Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie). 28 juli 1943. J.G. Bosbaan, Lindengracht 10 boven, Amsterdam. Den Heer ter Haar, Inspecteur van het Marktwezen, te Amsterdam. [Rechtsboven:] 785
[Linksboven:]
Den Heer ter Haar
Inspecteur v/h Marktwezen
te Amsterdam
[Rechtsmidden:]
A’dam; 28-7-’43.
[Stempel/Referentie:]
No. 46/112/2 M. 1943 30/7
[In rood potlood:] 46b/12/3
[Met potlood doorstreept:] afwijzen
Mijnheer!
Hiermede neem ik de vrijheid U te herinneren aan het onderhoud, dat ik gisteren met U mocht hebben omtrent mijn toewijzing gerookte vis.
Zoals ik U heb uiteengezet heb ik voor de oorlog steeds gerookte vis verkocht en wel in mijn eigen hal Lindengracht 287.
Toen Visser en Fleijsman aan de overkant der Lindengracht hun hallen beschikbaar stelden, ben ik, op verzoek van den marktmeester, den Heer de Wolff, in hun hallen gaan verkoopen, daar het voor den marktmeester van belang is, het vormen van rijen aan beide zijden der Lindengracht te voorkomen.
Daar nu echter mijn toewijzing gerookte vis in gevaar komt omdat ik thans niet in eigen hal verkoop, dreig ik van mijn goedwillendheid slachtoffer te worden.
In de hoop, dat U deze aangelegenheid nog eens aan een onderzoek zult willen onderwerpen, teneinde te komen tot datgene, wat mij billijkheidshalve toekomt, verblijf ik, hoogachtend:
[Ondertekening:] J G Bosbaan
J.G. Bosbaan
Lindengracht 10 bov. In deze brief beklaagt de heer J.G. Bosbaan zich over een dreigende intrekking of vermindering van zijn toewijzing van gerookte vis. De kern van het probleem is een bureaucratische catch-22:
- Bosbaan verkocht oorspronkelijk vis vanuit zijn eigen pand aan de Lindengracht 287.
- Op verzoek van de marktmeester (de heer De Wolff) is hij verhuisd naar de hallen van collega-ondernemers (Visser en Fleijsman) aan de overzijde van de straat. Dit was een maatregel om de openbare orde te handhaven en te voorkomen dat er aan beide kanten van de gracht wachtrijen ontstonden.
- Nu lijkt de autoriteit zijn vis-toewijzing in twijfel te trekken omdat hij niet meer vanuit zijn "eigen hal" verkoopt.
De schrijver benadrukt dat hij enkel uit "goedwillendheid" en op officieel verzoek is verplaatst, en vraagt om een herbeoordeling op basis van billijkheid. De handgeschreven notitie "afwijzen" bovenaan het document suggereert echter dat zijn verzoek door de inspectie niet gehonoreerd is. Het document dateert uit juli 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van schaarste en een streng distributiesysteem voor levensmiddelen, waaronder vis. De overheid (en de door de bezetter gecontroleerde instanties zoals het Marktwezen) hielden strikt toezicht op toewijzingen en locaties van handel.
De Lindengracht in de Jordaan was (en is) een belangrijke marktlocatie in Amsterdam. De zorg van de marktmeester over "het vormen van rijen" was in oorlogstijd niet alleen een logistieke kwestie, maar ook een veiligheidskwestie; grote samenscholingen werden door de autoriteiten gewantrouwd en konden leiden tot onrust of illegale handel. Dit document illustreert de moeizame verhouding tussen de kleine ondernemer en de onbuigzame bureaucratie in een tijd van schaarste. J.G. Bosbaan Marktwezen Puls