Bescheinigung / Bewijs (Militair vorderingsbewijs).
Origineel
Bescheinigung / Bewijs (Militair vorderingsbewijs). 30 december 1940 (origineel), 8 januari 1941 (afschrift). [Stempel linksboven in paars kader:]
AFSCHRIFT VOOR EIGENAAR
BESCHEINIGUNG.
BEWIJS.
No. 376
Von den/der | Wehrmacht-Kdtr. Quartieramt, für
Door de(n) | Wehrmachtverpflegungshauptamt Amsterdam
ist heute das im folgenden näherbezeichnete Grundstück für Zwecke der deutschen Wehrmacht in Anspruch genommen worden und wird hiermit gemäss der Verordnung Nr. 144/1940 des Reichskommissars für die besetzten niederländischen Gebiete beschlagnahmt. —
is heden het hierna te noemen onroerend goed ten behoeve van de Duitsche Weermacht in gebruik genomen en wordt dit hiermede op grond der Verordening No. 144/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied gevorderd.
-
Ort, Lage und Grösse des Grundstückes:
Plaats, ligging en grootte van het onroerend goed:
Amsterdam, J. v. Galenstr. 14
31600 qm. -
Bestellung, Nutzung oder Bebauung:
Verbouw, gebruik, bebouwing:
Nutzung der Lagerfläche der Centralmarkthalle ab 16. Dez. '40 bis auf weiteres -
Besondere Bemerkungen über den Zustand des Grundstückes:
Bijzondere opmerkingen omtrent den toestand van het onroerend goed:
[Niet ingevuld]
Amsterdam, am/den 30. Dez 1940.
(Unterschrift und Dienstgrad.)
(Handteekening en rang.)
w.g. Friedrich Oblt.
(Feldpostnummer.)
(Veldpostnummer.)
EMPFANGSBESCHEINIGUNG.
BEWIJS VAN ONTVANGST.
Die Beschlagnahmebescheinigung über obengenanntes Grundstück ist mir heute ausgehändigt worden.
Het vorderingsbewijs, betrekking hebbende op bovengenoemd onroerend goed, is heden aan mij uitgereikt.
Voor eensluidend afschrift
De (Adj) Chef van het Quartieramt,
[Handtekening/Paraaf]
Amsterdam, am/den 8 Jan 1941.
Für die Gemeinde,
der Bürgermeister,
i. A.
der (Stellvertr.) Chef des Quartieramts,
Voor de Gemeente,
de Burgemeester,
o. l.
de (Adj.) Chef van het Quartieramt,
w.g. Mijksenaar Dit document is een officieel vorderingsbewijs waarmee de Duitse Wehrmacht beslag legt op een aanzienlijk deel (31.600 m²) van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam. De vordering geschiedt ten behoeve van het Wehrmachtverpflegungshauptamt, de instantie die verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening van het Duitse leger.
De vordering is juridisch gebaseerd op Verordening 144/1940, uitgevaardigd door Reichskommissar Arthur Seyss-Inquart, die de bezetter de bevoegdheid gaf om onroerend goed in de bezette gebieden te gebruiken. Opvallend is dat de vordering met terugwerkende kracht is geformaliseerd (ingebruikname op 16 december 1940, ondertekend op 30 december 1940).
Het document is een "afschrift voor de eigenaar", bedoeld voor de administratie van de Gemeente Amsterdam. Het is namens de gemeente "in opdracht" ondertekend door Mijksenaar (waarschijnlijk P.J. Mijksenaar, een hooggeplaatste ambtenaar in die periode). De Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) vormden een cruciaal logistiek knooppunt voor de voedseldistributie in de stad en de regio. Door beslag te leggen op een enorme oppervlakte aan opslagruimte ("Lagerfläche"), kreeg de Wehrmacht directe controle over een vitaal onderdeel van de Amsterdamse infrastructuur.
Dergelijke vorderingen waren in de vroege oorlogsjaren aan de orde van de dag. Voor de gemeente was het van belang deze bewijzen goed te bewaren, aangezien de vorderingen in theorie gepaard gingen met een vergoeding of op zijn minst een administratieve verantwoording van het verlies van gebruik over gemeentelijk eigendom. De ondertekening door de burgemeester (of diens afgevaardigde) illustreert de gedwongen samenwerking tussen het lokale bestuur en de bezettingsmacht. P.J. Mijksenaar Gemeente Amsterdam Wehrmacht