Officiële brief (gemeentelijke correspondentie)
Origineel
Officiële brief (gemeentelijke correspondentie) 5 september 1941 Gemeente Amsterdam, Quartieramt (Museumplein 17) Directeur van de Markthallen, Amsterdam [Gedrukt logo Gemeente Amsterdam met wapen]
Nº 98/10/1 M. 1941 6/9
Gemeente Amsterdam
Quartieramt
Museumplein 17
Telefoon 96749
Amsterdam, 5 September 1941
Aan
Den Heer Directeur Th. Markthallen
Vorderingsnummer 376
Hierbij doe ik U toekomen de berekening van de vergoeding voor het door de Duitsche Weermacht gevorderde perceel Jan v. Galenstraat 14 over de periode van 16-12-’40 - 1-8-’41.
~~Binnen enkele dagen ontvangt U een mandaat, waarbij het bedrag te Uwer beschikking wordt gesteld.~~
Het bedrag zal binnen enkele dagen op Uw gem. girorekening worden overgeschreven.
De Chef van het Quartieramt,
[Handtekening: Mr. H. Kingma] * Inhoud: Het betreft een kennisgeving van de Gemeente Amsterdam over de uitbetaling van een vergoeding voor een pand dat door de Duitse bezetter was gevorderd.
* Locatie: Het gevorderde perceel bevindt zich aan de Jan van Galenstraat 14. Dit is de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam, wat verklaart waarom de brief aan de directeur van de Markthallen is gericht.
* Periode: De vordering waarover wordt gecommuniceerd beslaat de periode van medio december 1940 tot augustus 1941.
* Administratieve wijziging: De tweede alinea over de ontvangst van een 'mandaat' is handmatig doorgehaald en vervangen door een getypte regel die aangeeft dat het bedrag direct op de gemeentelijke girorekening wordt gestort. Dit wijst op een stroomlijning van de betalingsprocedure binnen het gemeentelijk apparaat tijdens de bezetting.
* Signatuur: De brief is ondertekend namens de Chef van het Quartieramt. De handtekening lijkt die van Mr. H. Kingma te zijn. * Quartieramt: Dit was het inkwartieringsbureau van de gemeente Amsterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde deze instantie een cruciale rol in de logistieke ondersteuning van de Duitse bezettingsmacht. Zij hielden zich bezig met de vordering van panden, terreinen en goederen ten behoeve van de Wehrmacht en de administratieve afhandeling van vergoedingen hiervoor.
* Vorderingen: De Duitse bezetter kon op basis van internationale landoorlogreglementen gebouwen vorderen. De kosten hiervoor (de zogenaamde bezettingskosten) werden in eerste instantie door de Nederlandse gemeenten of de staat betaald, wat een enorme druk legde op de publieke financiën.
* Centrale Markthallen: De Jan van Galenstraat was tijdens de oorlog het hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Grote delen van het terrein en de gebouwen werden door de Duitsers gebruikt voor eigen opslag en logistiek, wat de reguliere voedseldistributie vaak bemoeilijkte. H. Kingma Gemeente Amsterdam Wehrmacht
Samenvatting
- Inhoud: Het betreft een kennisgeving van de Gemeente Amsterdam over de uitbetaling van een vergoeding voor een pand dat door de Duitse bezetter was gevorderd.
- Locatie: Het gevorderde perceel bevindt zich aan de Jan van Galenstraat 14. Dit is de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam, wat verklaart waarom de brief aan de directeur van de Markthallen is gericht.
- Periode: De vordering waarover wordt gecommuniceerd beslaat de periode van medio december 1940 tot augustus 1941.
- Administratieve wijziging: De tweede alinea over de ontvangst van een 'mandaat' is handmatig doorgehaald en vervangen door een getypte regel die aangeeft dat het bedrag direct op de gemeentelijke girorekening wordt gestort. Dit wijst op een stroomlijning van de betalingsprocedure binnen het gemeentelijk apparaat tijdens de bezetting.
- Signatuur: De brief is ondertekend namens de Chef van het Quartieramt. De handtekening lijkt die van Mr. H. Kingma te zijn.
Historische Context
- Quartieramt: Dit was het inkwartieringsbureau van de gemeente Amsterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde deze instantie een cruciale rol in de logistieke ondersteuning van de Duitse bezettingsmacht. Zij hielden zich bezig met de vordering van panden, terreinen en goederen ten behoeve van de Wehrmacht en de administratieve afhandeling van vergoedingen hiervoor.
- Vorderingen: De Duitse bezetter kon op basis van internationale landoorlogreglementen gebouwen vorderen. De kosten hiervoor (de zogenaamde bezettingskosten) werden in eerste instantie door de Nederlandse gemeenten of de staat betaald, wat een enorme druk legde op de publieke financiën.
- Centrale Markthallen: De Jan van Galenstraat was tijdens de oorlog het hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Grote delen van het terrein en de gebouwen werden door de Duitsers gebruikt voor eigen opslag en logistiek, wat de reguliere voedseldistributie vaak bemoeilijkte.