Typoscript (doorslag of kopie van een officiële brief) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Typoscript (doorslag of kopie van een officiële brief) met handgeschreven kanttekeningen. 18 november 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse Marktdienst). Den Heer S. Pinto, Govert Flinckstraat 361 I, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, rechtsboven:] 2 ex. Th. de Haas.
[Handgeschreven, middenboven:] extra
[Links:] VP/HG.
25/12/2 M.
[Rechts:] 18 November 1939.
[Adresblok:]
den Heer S. Pinto,
Govert Flinckstraat 361 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 1 dezer verleen ik U hierbij, in verband met Uw gezondheidstoestand, gedurende ten hoogste drie maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig een plaats op de markt Albert Cuypstraat te bezetten.
[Ondertekening:]
De Directeur, De brief is een formeel administratief besluit gericht aan een marktkoopman genaamd S. Pinto. Uit de tekst blijkt dat Pinto op 1 november 1939 een verzoek heeft ingediend om tijdelijk ontheven te worden van zijn staanplaatsverplichting op de Albert Cuypmarkt.
In die tijd gold voor marktkooplieden de strikte regel dat zij hun toegewezen plek persoonlijk en regelmatig moesten innemen om hun vergunning te behouden. Wegens medische redenen ("gezondheidstoestand") krijgt de heer Pinto hier officieel uitstel voor een periode van maximaal drie maanden. De handgeschreven notitie "extra" en de vermelding van "2 ex." (twee exemplaren) duiden op de administratieve verwerking van het dossier. Het document dateert van november 1939, enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar vóór de Duitse inval in Nederland. Voor de Amsterdamse marktwereld was dit een periode van onzekerheid en mobilisatie.
De naam 'Pinto' is een veelvoorkomende Sefardisch-Joodse naam. De Albert Cuypmarkt en de omliggende buurt (De Pijp) kenden in 1939 een aanzienlijke Joodse populatie en veel Joodse marktkooplieden. De adresvermelding "Govert Flinckstraat 361 I" plaatst de ontvanger op loopafstand van de markt waar hij werkzaam was. Dit soort documenten is van historisch belang voor het reconstrueren van de levens van individuele burgers en ondernemers aan de vooravond van de bezetting, waarbij dergelijke vergunningen en ontheffingen later onder de anti-Joodse maatregelen van de bezetter geheel anders zouden worden behandeld. S. Pinto