Doorslag van een ambtelijke brief/rapportage betreffende markttoezicht.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief/rapportage betreffende markttoezicht. 7 december 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een aanverwante economische havendienst). [Handgeschreven paraaf in blauw/paars potlood: L.M. Harp (?)]
~~72/31/2 nr.~~ 2 7 December 1943. SV.
33/14/3
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
===========
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen toekomen, afschriften van een tweetal
rapporten op 30 November 1943 opgemaakt door
een ambtenaar van mijn dienst waaruit blijkt,
dat A.Bertelkamp, geboren 16 September 1885,
wonende Marnixstraat 181 II, alhier en M.Bo-
gaerts, geboren 5 December 1902, wonende
Goudsbloemstraat 58 I, alhier zich hebben
schuldig gemaakt aan het verkoopen van res-
pectievelijk uien en appelen boven den
maximum prijs.
Op grond hiervan heb ik Bertelkamp
en Bogaerts voornoemd met ingang van Donder-
dag 9 December 1943 het recht ontzegd om ge-
durende 14 dagen een plaats op een der mark-
ten te dezer stede in te nemen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken
wel te willen bevorderen, dat in aansluiting
op mijn straf genoemde kooplieden bij Besluit
van den Burgemeester het recht tot het in-
nemen van een plaats op een der markten hier
ter stede voor onbepaalden tijd wordt ont-
nomen, op grond van het bepaalde in artikel
39 van het Reglement op de Markten en wel
met ingang van Donderdag 23 December 1943.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de brief is de rapportage van prijsbeheersing-overtredingen door twee specifieke marktkooplieden: A. Bertelkamp en M. Bogaerts. Zij zijn op 30 november 1943 gerapporteerd voor het verkopen van basisvoedsel (uien en appelen) boven de wettelijk vastgestelde maximumprijs.
De directeur van de betreffende dienst heeft reeds een disciplinaire maatregel getroffen (een marktverbod van 14 dagen), maar acht dit onvoldoende. Hij verzoekt de wethouder om via een officieel besluit van de burgemeester een permanente uitsluiting ("voor onbepaalden tijd") van de markten te bewerkstelligen. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 39 van het toenmalige Marktreglement.
De toon is uiterst formeel en bureaucratisch, kenmerkend voor de overheidscultuur van die tijd, waarin de nadruk lag op strikte naleving van de distributieregels. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland sprake van grote schaarste en een streng distributiesysteem. Om woekerprijzen te voorkomen, stelde de overheid maximumprijzen vast voor bijna alle levensmiddelen. Het toezicht hierop was rigoureus; prijsopdrijving werd gezien als een economisch delict dat de voedselvoorziening in gevaar bracht.
De genoemde straatnamen plaatsen de gebeurtenissen in Amsterdam. De wethouder voor Levensmiddelen en de burgemeester (in 1943 was dit Edward Voûte) fungeerden binnen een bestuurlijk apparaat dat onder toezicht stond van de Duitse bezetter, maar dat nog steeds de lokale verordeningen en reglementen uitvoerde. Voor een marktkoopman betekende een levenslang marktverbod in deze tijd vaak de totale ondergang van zijn nering, aangezien de legale handel via de markten de enige manier was om aan gereguleerde voorraden te komen. A. Bertelkamp L.M. Harp M. Bogaerts