Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 450
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Concept-brief (Typscript met handgeschreven kanttekeningen en correcties).

17 juni 1942.

Origineel

Concept-brief (Typscript met handgeschreven kanttekeningen en correcties). 17 juni 1942. [Getypte tekst bovenaan]
C O N C E P T .
Amsterdam, 17 Juni 1942.

Aanvulling Reglement op de Centrale Markt met voorschriften inzake wanbetalers.

den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r ,

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat terzake van het euvel der wanbetalingen op de Centrale Markt en de maatregelen ter bestrijding ervan destijds een uitvoerig onderzoek heeft plaatsgehad. Kortheidshalve moge ik U verwijzen naar de hieromtrent genoemde correspondentie (vide onder andere mijn brieven van 28 December 1937; 12 April 1938; 18 October 1938; en 30 Maart 1939, No’s. 87/3/11 L.M.1937; 87/2 M.1938 en 87/10/2 M. 1939 en Uw No. 630 L.M.1937).

Deze aangelegenheid was destijds door den handel, in samenwerking met mijn dienst geheel voorbereid en uitgewerkt en zou dan ook, met als noodzakelijk sluitstuk de aanvulling van artikel 35 van het Reglement op de Centrale Markt, worden ingevoerd, doch op het laatste moment bleek, dat enkele kleinhandelsorganisaties niet bereid waren om hun medewerking te verleenen, zoodat de handel niet kon voldoen aan den brief van een van Uw Ambtsvoorgangers d.d. 28 Maart 1939 No. 630 L.M.1937 aan den Voorzitter van de Federatie van Groothandelaren in Aardappelen, Groenten en Fruit.

De ordening van de betaling op de Centrale Markt in den vorm van centrale betaling is thans opnieuw onder de aandacht gekomen onder meer door het stelsel van den centralen verkoop van stapelproducten met contante betaling in den afgeloopen winter, welk stelsel buitengewoon goed heeft voldaan. Ook de Vebena verkoopt haar aardappelen aan den kleinhandel slechts tegen contante betaling. ~~De tijd is daarom naar mijn meening thans bijzonder geschikt om tot ordening van het betalingswezen voor groenten en fruit over te gaan.~~ De mogelijkheid ~~hiertoe~~ is hiertoe zooveel gunstiger geworden, omdat thans slechts één categorie van verkoopers op de Centrale Markt optreedt, namelijk de grossiers.

De twee zwakke punten, die in de vroeger opgestelde regeling voorkwamen, namelijk de kleinhandelsveiling en de markttuinders, zijn namelijk inmiddels automatisch vervallen. Zooals U bekend is, moeten de markttuinders sedert 5 Mei 1941 veilen en de Veiling verkoopt thans uitsluitend aan groothandelaren.

Ik heb de onderhavige aangelegenheid opnieuw besproken met vertegenwoordigers van den kleinhandel, waarbij is gebleken, dat de leidende figuren van dezen handel voorstander zijn van een betalingsregeling, doch dat in vergaderingen van den kleinhandel hiervoor toch geen meerderheid was te verwerven. Ik ben echter van meening, dat ~~voor~~ de ordening van den handel op de Centrale Markt zoo belangrijke zaak niet mag afstuiten omdat enkele kleinhandelaren er zich tegen verzetten. ~~De groothandel heeft zich voor de uitvoering van de regeling gewend tot de Directie van den Nederlandsche Middenstandsbank, welke bankinstelling, in den afgeloopen winter met den verkoop van stapelproducten reeds een zoo uitgebreid werkterrein op de Centrale Markt heeft gevonden. Door de grossiers en de Bank is~~

[Handgeschreven tekst in de linker marge]
Er is trouwens op de C.M. een algemeene tendenz in alle richting van contante betaling – ook op groentegebied (hetgeen verband houdt met de huidige schaarschte) – merkbaar. Men zou hieruit kunnen concludeeren, dat momenteel aan een betalingsregeling weinig behoefte bestaat, hetgeen in de praktijk ook inderdaad het geval zal blijken te zijn. Desniettemin acht ik het gewenscht om toch een regeling te treffen, omdat de handel zich nu naar op dit gebied uitgevaardigde richtlijnen makkelijker zal schikken, dan op in normale tijden het geval zou zijn. Juist op dit oogenblik zal de handel dus als het ware aan de onderhavige regeling wennen. Dit document is een ambtelijk concept waarin de problematische betalingsdiscipline op de Centrale Markt in Amsterdam wordt besproken. Uit de tekst blijkt dat er al sinds 1937 pogingen werden ondernomen om een systeem van centrale/contante betaling in te voeren om wanbetaling door kleinhandelaren tegen te gaan.

