Archief 745
Inventaris 745-418
Pagina 268
Dossier 2C
Jaar 1943
Stadsarchief

Dienstbrief / Circulaire (typschrift met handgeschreven annotaties en handtekeningen)

22 april 1943

Origineel

Dienstbrief / Circulaire (typschrift met handgeschreven annotaties en handtekeningen) 22 april 1943 BEDRIJF SCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT


No. 105/1/7 M. 1943 27/7 [handgeschreven]

AAN DE GEADRESSEERDE
VEILINGSVEREENIGING.

D I R E C T I E .
Dict. FA./AK1.
No. G 62/'43.
Rb. V.V.O.

's-Gravenhage, 22 April 1 9 4 3.

Betreft : Fustregeling 1943.

Hierbij doen wij U richtlijnen toekomen voor de berekening van fusthuur, indien zich bij spoorvervoer moeilijkheden ten aanzien van de terugzending hebben voorgedaan.

I. Vertraging Spoorvracht.
Indien blijkens de officieele documenten het retourgezonden fust langer dan 3 dagen onderweg gebleven is, dient de datum van inlevering zoodanig gesteld te worden, dat slechts fusthuur tot en met den derden dag na de verzending (de dag van verzending niet meegerekend) berekend wordt.
b.v. afgezonden (vlgs. vrachtbrief) 15 April, aankomst 22 April, fusthuur te berekenen t/m. 18 April.

II. Gebrek aan wagons voor retouremballage.
Indien door de handelaren bij de N.S. ledig fust ter verzending wordt aangeboden, dat wegens gebrek aan wagons niet kan worden verzonden, dient door den betrokken handelaar aan de betreffende veiling een door de N.S. gewaarmerkt bewijs te worden overgelegd, waaruit blijkt, op welken dag en voor welke hoeveelheid fust-aanbieding heeft plaats gehad.
Tevens dient een verklaring van den marktmeester of van den leider van het verdeelkantoor te worden overgelegd, waaruit blijkt, dat het betreffende fust, met vermelding van het aantal, inderdaad voor verzending gereed was. In dit geval dient eveneens de inleveringsdatum gesteld te worden op den derden dag na aanbieding bij de N.S. (De dag van aanbieding niet meegerekend).
b.v. Aangeboden 15 April, huur te berekenen t/m. 18 April. Deze kisten vallen dus op 19 April buiten de huur, doch worden alleen ~~formeel~~ als ingeleverd beschouwd. De handelaar dient de kisten behoorlijk op te stapelen en te bewaren en mag deze niet verder in gebruik nemen. Bij de eerstvolgende verzending dienen deze kisten het eerst te worden verzonden.

De veilingen gelieven de van den handel ontvangen documenten zorgvuldig en overzichtelijk te bewaren, teneinde bij controle geen moeilijkheden te ondervinden.

BEDRIJFSCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT ,

[Signatuur 1] [Signatuur 2] Dit document is een officiële richtlijn die de financiële gevolgen van logistieke problemen in de groente- en fruitsector reguleert. In 1943 was er sprake van een grote schaarste aan transportmiddelen en verpakkingsmateriaal (fust). Handelaren moesten huur betalen voor de kisten die zij gebruikten. Wanneer zij deze kisten echter niet op tijd konden retourneren door factoren buiten hun macht — zoals vertragingen bij de spoorwegen of een gebrek aan beschikbare goederenwagons — ontstond er onenigheid over wie deze extra huurkosten moest dragen.

De regeling bepaalt dat:
1. Bij transportvertraging van meer dan drie dagen de huur stopt na de derde dag.
2. Bij een tekort aan wagons de kisten "administratief" als ingeleverd gelden, mits de handelaar dit kan bewijzen met stempels van de N.S. en een verklaring van de marktmeester.

Het document illustreert de stringente bureaucratie en de noodzaak voor sluitende bewijslast ("gewaarmerkt bewijs", "zorgvuldig bewaren") om binnen de gereguleerde oorlogseconomie te kunnen functioneren. Ten tijde van dit schrijven (april 1943) stond de Nederlandse economie volledig in het teken van de Duitse bezetting. De logistiek was ernstig ontwricht; de Nederlandse Spoorwegen (N.S.) moesten voorrang geven aan Duits militair transport en veel materieel was naar Duitsland weggevoerd. Dit leidde tot de in de brief genoemde "moeilijkheden bij spoorvervoer".

