Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 18 november 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke marktdienst). Den Heer W. Koen, Ophelialaan 83, Aalsmeer. Lenc. Fr. de Kaes.
VP/HG. extra
27/116/4 M.
18 November 1939.
den Heer W. Koen,
Ophelialaan 83,
A A L S M E E R .
Naar aanleiding van Uw brieven d.d. 2 en 13 dezer bericht ik U, dat dezerzijds geen bezwaar bestaat de plaats gehad hebbende intrekking van Uw marktplaats ongedaan te maken, indien U alsnog per omgaande het achterstallige marktgeld ten bedrage van f 6,- aanzuivert. U dient dan tevens zorg te dragen, dat voortaan het, ook tijdens Uw afwezigheid, verschuldigde marktgeld regelmatig wordt betaald. Indien U alsnog een doktersverklaring overlegt verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste drie maanden na dato dezes onder de vorenbedoelde voorwaarde uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw marktplaats te bezetten.
De Directeur, De brief is een officiële reactie op correspondentie van de heer W. Koen. De kern van de zaak is de intrekking van zijn marktplaatsvergunning, vermoedelijk wegens wanbetaling en afwezigheid. De directeur stelt een schikking voor: de intrekking wordt teruggedraaid mits Koen direct de openstaande schuld van 6 gulden betaalt.
Er wordt nadrukkelijk gewezen op de plicht om marktgeld te betalen, ook bij afwezigheid. Er wordt echter een handreiking gedaan: met een doktersverklaring kan de heer Koen voor maximaal drie maanden ontheffing krijgen van de verplichting om de marktplaats fysiek te bezetten (de 'bezetplicht'), mits het staangeld wel betaald wordt. De toon is zakelijk en strikt, maar biedt ruimte voor coulance bij ziekte. Het document dateert van november 1939, een periode van mobilisatie in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in het land. Aalsmeer was (en is) een belangrijk centrum voor de bloemenhandel, waardoor een vaste marktplaats van groot economisch belang was voor de lokale handelaren. De strenge handhaving van marktgelden en de bezettingsplicht was noodzakelijk om de doorloop en inkomsten van de markt te waarborgen. De genoemde 6 gulden aan achterstallig geld was voor die tijd een substantieel bedrag (vergelijkbaar met ongeveer 60 tot 70 euro nu). De handgeschreven notitie "extra" zou kunnen duiden op een bijzondere behandeling of een extra kopie voor het archief. W. Koen