Brief (verzoekschrift voor een vergunning)
Origineel
Brief (verzoekschrift voor een vergunning) 4 oktober 1943 [Stempel linksboven:]
AMSTERDAM
No. 29/66/1 M. 1943 6/10
[Rechtsboven:]
257
4 October 1943.
[Handgeschreven in rode inkt:]
29/66/2
[Handgeschreven aantekening rechtsboven:]
W. m. [gevolgd door een paraaf]
Weledele Heer,
ondergeteekende N. de Hoogd. van beroep koopman in ongeregelde
goederen, standplaats Nieuwmarkt. verzoekt beleefd ook een vergunning
voor zijn assistent C Onverwagd. leeftijd 78 jaar wonende Bootstraat 7
daar dit noodzakelijk is voor de in- en verkoop van goederen, tevens
voor het houden van toezicht op de artikelen, daar erveel van de
stal gestolen word.
Hoogachtend
[Handgeschreven handtekening: N de Hoogd]
[Handgeschreven aantekening linksonder:]
8-10-’43
Nog geen vaste plaats?
Is mij onbekend. [Paraaf/Naam: Reyenga]
[Getypt onderaan:]
Prins. Hendrikkade no. 152. huis.
Amsterdam.
[Handgeschreven cijfer rechtsonder:]
23
--- Dit document is een officieel verzoekschrift van N. de Hoogd, een koopman in "ongeregelde goederen" (tweedehands artikelen of restpartijen) op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Hij verzoekt de autoriteiten om een vergunning voor zijn 78-jarige assistent, de heer C. Onverwagd, die woonachtig is in de Bootstraat.
De argumentatie voor dit verzoek is tweeledig: praktische hulp bij de handel (in- en verkoop) en beveiliging van de koopwaar ("toezicht op de artikelen") vanwege frequente diefstal uit de marktkraam.
Een ambtenaar heeft op 8 oktober 1943 een handgeschreven kanttekening geplaatst waarin wordt getwijfeld of de aanvrager wel een vaste standplaats heeft ("Nog geen vaste plaats? Is mij onbekend"). Dit suggereert dat het verkrijgen van vergunningen onderhevig was aan strikte controle en bureaucratie.
--- Het document dateert uit oktober 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting was de handel op markten streng gereguleerd. Kooplui hadden diverse vergunningen nodig om hun beroep uit te mogen oefenen.
De locatie, de Nieuwmarkt, was historisch gezien een belangrijk centrum voor de Amsterdamse markthandel en lag aan de rand van de Jodenbuurt. In 1943 was de Joodse bevolking van Amsterdam echter al grotendeels gedeporteerd. De handel in "ongeregelde goederen" bloeide vaak op in tijden van schaarste, maar de veiligheid op straat was een probleem, zoals blijkt uit de melding van diefstal in de brief.
De hoge leeftijd van de assistent (78 jaar) is opmerkelijk en kan erop wijzen dat jongere mannen vaak werden ingezet voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland), waardoor men voor lichte werkzaamheden aangewezen was op ouderen. De adressen (Bootstraat, Prins Hendrikkade) bevinden zich in de oude binnenstad van Amsterdam. De Bootstraat was een zijstraat van de Prins Hendrikkade op het huidige terrein van de IJ-tunnel/NEMO-omgeving; deze straat bestaat tegenwoordig niet meer in haar oorspronkelijke vorm. C. Onverwagd N. de Hoogd