Archiefdocument
Origineel
4) Afvoering van de 'zwarte lijst' vindt plaats, wanneer de debiteur ~~al~~ zijn schuld heeft ~~af~~ betaald, of terzake alsnog een ~~akkoord~~ door de Commissie redelijk geachte afbetalingsregeling aangaat (in welk geval plaatsing op de 'grijze lijst' optreedt).
Teneinde te bewerken, dat dit stelsel, dat inderdaad het credietwezen op de Centrale Markt ~~volkomen~~ op een juiste wijze kan regelen, ook ~~toch op den duur~~ doorgevoerd kan worden, is het noodig, dat ~~aan~~ de personen, wier naam op de bovenbedoelde 'zwarte lijst' is geplaatst, de ~~toegang~~ tot de Centrale Markt kan worden ontzegd. Kan dat niet, dan kunnen deze personen voortgaan met zich op de Centrale Markt te voorzien bij de niet-aangesloten grossiers (waarvan ~~een aantal zal~~ althans een groot gedeelte ~~zullen~~ blijven), maar vooral ook bij de Veiling, die uitsluitend tegen contante betaling verkoopt en daarom bij aansluiting bij 'Pecunia' geen belang heeft en voorts bij de tuinders, voor wie hetzelfde geldt als voor de Veiling. Bovendien zijn de tuinders veelal zeer arm.
Als sluitstuk op het vorenomschreven stelsel kan naar mijn meening het beste dienen, de regeling, die U in mijn bovenaangehaald rapport d.d. 28 December jl. (No. 87/3/11M) werd voorgesteld. Daardoor wordt het mogelijk, dat ik - alvorens den wanbetaler uit te sluiten - de zaak nog eens zelfstandig onderzoek, hetgeen een nuttige controle geeft op de Commissie, met wier werk ~~de~~ mijn dienst zich overigens niet bemoeit. ~~Bovendien~~ blijft ~~bij~~ de desertijds voorgestelde bepaling ~~bij~~ de mogelijkheid bestaan, dat ook een niet-georganiseerde grossier zich om hulp tegen een wanbetaler tot mij wendt; de Gemeentelijke regeling ~~en~~ sanctionneert dus niet uitsluitend de...
[In de linkermarge:]
! Zoodat de contributie van 'Pecunia' en het feit dat zij dan aan boetebepalingen zouden zijn onderworpen voor hen onaannemelijk zijn, vooral nu zij bij de regeling zelf geen belang hebben. De kern van dit document betreft het beheersen van het kredietrisico op een "Centrale Markt" (waarschijnlijk een groente- en fruitmarkt). De auteur stelt een systeem voor met een 'zwarte lijst' voor wanbetalers en een 'grijze lijst' voor debiteuren die een afbetalingsregeling hebben getroffen.
Het grote probleem dat de schrijver signaleert, is de handhaving: als wanbetalers niet fysiek van de markt geweerd kunnen worden, kunnen zij eenvoudigweg inkopen blijven doen bij partijen die buiten de regeling van de organisatie 'Pecunia' vallen, zoals niet-aangesloten grossiers, de Veiling (die alleen contant werkt) of direct bij de individuele tuinders.
De auteur stelt voor dat hijzelf (als hogere instantie of toezichthouder) een laatste toetsende rol krijgt voordat iemand definitief wordt uitgesloten. Dit dient als controle op de "Commissie" en opent de deur voor niet-georganiseerde handelaren om ook bescherming tegen wanbetalers te zoeken via deze gemeentelijke regeling. Dit document biedt een interessant inkijkje in de ordening van de handel in de vroege 20e eeuw. In die tijd ontstonden er veel coöperaties en brancheorganisaties (zoals hier "Pecunia" en de "Commissie") om de risico's van de vrije markt te beperken.
De "Centrale Markt" verwijst hoogstwaarschijnlijk naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934), waar dergelijke strikte reglementen en het beheer van debiteurenlijsten essentieel waren voor het functioneren van de groothandel. De vermelding van "arme tuinders" illustreert de kwetsbare positie van de producenten in de keten, die vaak gedwongen waren direct voor contanten te verkopen om te overleven, waardoor zij buiten de collectieve kredietbescherming vielen. De tekst toont de overgang van informele afspraken naar een officieel gesanctioneerde "Gemeentelijke regeling".