Archief 745
Inventaris 745-418
Pagina 355
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Officiële circulaire (nr. 28/'43).

Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.

Origineel

Officiële circulaire (nr. 28/'43). Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. -3- Circ. No. 28/'43 dd. 26 Febr. 1943.

VERDEELING VAN DEN AANVOER.

Product Export Industrie Binnenland Versch
koolrabi (glas) 100 %
roode peen en gele peen zonder lof, schorseneeren, prei, spruitkool, knolselderij, koolrapen A.+ B. en veldsla 60 % 40 %
witte kool 50 % 40 % 10 %
roode- & savoye kool, raapstelen 50 % 50 %
kroten 30 % 70 %

De exportpercentages moeten worden genomen van de goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.

WITTE KOOL.
De voor de industrie bestemde 40 % dient te worden gemeld bij den Heer A. de Waal, Secretaris Sectie Zuurkool van de vakgroep Groentenverwerkende industrie, Hofplein B.4. te Alkmaar, telefoon no. 2256.

UIEN.
Afgekeurde of stek-uien mogen worden geveild tegen een prijs van ten hoogste f. 4.20 per 100 kg.

RADIJS.
Voor radijs gelden de bekende kwaliteitsvoorschriften, met dien verstande, dat ongewasschen radijs niet mag worden aangevoerd.

RAAPSTELEN.
Ook voor dit product blijven de bestaande kwaliteitsvoorschriften volledig gehandhaafd, terwijl bovendien het product voldoende grof en tenminste 25 cm. lang moet zijn. Raapstelen, die hieraan niet voldoen, moeten als "afwijkend" worden geveild.

KOOLRAPEN.
Slechts de A. en de B. kwaliteit mag voor export en binnenland worden bestemd. Het afgekeurde product dient als veevoeder te worden geruimd.

BOSSELDERIJ EN PETERSELIE.
Deze moeten minstens 15 cm. lang (gemeten zonder wortels), gezond en groen van lof of blad zijn, terwijl het geheel, ook de wortels, ontdaan moet zijn van grond en vuil en gebonden in bossen van tenminste 0.1 kg.
Bosselderij mag ook zonder wortels worden aangevoerd, mits de planten tenminste 15 cm. lang zijn en het gewicht per bos tenminste 0.1 kg. bedraagt.

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE : -

[Handtekening: J. v. d. Maden] Dit document is een administratieve richtlijn die de strikte controle over de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog illustreert. De kernpunten zijn:

  1. Prioriteit voor Export: Een aanzienlijk deel van de oogst (tot 100% voor koolrabi) wordt opgeëist voor export. In de context van 1943 betekent "export" vrijwel uitsluitend levering aan nazi-Duitsland (de zogenaamde Reichs-delivery).
  2. Strenge Kwaliteitseisen: Er worden zeer specifieke eisen gesteld aan afmetingen (bijv. 25 cm voor raapstelen) en presentatie (gewassen radijs, bossen van 0,1 kg). Producten die niet aan de "A of B kwaliteit" voldoen, worden gedegradeerd tot veevoer of moeten als "afwijkend" worden geveild.
  3. Prijsbeheersing: Er is sprake van maximumprijzen (zoals bij de uien), wat duidt op een distributie-economie waarin de vrije markt is uitgeschakeld om inflatie en zwarte handel officieel tegen te gaan.
  4. Bureaucratische Controle: De verwijzing naar specifieke functionarissen (de Heer A. de Waal in Alkmaar) toont de centralisatie van de landbouwsector onder toezicht van de bezetter. In 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland precair. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was door de bezetter in het leven geroepen om de gehele keten van teelt tot consumptie te beheersen. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met toenemende schaarste en distributiebonnen, werden grote hoeveelheden hoogwaardige landbouwproducten naar Duitsland getransporteerd om de Wehrmacht en de Duitse burgerbevolking te voeden.

