briefje functioneert als een begeleidend schrijven bij een dossierstuk. De inhoud wijst op de periode van de Bijzondere Rechtspleging of de Politieke Opsporing direct na de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De genoemde H.G. Dinkgreve is zeer waarschijnlijk Hendrikus Gijsbertus Dinkgreve (1894-1961), een journalist en prominent lid van de NSB. Dat er door een controleur van een "dienst" een rapport over hem is opgesteld, past in het kader van het onderzoek naar zijn handelen tijdens de bezettingsjaren. De afkorting C.C.C.D. duidt mogelijk op een specifiek onderdeel van de economische of politieke opsporingsapparatuur die in die tijd belast was met de afwikkeling van oorlogsdossiers. B. Velthuis H.G. Dinkgreve NSB