Ambtelijke correspondentie / Brief.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Brief. Gedateerd onderaan: 11 mei 1943 (geschreven als 11/5 43). De tekst refereert aan gebeurtenissen in april 1943. De Directeur (instelling niet nader gespecificeerd, mogelijk een bedrijf of nutsinstelling). De Chef van het Gemeentelijk Bureau voor Inkwartiering, Van Meursstraat 91, Den Haag ("Alhier"). Noot: Doorgehaalde tekst is tussen [ ] geplaatst.
Aan den Chef van het
Gemeentelijk Bureau voor Inkwartiering,
Van Meursstraat 91,
Alhier
Naar aanleiding van een verzoek van
een Uwer ambtenaren, om toezending van
het getekende inkwartieringsbiljet (rose) no
01910 over de maand April 1943 voor 4
kamers, samen ter grootte van 143 m2
die krachtens verordening no 50/1940 op
9 April 1943 door de Duitsche Wehrmacht
in gebruik zouden zijn genomen, heb ik de
eer U te berichten, dat bovenbedoeld biljet
niet door mijn dienst werd ontvangen, [waarschijnlijk omdat] en dat de kamers, zooals
mij nader is gebleken, ook niet door het
betreffende militaire onderdeel in gebruik
zijn genomen. In plaats van de kamers
[door de Duitsche Wehrmacht]
werd [echter], op grond van de verordening
no 144/1940 [door de Duitsche Wehrmacht]
een stuk grond gevorderd waarop thans
een loods in aanbouw is.
Voor dit terrein heb ik echter
de benoodigde formulieren ter verkrijging
van schadeloosstelling echter nog niet ontvangen.
Belofte verzoek ik U [naar] een en
ander een onderzoek te willen instellen.
De Directeur,
[Paraaf]
11/5 43 * Handschrift: Een vlot, geoefend zakelijk handschrift uit de eerste helft van de 20e eeuw. Het is goed leesbaar, ondanks de snelheid waarmee het geschreven lijkt te zijn.
* Inhoud: De brief dient om een administratieve onjuistheid te corrigeren. Het inkwartieringsbureau vraagt om een getekend bewijs voor het gebruik van kamers door Duitse militairen. De schrijver stelt echter vast dat die kamers nooit zijn gebruikt. In plaats daarvan is er buitenruimte gevorderd voor de bouw van een loods onder een andere verordening. De directeur dringt aan op de juiste formulieren zodat hij aanspraak kan maken op schadevergoeding voor dit terrein.
* Taalgebruik: Formele ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "bovenbedoeld"). Typerend voor de periode is het gebruik van de buigings-n ("den Chef").
* Opmerkelijke details: De auteur heeft de tekst tijdens het schrijven herzien. Hij haalt "Duitsche Wehrmacht" tot twee keer toe door in de tweede alinea, waarschijnlijk omdat de verwijzing naar de specifieke verordening (144/1940) juridisch al voldoende impliceerde wie de vorderende partij was, of om de tekst minder omslachtig te maken. Dit document biedt een blik op de bureaucratische realiteit in bezet Nederland (1943). Het Gemeentelijk Bureau voor Inkwartiering fungeerde als tussenpersoon tussen de Duitse bezetter en de burgerbevolking/bedrijven.
* Verordening 50/1940 en 144/1940: Dit waren specifieke wetten uitgevaardigd door de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart) die de vordering van respectievelijk gebouwen en gronden door de Wehrmacht reguleerden.
* Locatie: De Van Meursstraat 91 in Den Haag was tijdens de oorlog inderdaad de zetel van deze gemeentelijke dienst.
* Schadeloosstelling: Hoewel de bezetter goederen vorderde, bestond er op papier een recht op vergoeding, uitgevoerd door de Nederlandse gemeenten. Dit leidde tot een enorme papierstroom, waar deze brief een schakel in vormt. Het "rose" biljet was het standaardbewijs voor tijdelijke inkwartiering. Wehrmacht