Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 18 januari 1943. Mevr. R. Schaap-Kaltiel, Waterlooplein 5, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. No. 30/2/1 M. 1943 20/1 [stempel/kenmerk]
A’dam, 18 Jan 43.
Den Directeur v/h Marktwezen
A. dam
M.H.
Daar mijn echtgenoot
sinds geruimen tijd afwezig
is, en ik vergunning ontvangen
heb om de zaak voort te
zetten, verzoek ik U de
standplaats op het Water-
looplein op mijn naam
te willen overschrijven.
Hoogachtend.
R. Schaap-
Kaltiel
Waterlooplein No 5
A’dam.
[Aantekeningen in de marge:]
m.i. geen bezwaar 8-2-43
niets neg. in dossier [?]
[handtekening/paraaf]
[Onderaan:]
gedaan
opgeroepen p 1/2 2/3 9/12 In deze korte, zakelijke brief verzoekt Rebekka Schaap-Kaltiel om de marktvergunning van haar echtgenoot op haar eigen naam te laten zetten. Zij motiveert dit door te stellen dat haar man "sinds geruimen tijd afwezig" is en dat zij toestemming heeft om de nering voort te zetten.
De brief is een schoolvoorbeeld van de ambtelijke molen tijdens de bezetting. Ondanks de dramatische omstandigheden in de Joodse buurt van Amsterdam, bleven administratieve processen rondom marktstandplaatsen strikt gehandhaafd. De aantekening "m.i. geen bezwaar" (naar mijn inzicht geen bezwaar) van 8 februari 1943 laat zien dat de ambtenaar de aanvraag in eerste instantie als een normale procedurele zaak behandelde. Dit document is historisch zeer beladen vanwege de datum en de locatie. De brief is geschreven in januari 1943, het dieptepunt van de deportaties van Joodse Amsterdammers.
- "Afwezig": De term "afwezig" is hier een pijnlijk eufemisme. De echtgenoot van de schrijfster, Hartog Schaap, was hoogstwaarschijnlijk al opgepakt of gedeporteerd naar een concentratiekamp.
- Waterlooplein: Dit was het hart van de Joodse buurt en de centrale marktplaats voor Joodse kooplieden. Sinds 1941 waren Joodse kooplieden door de bezetter gedwongen om enkel nog op specifieke "Jodenmarkten" te staan, waaronder het Waterlooplein.
- De schrijfster: Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Rebekka Schaap-Kaltiel en haar echtgenoot de oorlog niet hebben overleefd. Rebekka werd op 21 mei 1943 in Sobibor vermoord. De brief toont haar wanhopige poging om in het dagelijks levensonderhoud te blijven voorzien, terwijl de systemische vernietiging van haar gemeenschap in volle gang was.
- Banaliteit van de bureaucratie: De ambtelijke krabbels ("gedaan", "geen bezwaar") tonen aan hoe de gemeentelijke bureaucratie simpelweg door bleef draaien, zelfs wanneer de burgers die zij administreerden massaal werden afgevoerd. M.H. Marktwezen