Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 16 maart 1943 (ontvangen/geregistreerd op 17 maart 1943). A. Dam. No. 30/11/1 M. 1943 17/3 16-3-43.
A. Dam.
Weledele Heer.
Beleefd deel ik u mede dat ik
als marktkoopvrouw in levens
middelen voorheen een plaats
bezette markten Dapperstraat
uilenburg enz. Door lichame
lijke omstandigheden was het
mijn echter onmogelijk de
laatste tijd een plaats op een
der Joodsche markten te
bezetten. Daar ik als ~~Wedewe~~
Weduwe voorheen afhankelijk
was van de inkomsten mijne
zoon die bij een razzia Holland
phabr fabrieken naar Duitsland
is gezonden. en ik nadien tot
op heden van de zijde M. Steun
onderhouden wordt. Verzoek ik
u beleefd mijn weder in de
gelegenheid te stellen een
vaste standplaats markt.
zo * Afzender: De brief is geschreven door A. Dam, een marktkoopvrouw in levensmiddelen. Gezien de referentie naar de "Joodsche markten" en de locaties (Uilenburg), gaat het vrijwel zeker om een Joodse vrouw.
* Locaties: Zij noemt de Dapperstraat en de Uilenburgstraat, bekende Amsterdamse marktlocaties. De Uilenburg was het hart van de oude Joodse buurt.
* Gezinssituatie: De schrijfster is weduwe en was voor haar levensonderhoud afhankelijk van haar zoon.
* De Razzia: Ze vermeldt dat haar zoon is weggevoerd tijdens een razzia bij de "Holland phabr fabrieken" (waarschijnlijk een verschrijving of verbastering van de Hollandia-Kattenburg fabrieken, waar op 11 november 1942 een beruchte razzia plaatsvond waarbij honderden Joodse medewerkers werden weggevoerd).
* Sociale Status: Sinds het wegvoeren van haar zoon ontvangt zij "M. Steun" (Maatschappelijke Steun), de toenmalige term voor de gemeentelijke bijstand.
* Verzoek: Vanwege haar precaire financiële situatie vraagt zij om een vaste standplaats op de markt om weer in haar eigen onderhoud te kunnen voorzien. Dit document biedt een indringend beeld van de overlevingsstrijd van Joodse Amsterdammers in 1943.
- Segregatie: In 1941 stelden de Duitse bezetters specifieke "Joodse markten" in. Joden mochten alleen nog daar handelen en kopen. De schrijfster refereert hier expliciet aan.
- Deportatie en Dwangarbeid: De melding dat haar zoon naar Duitsland is "gezonden" na een razzia in een fabriek, verwijst naar de grootschalige deportaties die in 1942/1943 hun hoogtepunt bereikten. De Hollandia-Kattenburg razzia is een van de meest bekende voorbeelden van het wegvoeren van Joodse dwangarbeiders uit de Amsterdamse industrie.
- Bureaucratie: De brief is formeel van toon ("Weledele Heer", "Beleefd"), wat de afhankelijkheid van de burger ten opzichte van de (door de bezetter gecontroleerde) bureaucratie onderstreept.
- Datum: Maart 1943 was een kritieke fase; de meeste Joodse Amsterdammers waren op dat moment al weggevoerd of leefden in grote onzekerheid. Het feit dat zij nog probeert een standplaats te bemachtigen, getuigt van een wanhopige poging tot normaliteit en overleving. A. Dam M. Steun