Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 31 augustus 1943. H. Hinse, Kinkerstraat 266 III, Amsterdam. Onbekende instantie (vermoedelijk een distributie- of visserijautoriteit), geadresseerd als "Mijnheer". No. 46/275/1 M. 1943 3/9 [stempel] 93
[Handgeschreven over stempel:] Hinse 31, 8, 1943
Mijnheer
Langs deze weg wilde ik u vragen of
ik onderget: H Hinse in aanmerking
kon komen om op de versche en gezoute
bliek verdeeling opgenomen kon komen
aangezien ik in de Jaren 1940-1941
Dertig vaten gezoute bliek in voorraad
had en gekocht bij de leverantier en vis,
handelaar J. Lustig, navraag kan daar
naar gedaan worden.
Nu ik toch een schrijven tot u richt zou
ik ook graag willen weten waarom de
één die ook nog nooit geen ongepelde gar,
nalen verkocht heeft en wel voor ver,
deeling in aanmerking komt en wel voor
3 bakken, en ik die toch ook al vijftien
Jaren in de vis mijn brood verdien
niet in aanmerking komt. Daar zou
ik toch heel graag een antwoord van
u willen hebben.
In afwachting
H Hinse
Kinkerstraat 266 III
Amsterdam
[Diagonaal geschreven door de tekst:] afwijzen
[Onderaan:] 46/254/2 46/B In deze brief verzoekt H. Hinse, een visverkoper uit de Kinkerstraat in Amsterdam, om te worden opgenomen in de distributielijst voor "versche en gezoute bliek" (een soort kleine vis, vergelijkbaar met sprot of jonge haring). Hij onderbouwt zijn verzoek door te wijzen op zijn handelsverleden: in de jaren 1940-1941 kocht hij aanzienlijke hoeveelheden (30 vaten) in bij de handelaar J. Lustig.
Daarnaast spreekt Hinse zijn frustratie uit over een vermeende onrechtvaardigheid in het toewijzingssysteem. Hij klaagt dat iemand anders, die volgens hem nog nooit ongepelde garnalen heeft verkocht, wél een toewijzing van 3 bakken krijgt, terwijl hijzelf na 15 jaar in het vak wordt overgeslagen.
De brief is voorzien van een ambtelijke kanttekening: "afwijzen". Het verzoek is dus niet gehonoreerd. Het document dateert uit augustus 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem voor voedsel en schaarse goederen. Handelaren waren afhankelijk van officiële toewijzingen om hun nering te kunnen drijven.
De Kinkerstraat was destijds een drukke volksbuurt in Amsterdam-West met veel kleine middenstanders. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers tijdens de oorlog, de bureaucratie rondom voedselvoorziening en de onderlinge nijd die ontstond door schaarste en (gepercipieerde) willekeur bij het toekennen van rantsoenen. De handelaar J. Lustig, die in de brief wordt genoemd, was een bekende naam in de Amsterdamse vishandel. H. Hinse J. Lustig