Het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit was een publiekrechtelijk orgaan dat onderdeel was van de door de bezetter ingevoerde organisatie van het bedrijfsleven (het zogenaamde corporatisme). Deze schappen hadden de taak om de productie en distributie strak te regisseren om de voedselvoorziening (en de export naar Duitsland) te garanderen.

"Fust" (houten kratten en kisten) was een essentieel maar schaars goed geworden door een tekort aan hout. Het was cruciaal dat deze materialen zo snel mogelijk circuleerden. De regeling uit 1943 probeert de economische risico's van de stokkende transportketen eerlijk te verdelen tussen handelaren en de veilingen, om te voorkomen dat de distributie van versproducten verder in gevaar zou komen.

Samenvatting

Dit document is een officiële richtlijn die de financiële gevolgen van logistieke problemen in de groente- en fruitsector reguleert. In 1943 was er sprake van een grote schaarste aan transportmiddelen en verpakkingsmateriaal (fust). Handelaren moesten huur betalen voor de kisten die zij gebruikten. Wanneer zij deze kisten echter niet op tijd konden retourneren door factoren buiten hun macht — zoals vertragingen bij de spoorwegen of een gebrek aan beschikbare goederenwagons — ontstond er onenigheid over wie deze extra huurkosten moest dragen.

De regeling bepaalt dat:
1. Bij transportvertraging van meer dan drie dagen de huur stopt na de derde dag.
2. Bij een tekort aan wagons de kisten "administratief" als ingeleverd gelden, mits de handelaar dit kan bewijzen met stempels van de N.S. en een verklaring van de marktmeester.

Het document illustreert de stringente bureaucratie en de noodzaak voor sluitende bewijslast ("gewaarmerkt bewijs", "zorgvuldig bewaren") om binnen de gereguleerde oorlogseconomie te kunnen functioneren.

Historische Context

Ten tijde van dit schrijven (april 1943) stond de Nederlandse economie volledig in het teken van de Duitse bezetting. De logistiek was ernstig ontwricht; de Nederlandse Spoorwegen (N.S.) moesten voorrang geven aan Duits militair transport en veel materieel was naar Duitsland weggevoerd. Dit leidde tot de in de brief genoemde "moeilijkheden bij spoorvervoer".

Het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit was een publiekrechtelijk orgaan dat onderdeel was van de door de bezetter ingevoerde organisatie van het bedrijfsleven (het zogenaamde corporatisme). Deze schappen hadden de taak om de productie en distributie strak te regisseren om de voedselvoorziening (en de export naar Duitsland) te garanderen.

"Fust" (houten kratten en kisten) was een essentieel maar schaars goed geworden door een tekort aan hout. Het was cruciaal dat deze materialen zo snel mogelijk circuleerden. De regeling uit 1943 probeert de economische risico's van de stokkende transportketen eerlijk te verdelen tussen handelaren en de veilingen, om te voorkomen dat de distributie van versproducten verder in gevaar zou komen.

Locaties

's-Gravenhage (Den Haag)

Kooplieden in dit dossier 100

A + B en Veldsla Waterlooplein 40 %
A. Geboorte Waterlooplein 40
A. en B., kropsla en spinazie Waterlooplein 40 %
Allington Pippin Waterlooplein 50
Ananas Reinette Waterlooplein 40
L. Blitz Waterlooplein 25
alias "Joost"). Waterlooplein
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel Waterlooplein 50%
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel en III en IV stippel Waterlooplein -
Augurken I, II, III & IV, " I, II, III & IV stippel Waterlooplein
I.J. Velleman Waterlooplein " 2.40
R. Bath Waterlooplein 45
Bellefleur Brabantsche Waterlooplein 45
Bellefleur Engelsche (Koningszuur) Waterlooplein 47
Bellefleur Limburgsche Waterlooplein 47
Belle Lucrative (Seigneur d'Esperen) Waterlooplein 40
Beucke's Butterbirne (Beurré Beucke) Waterlooplein 40
Lucas Caransa Waterlooplein 50
Beurré Clairgeau Waterlooplein 45
Beurré d'Amanlis Waterlooplein 47
T. Diels Waterlooplein 47
Beurré Dilly Waterlooplein 43
Beurré Durondeau (Beurré de Tongres) Waterlooplein 45
Beurré Hardy Waterlooplein 45
Beurré Lebrun Waterlooplein 45
Beurré Superfin Waterlooplein 47
B. Blijham Waterlooplein 42
Bezy de Chaumontel Waterlooplein 40
Bezy von Schonauwen (Vijgenpeer) Waterlooplein 40
Bieten (gekookt) Waterlooplein 87. :
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1