Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 255
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.

9 november 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Dossier: 25/145/8

Origineel

Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 9 november 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:] Zien M. de Boer.
[Handgeschreven middenboven:] extra.

DV.
25/208/2 M.

9 November 1939

den Heer J.M.J.A. Helleganger
Ten Katestraat 67 hs.
Amsterdam-W.
Wijk 12.

Mij is gerapporteerd, dat U zich op 26 October jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft laten assisteren, terwijl U daarvoor dezerzijds geen toestemming is verleend. Onder verwijzing naar mijn brief d.d. 24 Augustus j.l. (No. 25/145/8 M.) bericht ik U, dat ik U, in verband met dit feit, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, voorwaardelijk heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van een dag. Deze straf zal ten uitvoer worden gelegd, indien U zich binnen één jaar na dato dezes andermaal aan een laakbare handeling op een der markten hier ter stede schuldig maakt, onverminderd de straf, die alsdan op het nieuwe feit zal worden gesteld.

De Directeur, Deze brief betreft een formele berisping en een voorwaardelijke strafoplegging aan een marktkraamhouder, de heer Helleganger.

  • De overtreding: De heer Helleganger heeft zich op de Albert Cuypmarkt laten helpen ("assisteren") door iemand anders zonder daar de vereiste ambtelijke toestemming voor te hebben. Dit gebeurde op 26 oktober 1939.
  • De straf: Een ontzegging van het recht om een dag op de markt te staan.
  • Voorwaardelijk karakter: De straf wordt niet direct uitgevoerd. Er geldt een proeftijd van één jaar. Als de geadresseerde binnen dit jaar opnieuw een overtreding ("laakbare handeling") begaat, wordt de straf alsnog uitgevoerd, bovenop de straf voor het nieuwe vergrijp.
  • Juridische basis: De directeur beroept zich op artikel 39, lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'. Uit de brief blijkt dat er in augustus van datzelfde jaar al een eerdere waarschuwing of correspondentie over dit onderwerp is geweest. De brief dateert van november 1939, een periode waarin Nederland nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog (de Duitse inval volgde in mei 1940). Het document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten in die tijd.

De Albert Cuypmarkt was toen al een centrale en drukbezochte plek. Het marktbestuur hield streng toezicht op wie er achter de kramen stond; assistentie was aan strenge regels gebonden, waarschijnlijk om onderverhuur of illegale handel tegen te gaan en de orde te handhaven. De vermelding "Wijk 12" bij het adres van de ontvanger (Ten Katestraat, nabij de andere grote markt in Amsterdam-West) verwijst naar de toenmalige administratieve indeling van de stad. De handgeschreven notitie "extra." suggereert dat dit exemplaar wellicht een extra kopie was voor de administratie of een specifieke functionaris. De aantekening "Zien M. de Boer." is een interne instructie, mogelijk voor een opzichter of administratief medewerker. Helleganger heeft (De heer) J.M.J.A. Helleganger M. de Boer W. Marktwezen

Samenvatting

Deze brief betreft een formele berisping en een voorwaardelijke strafoplegging aan een marktkraamhouder, de heer Helleganger.

  • De overtreding: De heer Helleganger heeft zich op de Albert Cuypmarkt laten helpen ("assisteren") door iemand anders zonder daar de vereiste ambtelijke toestemming voor te hebben. Dit gebeurde op 26 oktober 1939.
  • De straf: Een ontzegging van het recht om een dag op de markt te staan.
  • Voorwaardelijk karakter: De straf wordt niet direct uitgevoerd. Er geldt een proeftijd van één jaar. Als de geadresseerde binnen dit jaar opnieuw een overtreding ("laakbare handeling") begaat, wordt de straf alsnog uitgevoerd, bovenop de straf voor het nieuwe vergrijp.
  • Juridische basis: De directeur beroept zich op artikel 39, lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'. Uit de brief blijkt dat er in augustus van datzelfde jaar al een eerdere waarschuwing of correspondentie over dit onderwerp is geweest.

Historische Context

De brief dateert van november 1939, een periode waarin Nederland nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog (de Duitse inval volgde in mei 1940). Het document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten in die tijd.

De Albert Cuypmarkt was toen al een centrale en drukbezochte plek. Het marktbestuur hield streng toezicht op wie er achter de kramen stond; assistentie was aan strenge regels gebonden, waarschijnlijk om onderverhuur of illegale handel tegen te gaan en de orde te handhaven. De vermelding "Wijk 12" bij het adres van de ontvanger (Ten Katestraat, nabij de andere grote markt in Amsterdam-West) verwijst naar de toenmalige administratieve indeling van de stad. De handgeschreven notitie "extra." suggereert dat dit exemplaar wellicht een extra kopie was voor de administratie of een specifieke functionaris. De aantekening "Zien M. de Boer." is een interne instructie, mogelijk voor een opzichter of administratief medewerker.

Genoemde Personen 4

Helleganger heeft (De heer) J.M.J.A. Helleganger M. de Boer W.

Locaties

Albert Cuypmarkt Ten Katemarkt

Producten

Dieren: Kat Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3