De kern van het betoog is dat de omstandigheden in 1942 (tijdens de bezetting) gunstig zijn om deze regeling alsnog door te voeren. De redenen hiervoor zijn:
1. Vereenvoudiging van de marktstructuur: Door nieuwe regels (sinds mei 1941) treden alleen nog grossiers op als verkopers; de markttuinders zijn verplicht via de veiling te verkopen.
2. Gewenning door schaarste: Door de oorlogsschaarste is contante betaling de feitelijke norm geworden. De schrijver redeneert dat hoewel er nu "weinig behoefte" lijkt aan een formele regeling (omdat iedereen toch al contant betaalt), dit juist hét moment is om de regelgeving vast te leggen. Men verwacht minder weerstand van de kleinhandel nu de praktijk er toch al naar is.

Opvallend is de rol van de Nederlandsche Middenstandsbank (NMB), die blijkbaar al ervaring had opgedaan met de financiële afwikkeling van stapelproducten op de markt. Het document dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke aangelegenheid onder strikt toezicht van de overheid (Rijksbureau voor de Voedselvoorziening).

De "Centrale Markt" (de voorloper van het huidige Food Center aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de Amsterdamse voedseldistributie. De schaarste waar de auteur naar verwijst ("huidige schaarschte") zorgde ervoor dat de machtspositie verschoof van de koper naar de verkoper, waardoor contante betaling afgedwongen kon worden.

De tekst illustreert de bureaucratische continuïteit: een probleem dat voor de oorlog onoplosbaar leek door politiek-maatschappelijke weerstand (onwil van kleinhandelsorganisaties), werd tijdens de bezetting met een beroep op de gewijzigde marktomstandigheden en centralisatie alsnog doorgevoerd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk concept waarin de problematische betalingsdiscipline op de Centrale Markt in Amsterdam wordt besproken. Uit de tekst blijkt dat er al sinds 1937 pogingen werden ondernomen om een systeem van centrale/contante betaling in te voeren om wanbetaling door kleinhandelaren tegen te gaan.

De kern van het betoog is dat de omstandigheden in 1942 (tijdens de bezetting) gunstig zijn om deze regeling alsnog door te voeren. De redenen hiervoor zijn:
1. Vereenvoudiging van de marktstructuur: Door nieuwe regels (sinds mei 1941) treden alleen nog grossiers op als verkopers; de markttuinders zijn verplicht via de veiling te verkopen.
2. Gewenning door schaarste: Door de oorlogsschaarste is contante betaling de feitelijke norm geworden. De schrijver redeneert dat hoewel er nu "weinig behoefte" lijkt aan een formele regeling (omdat iedereen toch al contant betaalt), dit juist hét moment is om de regelgeving vast te leggen. Men verwacht minder weerstand van de kleinhandel nu de praktijk er toch al naar is.

Opvallend is de rol van de Nederlandsche Middenstandsbank (NMB), die blijkbaar al ervaring had opgedaan met de financiële afwikkeling van stapelproducten op de markt.

Historische Context

Het document dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke aangelegenheid onder strikt toezicht van de overheid (Rijksbureau voor de Voedselvoorziening).

De "Centrale Markt" (de voorloper van het huidige Food Center aan de Jan van Galenstraat) was de spil van de Amsterdamse voedseldistributie. De schaarste waar de auteur naar verwijst ("huidige schaarschte") zorgde ervoor dat de machtspositie verschoof van de koper naar de verkoper, waardoor contante betaling afgedwongen kon worden.

De tekst illustreert de bureaucratische continuïteit: een probleem dat voor de oorlog onoplosbaar leek door politiek-maatschappelijke weerstand (onwil van kleinhandelsorganisaties), werd tijdens de bezetting met een beroep op de gewijzigde marktomstandigheden en centralisatie alsnog doorgevoerd.

Kooplieden in dit dossier 1

M. Soep Uilenburg

Gerelateerde Documenten 6