Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 260
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijke brief (doorslag/doorschrijfkopie op doorslagpapier).

12 februari 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Althier. Dossier: 811

Origineel

Ambtelijke brief (doorslag/doorschrijfkopie op doorslagpapier). 12 februari 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Althier. [Handgeschreven, middenboven:] verzonden 12/2
[Handgeschreven, rechtsboven:] A. [onleesbaar]
[Handgeschreven, rechtsboven:] [Paraaf]
[Getypt, rechtsboven:] VD/HG.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l t h i e r .

85/6/1 M. 1 12 Februari 1942.
Intrekking vergunning plaatsen
kramen buiten de markturen.

In bijlage dezes heb ik de eer U een opgave te doen toe-
komen van een aantal personen, aan wie in het jaar 1938 (onder No.
811 L.M.1938) door Burgemeester en Wethouders vergunning is verleend
tot het plaatsen van kramen c.a. op de markten voor markttijd. Deze
vergunninghouders hebben sedert maanden geen gebruik van hun vergun-
ning gemaakt, reden waarom ik U voorstel genoemde vergunningen door
den Burgemeester te doen intrekken. De met x gemerkte personen heb-
ben mij medegedeeld, dat zij op het behoud der onderhavige vergun-
ning niet langer prijs stellen. De overige 2 vergunninghouders zijn
dezerzijds twee maal opgeroepen om te mijnen kantore te komen, aan
welke oproepingen zij geen gevolg hebben gegeven. Ik neem aan, dat
deze verhuurders ook niet langer prijs stellen op handhaving hunner
vergunning.
Intrekking der onderhavige vergunningen heeft administra-
tieve besparing tengevolge.

De Directeur,

--- In deze brief adviseert de directeur van een gemeentelijke dienst aan de wethouder voor Levensmiddelen om een aantal specifieke marktvergunningen in te trekken. Het gaat om vergunningen die in 1938 zijn verleend voor het plaatsen van kramen vóór de officiële markttijd ("voor markttijd").

De argumentatie is drieledig:
1. Inactiviteit: De vergunninghouders maken al maanden geen gebruik meer van hun recht.
2. Expliciete afstand: Een deel van de houders heeft zelf aangegeven de vergunning niet meer nodig te hebben.
3. Impliciete afstand: Twee houders reageren niet op herhaalde oproepen, waaruit wordt geconcludeerd dat zij geen belang meer hebben bij de vergunning.

De directeur sluit af met een pragmatisch argument: het intrekken van ongebruikte vergunningen vermindert de administratieve rompslomp.

--- Het document dateert van februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" is in deze periode van groot belang, aangezien de voedselvoorziening en distributie (bonkaarten, rantsoenering) strikt gereguleerd waren door de overheid.

Hoewel de brief op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt (het opschonen van het vergunningenregister), kan de context van de oorlog meespelen. Door schaarste, beperkingen op handel en mogelijk het verdwijnen van marktkooplieden (bijvoorbeeld door de Jodenvervolging of tewerkstelling) werden veel marktactiviteiten gestaakt. Het feit dat vergunningen uit 1938 in 1942 ongebruikt zijn, is een directe afspiegeling van de veranderde economische en maatschappelijke omstandigheden onder de bezetting. Marktwezen

Samenvatting

In deze brief adviseert de directeur van een gemeentelijke dienst aan de wethouder voor Levensmiddelen om een aantal specifieke marktvergunningen in te trekken. Het gaat om vergunningen die in 1938 zijn verleend voor het plaatsen van kramen vóór de officiële markttijd ("voor markttijd").

De argumentatie is drieledig:
1. Inactiviteit: De vergunninghouders maken al maanden geen gebruik meer van hun recht.
2. Expliciete afstand: Een deel van de houders heeft zelf aangegeven de vergunning niet meer nodig te hebben.
3. Impliciete afstand: Twee houders reageren niet op herhaalde oproepen, waaruit wordt geconcludeerd dat zij geen belang meer hebben bij de vergunning.

De directeur sluit af met een pragmatisch argument: het intrekken van ongebruikte vergunningen vermindert de administratieve rompslomp.


Historische Context

Het document dateert van februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" is in deze periode van groot belang, aangezien de voedselvoorziening en distributie (bonkaarten, rantsoenering) strikt gereguleerd waren door de overheid.

Hoewel de brief op het eerste gezicht een louter administratieve kwestie lijkt (het opschonen van het vergunningenregister), kan de context van de oorlog meespelen. Door schaarste, beperkingen op handel en mogelijk het verdwijnen van marktkooplieden (bijvoorbeeld door de Jodenvervolging of tewerkstelling) werden veel marktactiviteiten gestaakt. Het feit dat vergunningen uit 1938 in 1942 ongebruikt zijn, is een directe afspiegeling van de veranderde economische en maatschappelijke omstandigheden onder de bezetting.

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6