Dit specifieke document laat zien dat het binnenland pas aan de beurt kwam nadat aan de exportquota was voldaan ("De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden"). Bovendien werd bepaald dat als het binnenland de (hoge) exportprijs niet kon betalen, de goederen alsnog naar het buitenland gingen. Dit systeem zorgde voor een systematische leegloop van de Nederlandse voorraadkasten.

Samenvatting

Dit document is een administratieve richtlijn die de strikte controle over de voedselvoorziening in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog illustreert. De kernpunten zijn:

  1. Prioriteit voor Export: Een aanzienlijk deel van de oogst (tot 100% voor koolrabi) wordt opgeëist voor export. In de context van 1943 betekent "export" vrijwel uitsluitend levering aan nazi-Duitsland (de zogenaamde Reichs-delivery).
  2. Strenge Kwaliteitseisen: Er worden zeer specifieke eisen gesteld aan afmetingen (bijv. 25 cm voor raapstelen) en presentatie (gewassen radijs, bossen van 0,1 kg). Producten die niet aan de "A of B kwaliteit" voldoen, worden gedegradeerd tot veevoer of moeten als "afwijkend" worden geveild.
  3. Prijsbeheersing: Er is sprake van maximumprijzen (zoals bij de uien), wat duidt op een distributie-economie waarin de vrije markt is uitgeschakeld om inflatie en zwarte handel officieel tegen te gaan.
  4. Bureaucratische Controle: De verwijzing naar specifieke functionarissen (de Heer A. de Waal in Alkmaar) toont de centralisatie van de landbouwsector onder toezicht van de bezetter.

Historische Context

In 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland precair. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was door de bezetter in het leven geroepen om de gehele keten van teelt tot consumptie te beheersen. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met toenemende schaarste en distributiebonnen, werden grote hoeveelheden hoogwaardige landbouwproducten naar Duitsland getransporteerd om de Wehrmacht en de Duitse burgerbevolking te voeden.

Dit specifieke document laat zien dat het binnenland pas aan de beurt kwam nadat aan de exportquota was voldaan ("De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden"). Bovendien werd bepaald dat als het binnenland de (hoge) exportprijs niet kon betalen, de goederen alsnog naar het buitenland gingen. Dit systeem zorgde voor een systematische leegloop van de Nederlandse voorraadkasten.

Kooplieden in dit dossier 100

A + B en Veldsla Waterlooplein 40 %
A. Geboorte Waterlooplein 40
A. en B., kropsla en spinazie Waterlooplein 40 %
Allington Pippin Waterlooplein 50
Ananas Reinette Waterlooplein 40
L. Blitz Waterlooplein 25
alias "Joost"). Waterlooplein
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel Waterlooplein 50%
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel en III en IV stippel Waterlooplein -
Augurken I, II, III & IV, " I, II, III & IV stippel Waterlooplein
I.J. Velleman Waterlooplein " 2.40
R. Bath Waterlooplein 45
Bellefleur Brabantsche Waterlooplein 45
Bellefleur Engelsche (Koningszuur) Waterlooplein 47
Bellefleur Limburgsche Waterlooplein 47
Belle Lucrative (Seigneur d'Esperen) Waterlooplein 40
Beucke's Butterbirne (Beurré Beucke) Waterlooplein 40
Lucas Caransa Waterlooplein 50
Beurré Clairgeau Waterlooplein 45
Beurré d'Amanlis Waterlooplein 47
T. Diels Waterlooplein 47
Beurré Dilly Waterlooplein 43
Beurré Durondeau (Beurré de Tongres) Waterlooplein 45
Beurré Hardy Waterlooplein 45
Beurré Lebrun Waterlooplein 45
Beurré Superfin Waterlooplein 47
B. Blijham Waterlooplein 42
Bezy de Chaumontel Waterlooplein 40
Bezy von Schonauwen (Vijgenpeer) Waterlooplein 40
Bieten (gekookt) Waterlooplein 87. :
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1