Getypte brief (doorslag/kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie). 9 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt, Amsterdam). [Handgeschreven bovenaan midden in blauw potlood: Verzonden 9/7]
[Handgeschreven rechtsboven in blauw potlood: In dupli]
VD/HG.
den Heer Chef van het Quartieramt,
Museumplein 17,
Amsterdam-Zuid.
[Handgeschreven linksboven in blauw potlood: 551]
98/7/3 M. 1 9 Juli 1941.
Vordering terrein
Centrale Markt.
In bijlage dezes heb ik de eer U het verzoek om schadeloosstel-
ling, ter zake van het door de Duitsche Weermacht op 16 Mei jl. ge-
vorderde terrein, geteekend te doen toekomen.
Voor wat betreft het vaststellen van de waarde van het onder-
havige terrein, moge ik vermelden, dat bereids op 16 December 1940
een gedeelte van het onderhavige terrein der Centrale Markt ad
31.600 m2 door de Duitsche Weermacht was gevorderd. Het gedeelte ad
12.900 m2, dat thans is gevorderd, is derhalve een uitbreiding van
de eerstbedoelde vordering.
De Directeur, * **Inhoud:** De brief betreft een officiële indiening van een verzoek tot schadeloosstelling. De aanleiding is de vordering van een terrein van de Centrale Markt in Amsterdam door de Duitse bezetter.
- Kwantitatieve gegevens: De brief specificeert dat er eerder, op 16 december 1940, al 31.600 m² was gevorderd. De nieuwe vordering van 16 mei 1941 beslaat 12.900 m², wat het totaal aan gevorderd terrein op 44.500 m² brengt.
- Administratieve sporen: De blauwe potloodaantekeningen zijn typische archief- of verzendnotities. "Verzonden 9/7" bevestigt de verzending, "In dupli" geeft aan dat er een kopie is bijgevoegd, en het getal "551" is waarschijnlijk een registratie- of dossiernummer.
- Toon: De brief is gesteld in de formele, ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U... te doen toekomen", "moge ik vermelden"), ondanks de moeilijke omstandigheden van de bezetting. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De Centrale Markt in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. De vordering van grote delen van dit terrein door de Duitsche Weermacht had directe gevolgen voor de logistiek en bedrijfsvoering van de markt.
Het Quartieramt (Inkwartieringsbureau), gevestigd aan het Museumplein, was de Duitse instantie die verantwoordelijk was voor het vorderen van gebouwen en terreinen voor militair gebruik. Het Museumplein was tijdens de oorlog een centrum van de Duitse administratie in Amsterdam. Deze brief illustreert de bureaucratische werkelijkheid van de bezetting: Nederlandse instanties moesten via officiële weg proberen financiële compensatie te krijgen voor de inbeslagname van hun eigendommen door de bezetter.