Dienstmededeling/Circulaire
Origineel
Dienstmededeling/Circulaire 22 januari 1943 Bedrijfschap voor Groenten en Fruit
Laan Copes van Cattenburch 62, 's-Gravenhage - Tel. 557480
Afd.: AFZET.
Dict.: W.J.S.
No. G 10/'43.
Toestel 47.
No. 105/2/4 M. 1943 23/I [stempel]
's-Gravenhage, 22 Januari 1943.
Aan de Veilingen.
In vervolg op onze aan U gezonden circulaire no. 596/'41 d.d. 10 December 1941 deelen wij U mede, dat de Inspectie voor de Prijsbeheersing te Leeuwarden aan den Grossier
IZAAK VAN GELDER, Eerste Zomerrakbuurt 27, Sneek heeft verboden van 25-1-'43 tot 25-7-'43 op eenigerlei wijze handel te drijven in groenten en fruit of in den groenten- en fruithandel werkzaam te zijn; de Inspectie te 's-Gravenhage aan den fruitkoopman
ARIE FRANCISCUS VAN BEEM, Eliza van Calcarstraat 70, 's-Gravenhage, van 26-12-'42 tot 26-2-'43 het beroep van handelaar in den ruimsten zin des woords uit te oefenen.
De Inspectie voor de Prijsbeheersing te Arnhem heeft in Hooger Beroep bepaald, dat de zaak van den kleinhandelaar
HOTZE LANTINGA, Mauvestraat 5, Arnhem, welke oorspronkelijk was gesloten voor den tijd van drie maanden, van 12-8-'42 tot 12-11-'42, thans zal worden gesloten van 18-1-'43 tot en met 18-4-'43.
Wij verzoeken U, voorzover het Uw veiling aangaat, de noodige maatregelen te treffen, als bedoeld in bovengenoemde circulaire.
Hoogachtend,
BEDRIJFSCHAP VOOR GROENTEN EN FRUIT:
[Ondertekening, onleesbaar/stempel]
(A) 27701/1 - 20 - '43 - K 998 Dit document is een officiële bekendmaking van het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit aan de Nederlandse veilingen. De kern van de brief is het opleggen van handelsverboden en bedrijfssluitingen aan drie specifieke individuen:
1. Izaak van Gelder (Sneek): Zes maanden verbod op handel in groenten en fruit.
2. Arie Franciscus van Beem ('s-Gravenhage): Twee maanden verbod op beroepsuitoefening.
3. Hotze Lantinga (Arnhem): Een verlengde of verschoven sluiting van drie maanden na een uitspraak in hoger beroep.
De sancties zijn opgelegd door de "Inspectie voor de Prijsbeheersing". Dit wijst op overtredingen van de distributie- of prijswetgeving (zoals zwarte handel of het vragen van te hoge prijzen). De brief dient om de veilingen te instrueren deze personen uit te sluiten van handel gedurende de genoemde periodes. Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Bedrijfschap was een publiekrechtelijke organisatie die door de bezetter was ingesteld (onderdeel van de zgn. 'nieuwe orde' en de geleide economie) om sectoren strak te reguleren.
De "Inspectie voor de Prijsbeheersing" speelde een cruciale rol in de oorlogseconomie. Vanwege de toenemende schaarste probeerde de overheid de prijzen kunstmatig laag te houden en de distributie te controleren via de bonkaarten. Handelaren die zich hier niet aan hielden (bijvoorbeeld door producten "onder de toonbank" te verkopen tegen marktprijzen), riskeerden zware administratieve straffen zoals de hierboven beschreven tijdelijke handelsverboden. Dergelijke sancties waren bedoeld om de grip op de voedselvoorziening te behouden en de zwarte markt in te dammen. W.J.S. Bedrijfschap