Proces-verbaal / Dossierstuk van de Centrale Controledienst (CCD).
Origineel
Proces-verbaal / Dossierstuk van de Centrale Controledienst (CCD). (Opmerking: [..] duidt op onleesbare of onzekere tekst, / duidt op een regelafbreking in handgeschreven tekst)
[Linksboven, stempel/getypt:] No. 46/4/1/M. 1943 ^16
[Middenboven, handgeschreven:] stukken gezien door J. Th. v. Meurs
[Rechtsboven, handgeschreven in rood:] Marktwezen
[Rechtsboven, getypt/handgeschreven:] JP. / 544
[Bovenaan, getypt, doorgestreept:] ~~XXXX WIL SCHIKKEN~~
NAAM: de Vries
VOORNAMEN Harmen
GEB. 29-8-'92 TE Zaandam GEM. Zaandam PROV. N.-H.
BEROEP ~~XXXXXXXXXXX~~ vischhandelaar
GEORGAN. BY Nederl. Visscherijcentrale ONDER No. 9462.
EN TOEGELATEN T.D. GROEP kleinhandelaren
WOONPL. Amsterdam GEM. A'dam PROV N.-H.
ADRES Balthasar Floriszstraat 57.
NATION. Nederlander.
VERDACHT V. OVERTREDING V. ART. 5 van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941.
KORTE OMSCHR. het betrekken van zeevisch, bestemd voor de vischvoorziening van de gemeente Amsterdam en waarvoor een maximumprijs is vastgesteld anders dan over den afslag.
BYLAGEN.
~~1 organisatieverklaring.~~
Undergeteekende, Johannes Pieter Bouma, oud 48 jaar wonende Filips van Almondestraat 11 hs te Amsterdam, controleur Centrale Controledienst, verklaart als volgt:
Op Dinsdag 8 December 1942 te ongeveer 16.00 uur bevond ik mij naar aanleiding van een mij verstrekte dienstinlichting in mijn voormelde kwaliteit in perceel Balthasar Floriszstraat 57, gelegen binnen de gemeente Amsterdam, waarin is gevestigd een vischwinkel van H. de Vries, ten einde een onderzoek in te stellen naar het betrekken van gerookte en gestoomde zeevisch anders dan over den gemeentelijken vischafslag te Amsterdam.
Nadat ik mij in mijn voormelde functie bekend had gemaakt, werd door mij gehoord den eigenaar, welke desgevraagd opgaf te zijn:
--------------------- H A R M E N D E V R I E S ---------------------
geboren 29 Augustus 1892 te Zaandam, nationaliteit Nederlander, van beroep kleinhandelaar in visch en wonende Balthasar Floriszstraat 57 te Amsterdam. Deze gegevens zijn aan de hand van zijn persoonsbewijs gecontroleerd en juist bevonden.
Op een door mij gestelde vraag of door hem in het tijdvak van 23 October 1942 tot en met 21 November 1942 van den rooker K. de Groot te Monnikendam de navolgende hoeveelheden gerookte of gestoomde zeevisch betrokken waren, te weten: 3 kg gerookte of gestoomde wijting, 1 1/2 kg gerookte of gestoomde schar-
[Linksonder, handgeschreven aantekeningen:]
Fromme e.a. zijn niet gestraft / m.i. kans blank m.i. een / lopende in deze niet / tegen de Vries verder opzetten.
[Daarnaast:] in optreden tegen Fromme c.s. i/z soortgelijke overtreding van K. de Groot.
5-2-'43 [Handtekening] v. Meurs Dit document is een officieel proces-verbaal uit de Tweede Wereldoorlog, opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het werpt licht op de strikte economische controle en de opsporing van "zwarte handel".
- De Overtreding: De Amsterdamse visboer Harmen de Vries wordt ervan verdacht dat hij gerookte vis (wijting en schar) rechtstreeks heeft ingekocht bij een rokerij in Monnikendam (K. de Groot). Volgens het Visscherijbesluit 1941 was dit illegaal; alle vis moest via de officiële gemeentelijke visafslag verhandeld worden om prijscontrole en distributie te waarborgen.
- De Controleur: Johannes Pieter Bouma werkte voor de Centrale Controledienst (CCD), een gevreesde organisatie die toezag op de naleving van de distributiewetten. Vaak opereerden zij op basis van "dienstinlichtingen" (vermoedelijk verraad of tips).
- Interne Besluitvorming: De handgeschreven krabbels onderaan zijn van een juridisch medewerker of ambtenaar (v. Meurs). Hij adviseert om de zaak tegen De Vries niet door te zetten ("niet verder opzetten"). Hij motiveert dit door te wijzen op een vergelijkbare zaak ("Fromme e.a.") die ook niet bestraft is, waardoor hij de kans op een veroordeling als nihil ("blank") inschat.
- Getypte versus handgeschreven info: Bovenaan staat "WIL SCHIKKEN", maar dit is doorgehaald. Dit suggereert dat er aanvankelijk sprake was van een boete-voorstel (schikking), maar dat men er later van afzag na de notitie van v. Meurs. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening in Nederland aan banden gelegd door een complex systeem van distributie en maximumprijzen. De bezetter wilde hiermee niet alleen de eigen troepen voeden, maar ook onrust onder de bevolking door extreme prijsstijgingen voorkomen.
Kleine ondernemers zoals Harmen de Vries zaten klem tussen deze strenge regels en de schaarste aan goederen. Om hun winkel draaiende te houden, zochten velen hun toevlucht tot de "grijze" of "zwarte" markt door direct bij producenten (zoals vissers of rokerijen) in te kopen. De CCD voerde voortdurend controles uit om deze informele handelsstromen de kop in te drukken. Het document laat zien dat zelfs kleine hoeveelheden (enkele kilo's vis) al aanleiding gaven tot een officieel onderzoek en dossieropbouw. H. de Vries J. Th K. de Groot Gemeente Amsterdam Marktwezen