Brief (doorslag/kantoorkopie).
Origineel
Brief (doorslag/kantoorkopie). 10 oktober 1939. Directeur (vermoedelijk van de gemeentelijke Dienst der Markten, Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven in potlood:]
Lex. bu. de Raack
[Linksboven, getypt:]
vP/HG.
26/61/2 M.
[Midden boven, handgeschreven in potlood:]
Verzonden 10/10-'39
[Rechts, getypt:]
10 October 1939.
den Heer Secretaris van de
Marktkoopliedenvereeniging
"Vooruitgang zij ons doel",
Wijttenbachstraat 61,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 22 September jl.
bericht ik U, dat de plaats op de markt Dapperstraat van
wijlen Mw.A.van Engel-Kleerekooper thans op naam van S.van
Engel is overgeschreven.
De Directeur,
[Paars stempel:]
Accoord met door Directeur
geparafeerde minute.
De Secretaris: Dit document is een officiële administratieve mededeling betreffende de overdracht van een marktplaatsvergunning. De essentie van de brief is de bevestiging dat een staanplaats op de Dappermarkt in Amsterdam is overgeschreven van een overleden persoon (Mw. A. van Engel-Kleerekooper) naar een opvolger (S. van Engel), vermoedelijk een familielid.
De brief is gericht aan de marktkoopliedenvereniging "Vooruitgang zij ons doel", die gevestigd was in de Wijttenbachstraat. Dit toont aan dat dergelijke verenigingen nauw betrokken waren bij de administratieve afhandeling van standplaatsen en fungeerden als tussenpersoon voor de marktkooplieden naar de gemeente toe. De brief dateert van 10 oktober 1939, een maand na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar nog voordat Nederland zelf bezet werd. Voor de Amsterdamse marktgeschiedenis is dit document van belang omdat de namen Van Engel en Kleerekooper veelvoorkomende Joodse achternamen zijn. De Dappermarkt was in die tijd een vitale markt in een buurt met een grote Joodse populatie.
Dergelijke documenten uit de archieven van de Dienst der Markten bieden inzicht in de continuïteit van Joodse familiebedrijven op de markt vlak voor de ingrijpende beperkingen en deportaties tijdens de bezettingsjaren, waarbij Joodse kooplieden hun vergunningen en standplaatsen zouden kwijtraken. In dit geval betreft het een reguliere administratieve handeling na een overlijden. A. van Engel S. van Engel