Officiële brief/vergunning (doorslag of archiefkopie).
Origineel
Officiële brief/vergunning (doorslag of archiefkopie). 16 augustus 1943. De waarnemend Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-dienst van de gemeente Amsterdam). Den Heer H. Cohen, 2e Laurierdwarsstraat 2, Amsterdam-Centrum (wijk 6). [Handgeschreven paraaf]
[Typed:] SV
[Handgeschreven:] Verzonden 16/8.
[Typed:]
104/812 M.
16 Augustus 1943.
Den Heer H. Cohen
2e Laurierdwarsstraat 2
Amsterdam-Centrum. wijk 6
========================
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 Augustus 1943
verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich
op Uw plaats op de markt Joubertstraat te laten bijstaan
door D. de Jonge, Rozenstraat 258 II, geboren 27 Mei 1905.
De Directeur,
wnd. * Administratieve context: Het document is een formele bevestiging van een verleende vergunning. In de bureaucratische structuur van bezet Nederland moesten zelfs kleine wijzigingen in de bedrijfsvoering op markten (zoals het aanstellen van een hulp) schriftelijk worden aangevraagd en goedgekeurd.
* Terminologie: De term "tot wederopzegging" geeft aan dat de toestemming op elk moment door de autoriteiten ingetrokken kon worden, wat typerend is voor de rechtsonzekerheid in die periode.
* Personen: De brief is gericht aan de heer H. Cohen. Gezien de datum (1943) en de achternaam is dit een belangrijk gegeven. De assistent is D. de Jonge. De adressen (2e Laurierdwarsstraat en Rozenstraat) bevinden zich beide in de Jordaan.
* Locatie: De markt in de Joubertstraat bevond zich in de Transvaalbuurt. Dit document stamt uit augustus 1943, een dieptepunt in de geschiedenis van bezet Amsterdam. In deze periode waren de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking in volle gang.
De vermelding van de "markt Joubertstraat" is cruciaal voor de context. Vanaf november 1941 hadden de Duitse bezetters speciale "Joodse markten" ingesteld. De markt in de Joubertstraat (Transvaalbuurt) was een van de aangewezen plekken waar alleen Joden mochten handelen en inkopen doen. Dat de heer H. Cohen in augustus 1943 nog toestemming krijgt voor een assistent, suggereert dat hij op dat moment nog over een (tijdelijke) vrijstelling (Sperre) beschikte of dat de administratieve molen van het marktwezen doorliep ondanks de precaire situatie van de aanvrager. Het document illustreert de wrange paradox van die tijd: de voortzetting van alledaagse bureaucratie te midden van een proces van totale uitsluiting en vernietiging. De brief is gericht aan de heer H. Cohen. Gezien de datum (1943) en de achternaam is dit een belangrijk gegeven. De assistent is D. de Jonge. De adressen (2e Laurierdwarsstraat en Rozenstraat) bevinden zich beide in de Jordaan.