Administratief rapport / Dienstbrief.
Origineel
Administratief rapport / Dienstbrief. 11 t/m 20 november 1939. [Stempel linksboven]
Nº 25/221/1 M. 1939 15/11
[Rechtsboven]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[Midden]
Rapport
Niettegenstaande afwijzing van het verzoek
door den M.W. betreffende extra assistentie,
bovendien schriftelijke waarschuwing door
den M.W. (zie nº 107/1 M.39), blijft de marktkoop-
man J. van Os pl. 55 A.C. nog wel dagelijks
doorgaan zich door een derden te doen assis-
teeren.
Verzochte maatregelen U.z.
[Rechtsmidden]
Amst. 11 Nov. 39.
[Handtekening, vermoedelijk J. Pennock]
[Linksmidden, annotaties]
25/107/1 st dd. 2/10/39
2e waarsch.
Jodenbreestraat 11 II
[Onderaan]
1 dag voorwaardelijk straffen.
15-11-'39
[Handtekening, vermoedelijk De Boer]
Accoord ↑
17-11-'39
[Initialen]
[Rechtsonder in rood]
25/221/2 M
20/11/39 HJ Dit document is een intern rapport van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen uit november 1939. De kern van de zaak is een overtreding door marktkoopman J. van Os, die een standplaats (nummer 55 A.C., mogelijk Albert Cuyp) beheerde.
Uit de tekst blijkt dat Van Os eerder had verzocht om "extra assistentie" (hulp bij de kraam), wat door het Marktwezen (afgekort als M.W.) was afgewezen. Ondanks een eerdere officiële schriftelijke waarschuwing op 2 oktober 1939, bleef hij de regels overtreden door zich dagelijks te laten assisteren door een onbevoegde derde. De rapporteur vraagt om maatregelen.
De afhandeling is zichtbaar in de kantlijn en onderaan: er wordt een straf voorgesteld van "1 dag voorwaardelijk". Dit voorstel gaat langs verschillende schijven: opgesteld op 11 november, gesanctioneerd op 15 november, en definitief goedgekeurd ('Accoord') op 17 november. De administratieve verwerking werd afgerond op 20 november 1939. In de jaren dertig en veertig was de regelgeving voor marktkooplieden in Amsterdam streng. Standplaatsen moesten in principe persoonlijk worden ingenomen door de vergunninghouder om onderverhuur of illegale handel te voorkomen. Hulp mocht alleen aanwezig zijn met uitdrukkelijke toestemming van de marktmeester.
De vermelding van de Jodenbreestraat 11 II is saillant; dit was destijds een drukbevolkte straat in de Joodse buurt van Amsterdam. Veel marktkooplieden van de nabijgelegen markten (zoals het Waterlooplein of de vroege Albert Cuyp) woonden in deze omgeving. De datum, november 1939, plaatst het document in de periode van de mobilisatie, vlak voor de Duitse inval in mei 1940. In deze periode nam de administratieve druk op de Joodse bevolking en hun economische activiteiten in Amsterdam al toe, al vertoont dit specifieke document nog een reguliere markt-disciplinaire afhandeling. J. Pennock J. van Os Marktwezen