Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 25 september 1941. Quartieramt (Kwartierbureau), Museumplein 17, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. [Stempel bovenkant:]
No 90/7/5 M. 1941 27/9
[Briefhoofd:]
Gemeente Amsterdam
Quartieramt
Museumplein 17
Telefoon 25573, 25311
Amsterdam, 25 September 1941.
Letter M/K
No. 1316a Q.A.1941.
[Handgeschreven in blauw krijt/potlood:]
551
[Adressering:]
Aan den Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14
A M S T E R D A M. W.
[Handgeschreven aantekening rechtsboven, deels onleesbaar/paraaf:]
niet Dir.
sh Marktw
[Inhoud brief:]
Naar aanleiding van het door U ingediende verzoek om schadeloosstelling voor het perceel Jan v. Galenstr. 14: 12900 m2 bericht ik U, dat omtrent de door de Wehrmachtbezirksverwaltung toegekende huurvergoeding, welker hoogte afwijkt van de tot nu toe gebruikelijke, nadere besprekingen worden gevoerd.
[Handgeschreven kanttekening in de linker marge:]
voor hetzelfde soort terrein is toch reeds een vergoeding toegekend?
In verband met een en ander ondervindt de betaling eenige vertraging; zoodra de besprekingen tot een definitief resultaat hebben geleid, ontvangt U bericht van order tot betaling.
De Chef van het Quartieramt,
[Handtekening/Paraaf]
[Onderaan links:]
Coll. [gevolgd door paraaf 'h']
[Onderaan rechts, handgeschreven:]
98 Dit document is een ambtelijke mededeling uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De toon is zakelijk en bureaucratisch. De kern van de zaak is een geschil of onduidelijkheid over de hoogte van de huurvergoeding die door de Duitse Wehrmachtbezirksverwaltung (het bestuur van het legerdistrict) is vastgesteld voor een groot terrein van 12.900 m² aan de Jan van Galenstraat.
De schrijver geeft aan dat de geboden vergoeding afwijkt van wat "gebruikelijk" is, wat wijst op een spanningsveld tussen de eisen van de bezetter en de bestaande gemeentelijke normen of eerdere afspraken. De handgeschreven kanttekening in de marge is cruciaal: een ambtenaar merkt kritisch op dat er voor soortgelijke terreinen blijkbaar wel al vergoedingen zijn toegekend, wat suggereert dat er binnen het ambtelijk apparaat gezocht werd naar precedenten of dat men de inconsistentie van het Duitse beleid signaleerde. Het Quartieramt (Kwartierbureau) was een gemeentelijke instantie die tijdens de bezetting nauw samenwerkte met de Duitse autoriteiten. Hun taak was het vorderen en toewijzen van kantoorruimte, woningen en terreinen voor gebruik door de Duitse Wehrmacht en andere bezettingsorganen.
Het perceel aan de Jan van Galenstraat 14 betreft het terrein van de Centrale Markthallen. Tijdens de oorlog werden grote delen van deze hallen en de omliggende terreinen door de Duitsers gevorderd, onder meer voor opslag van militaire voorraden en logistieke doeleinden. De gemeente Amsterdam probeerde voor dit gedwongen gebruik vergoedingen te bedingen bij de bezetter.
Dit document illustreert de dagelijkse administratieve afhandeling van de bezetting, waarbij de gemeente Amsterdam fungeerde als intermediair tussen de belangen van haar eigen diensten (zoals het Marktwezen) en de eisen van de Duitse militaire administratie. De vertraging in betaling waarover gesproken wordt, was in deze periode een veelvoorkomend probleem bij vorderingen.