Getypt inspectierapport met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypt inspectierapport met handgeschreven kanttekeningen. 19 juni 1942. Den Heer Bedrijfschef van het Marktwezen (Amsterdam). [Handgeschreven tekst bovenaan in rood/bruin]:
Dossier Aanvoer veilingen naar Amsterdam “Juni 42” maken bij andere rapporten Felthuis
R A P P O R T
Op Vrijdag 19 Juni 1942, heb ik, ondergeteekende, controleur, B. Felthuis wederom eenige veilingen bezocht in verband met den aanvoer van groenten voor Amsterdam, afkomstig van deze veilingen. Hierbij is het volgende gebleken.
Den aanvoer van groente aan de "Loosduinsche Groenteveiling" (niet te verwarren met de Cooperatieve groenteveiling te Loosduinen) is sedert de laatste maanden zeer slecht geweest. Bij het vergelijken van de statistiek van deze veiling van het de vorige jaren en van dit jaar is ondermeer het volgende gebleken. Op 18 Juni 1941 was aangevoerd 48.000 stuks bloemkool. Op 18 Juni 1942 was de aanvoer van bloemkool circa 8000 stuks. Komkommers op 18 Juni 1941 was aangevoerd 56.000 stuks. Op 18 Juni 1942 was dit 29.000 stuks. Met de tomaten was het nog erger gesteld. Hiervan was op 18 Juni 1941 aangevoerd 82.600 pond, terwijl het 18 Juni 1942 slechts 3200 pond was. Van de 8000 bloemkolen welke op 18 Juni 1942 aangevoerd zijn is voor Amsterdam circa 1200 stuks geleverd. Van de 2.700 bos peen heeft Amsterdam circa 300 bos gehad. Op deze veiling zijn de volgende grossiers in de verdeeling opgenomen, te weten: J. Biesheuvel, L en G. van Smeerdijk, J. Harte, P. Kars en J. Bekker, terwijl ook de grossier Dikstaal wel eens wat toegewezen krijgt. Van de zijde van het bestuur van deze veiling werd opgemerkt, dat Amsterdam mogelijk nog producten aangevoerd kon krijgen van veilingen die ver afgelegen zijn zooals b.v. Venlo en Zwijndrecht, ware het niet, dat het vervoer vandaar te duur zou zijn. Men achtte het van belang in overweging te nemen om de grossiers van Amsterdam in de vervoerkosten te gemoet te komen om zoodoende het koopen aan ver afgelegen veilingen mogelijk te maken.
[Handgeschreven in linker marge, met rode lijn]: Met Dijkstra besproken
Grossier Biesheuvel, die zich aan de veiling te Loosdrecht bevond en met wien dit plan nader werd besproken, zou hiervan den heer Dijkstra, voorzitter van de grossiersvereeniging te Amsterdam, in kennis stellen en hem verzoeken dit plan te bespreken met den directeur van het Marktwezen.
Ook aan de veiling te Veur, bleek dat den aanvoer van heden beduidend minder is vergeleken bij andere jaren. Als een belangrijke factor voor Amsterdam werd mij hier tevens nog medegedeeld, dat voorheen 70% van de kooplieden aldaar van Amsterdam kwamen, terwijl het nu hoogstens 10% is. Ook hier bleek aan de hand van de statistiek, dat de aanvoer minstens 90% minder is. Bijvoorbeeld: In dit seizoen is aangevoerd 80.000 kas-bloemkolen. Voorheen was het gemiddeld 600.000.
De stand van zaken aan de Leidsche Cooperatieve Veiling was niet beter. Vroeger werd daar per dag ongeveer 30.000 bloemkolen ingezonden, terwijl het nu hoogstens 3.000 stuks zijn. Aanvoer van sla was in 1939 circa 1.145.000 krop en thans was dit 940.000. Postelijn in 1939 30.000 k.g. en thans 15.000 k.g.
De veiling te Rijnsburg bleek voor Amsterdam nog niet van groote beteekenis aangezien daar blijkbaar meer koudegrond producten vandaan komen.
Ook aan bovengenoemde veilingen was men van meening, dat het groote tekort aan groenten zijn oorzaak vindt in het feit, dat het weer buitengewoon ongunstig is geweest voor de tuinbouw. Ook werd er nog op gewezen, dat het zaad voor verschillende producten erg duur is en soms in het geheel niet verkrijgbaar.
Amsterdam 19 Juni 1942
Controleur,
[Handtekening: Felthuis]
Den Heer Bedrijfschef
van het Marktwezen.
[Stempel onderaan]: No 111/1/3 M. 1942 25/7
[Initialen in rood links onder]: Grb Dit rapport schetst een somber beeld van de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. De kernpunten zijn:
- Dramatische afname in aanvoer: De cijfers tonen een enorme daling in vergelijking met het voorgaande jaar (1941) en de vooroorlogse periode (1939). Met name tomaten (van 82.600 naar 3.200 pond) en bloemkool (van 48.000 naar 8.000 stuks op één dag) laten een schrikbarende krimp zien.
- Logistieke problemen: Er wordt gesproken over het halen van groenten uit Venlo of Zwijndrecht, maar de transportkosten vormen een barrière. Er wordt voorgesteld om grossiers hierin financieel tegemoet te komen.
- Oorzaken: De officieel opgegeven redenen zijn "buitengewoon ongunstig weer" en een tekort aan (duur) zaaigoed. Echter, in de context van 1942 speelden ook de Duitse opeisingen en de zwarte handel een grote rol, hoewel die in dit officiële rapport niet expliciet worden genoemd als hoofdoorzaak.
- Bureaucratie: Het document toont de nauwe controle van de gemeente (Marktwezen) op de voedselstromen en de rol van specifieke grossiersverenigingen. In juni 1942 bevond Nederland zich in het derde jaar van de Duitse bezetting. De schaarste begon nijpend te worden. De distributie van voedsel werd streng gereguleerd via bonkaarten, maar de aanvoer naar de steden was de zwakke schakel. De "Bedrijfschef van het Marktwezen" in Amsterdam was verantwoordelijk voor het ordentelijk verloop van de handel op de centrale markten en het waarborgen van de voedselstroom naar de Amsterdamse bevolking.
Het feit dat er specifiek wordt verwezen naar de "Loosduinsche Groenteveiling" en het verschil met 1941, duidt erop dat de autoriteiten probeerden te achterhalen of de tekorten te wijten waren aan natuurlijke factoren (weer) of aan het weglekken van producten naar de zwarte markt of de Wehrmacht. De handgeschreven opmerking "Met Dijkstra besproken" wijst op direct overleg tussen de controleur en de belangenbehartiger van de handelaren om de crisis te bezweren.