Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). Een lokale autoriteit of ambtenaar van de sociale steun (geadresseerd als "W.E.D. Heer"). Lijn per lijn transcriptie van de handgeschreven tekst:
ik heb mijn 7 gulden niet
verdiend. ik heb met mijn
onkosten eraf van die 3 dagen
dat ik met visch ben weg
geweest 2 gulden aan mijn
vrouw kunnen geven zoodat
ik nog 2 gulden te kort
schiet van mijn steunnorm
van 19 gulden. W. E. D. Heer
dat is de oprechte en eerlijke
waarheid wat ik voor u
heb neergeschreven. mijn toe
stand waarin ik met mij[n]
vrouw en kinderen verkeer
en naar aanleiding van al
deze gebeurtenissen. dat ik
mijn vaste marktplaats on
verdiend ben kwijt geraakt
kom ik met een beleefd doch nede
rig verzoek aan u E. D. Heer een
gunst vragen of het niet mogelijk
is mijn vaste marktplaats
s. v. p. door u bemiddeling weer
mogen betrekken W. E. D. Heer
ik hoop en vertrouw dat u
dit schrijven gunstig wil over
wegen. teeken ik met de
meeste Hoogachting u dw.
dienaar A. Koning Dril 16 Volendam * Inhoud: De schrijver, A. Koning, legt zijn penibele financiële situatie uit. Hij is drie dagen weg geweest om vis te verkopen ("met visch ben weg geweest"), maar na aftrek van onkosten hield hij slechts 2 gulden over voor zijn gezin. Hierdoor komt hij 2 gulden tekort op zijn "steunnorm" (het absolute bestaansminimum uitgekeerd door de overheid) van 19 gulden.
* Kernvraag: De schrijver is zijn vaste marktplaats kwijtgeraakt, naar eigen zeggen onverdiend. Hij smeekt de geadresseerde om bemiddeling zodat hij zijn standplaats terug kan krijgen om weer in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien.
* Toon: De brief is uiterst eerbiedig en nederig van toon ("nederig verzoek", "u dw. dienaar"). Dit was gebruikelijk in correspondentie tussen burgers en de overheid, zeker wanneer men afhankelijk was van sociale steun.
* Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de toenmalige spelling (bijv. "visch", "zoodat", "teeken"). De afkorting "W.E.D. Heer" staat voor WelEdelDienstbare Heer. Dit document is een treffend voorbeeld van de armoede en strijd tijdens de Crisisjaren (jaren '30) in Nederland. De term "steunnorm" verwijst direct naar de werkloosheidssteun van die tijd. In Volendam, een dorp dat sterk afhankelijk was van de visserij en kleinschalige handel, was het verlies van een marktplaats een economische ramp voor een gezin.
De brief illustreert hoe individuele burgers moesten smeken bij lokale bewindvoerders voor het behoud van hun schamele bronnen van inkomsten. Het adres "Dril 16" bevindt zich in het historische centrum van Volendam, een buurt die destijds dichtbevolkt was met vissersgezinnen. A. Koning D. Heer W.E.D. Heer