Archief 745
Inventaris 745-418
Pagina 358
Dossier 2C
Jaar 1943
Stadsarchief

Circulaire (pagina 3 van Circulaire No. 30/'43)

5 maart 1943 Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF)

Origineel

Circulaire (pagina 3 van Circulaire No. 30/'43) 5 maart 1943 Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) -3- Circ.No.30/'43 dd. 5 Maart 1943.

komkommers, kropsla, radijs,
spinazie, roode-& savoye
kool, raapstelen 50 % -- 50 %
kroten 30 % -- 70 %

     De exportpercentages moeten worden genomen van de

goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading
voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde ge-
deelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet
door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt,
dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.
WITTE KOOL.
De voor de industrie bestemde 40 % dient te worden ge-
meld bij den Heer A. de Waal, Secretaris Sectie Zuurkool van de vak-
groep Groentenverwerkende industrie, Hofplein B.4 te Alkmaar, tele-
foon no. 2256.
UIEN.
Afgekeurde of stekuien mogen worden geveild tegen een
prijs van ten hoogste f.4.20 per 100 kg.
RADIJS.
Voor radijs gelden de bekende kwaliteitsvoorschriften,
met dien verstande, dat ongewasschen radijs niet mag worden aange-
voerd.
RAAPSTELEN.
Ook voor dit product blijven de bestaande kwaliteits-
voorschriften volledig gehandhaafd, terwijl bovendien het product
voldoende grof en tenminste 25 cm. lang moet zijn. Raapstelen, die
hieraan niet voldoen, moeten als "afwijkend" worden geveild.
KOOLRAPEN.
Slechts de A. en de B.kwaliteit mag voor export en
binnenland worden bestemd. Het afgekeurde product dient als vee-
voeder te worden geruimd.
BOSSELDERIJ EN PETERSELIE.
Deze moeten minstens 15 cm. lang (gemeten zonder wortels),
gezond en groen van lof of blad zijn, terwijl het geheel, ook de
wortels, ontdaan moet zijn van grond en vuil en gebonden in bossen
van tenminste 0.1 kg.
Bosselderij mag ook zonder wortels worden aangevoerd,
mits tenminste 15 cm. lang en het gewicht per bos tenminste 0.1 kg.
bedraagt.
APPELEN.
Voor de stipappelen van de sorteering IA. en A. uit de
groepen I t/m. V. gelden de voor de "B"appelen van dezelfde groepen
vastgestelde maximumprijzen, terwijl de maximumprijs van de stip-
appelen uit de B.sorteering alsmede van alle stekappelen f.8.-- per
100 kg. bedraagt.

            NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE : -

            [Handgeschreven handtekeningen] Dit document is een instructieblad uit de Tweede Wereldoorlog dat de strikte controle op de Nederlandse voedselvoorraad illustreert. Enkele kernpunten:
  • Exportprioriteit: Voor veel producten (zoals raapstelen en komkommers) is een exportquotum van 50% vastgesteld. Opvallend is de bepaling dat als het binnenlandse deel niet wordt verkocht of de exportprijs niet haalt, het alsnog moet worden geëxporteerd (vrijwel zeker naar Duitsland).
  • Strikte Kwaliteitseisen: Er wordt zeer gedetailleerd voorgeschreven hoe producten aangeleverd moeten worden (bijv. peterselie moet exact 15 cm lang zijn en ontdaan van vuil). Dit diende om de standaardisatie voor grootschalige transporten en verwerking te vergemakkelijken.
  • Bestemming van afval/restproducten: Producten die niet aan de eisen voldoen (zoals afgekeurde koolrapen), worden direct bestemd als veevoer, om te voorkomen dat ze buiten de officiële kanalen (de zwarte markt) om worden verhandeld.
  • Prijsbeheersing: Er worden harde maximumprijzen genoemd (bijv. f. 8,- per 100 kg voor stekappelen), wat past binnen de geleide economie van de bezettingstijd. Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) werd de Nederlandse land- en tuinbouw volledig ingeschakeld voor de Duitse oorlogsvoering. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een uitvoeringsorgaan dat onder streng toezicht van de bezetter stond.

In maart 1943 was de voedselsituatie in Nederland al gespannen. Door middel van dergelijke circulaires werd geprobeerd elke kilo groente en fruit te registreren en te verdelen. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met steeds strengere rantsoenering, werd een aanzienlijk deel van de oogst ('de export') afgevoerd naar Duitsland om de Wehrmacht en de Duitse civiele bevolking te voeden. Het document toont de bureaucratische kant van deze grootschalige onttrekking van goederen aan de Nederlandse markt.

Samenvatting

Dit document is een instructieblad uit de Tweede Wereldoorlog dat de strikte controle op de Nederlandse voedselvoorraad illustreert. Enkele kernpunten:

  • Exportprioriteit: Voor veel producten (zoals raapstelen en komkommers) is een exportquotum van 50% vastgesteld. Opvallend is de bepaling dat als het binnenlandse deel niet wordt verkocht of de exportprijs niet haalt, het alsnog moet worden geëxporteerd (vrijwel zeker naar Duitsland).
  • Strikte Kwaliteitseisen: Er wordt zeer gedetailleerd voorgeschreven hoe producten aangeleverd moeten worden (bijv. peterselie moet exact 15 cm lang zijn en ontdaan van vuil). Dit diende om de standaardisatie voor grootschalige transporten en verwerking te vergemakkelijken.
  • Bestemming van afval/restproducten: Producten die niet aan de eisen voldoen (zoals afgekeurde koolrapen), worden direct bestemd als veevoer, om te voorkomen dat ze buiten de officiële kanalen (de zwarte markt) om worden verhandeld.
  • Prijsbeheersing: Er worden harde maximumprijzen genoemd (bijv. f. 8,- per 100 kg voor stekappelen), wat past binnen de geleide economie van de bezettingstijd.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) werd de Nederlandse land- en tuinbouw volledig ingeschakeld voor de Duitse oorlogsvoering. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een uitvoeringsorgaan dat onder streng toezicht van de bezetter stond.

In maart 1943 was de voedselsituatie in Nederland al gespannen. Door middel van dergelijke circulaires werd geprobeerd elke kilo groente en fruit te registreren en te verdelen. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met steeds strengere rantsoenering, werd een aanzienlijk deel van de oogst ('de export') afgevoerd naar Duitsland om de Wehrmacht en de Duitse civiele bevolking te voeden. Het document toont de bureaucratische kant van deze grootschalige onttrekking van goederen aan de Nederlandse markt.

Kooplieden in dit dossier 100

A + B en Veldsla Waterlooplein 40 %
A. Geboorte Waterlooplein 40
A. en B., kropsla en spinazie Waterlooplein 40 %
Allington Pippin Waterlooplein 50
Ananas Reinette Waterlooplein 40
L. Blitz Waterlooplein 25
alias "Joost"). Waterlooplein
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel Waterlooplein 50%
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel en III en IV stippel Waterlooplein -
Augurken I, II, III & IV, " I, II, III & IV stippel Waterlooplein
I.J. Velleman Waterlooplein " 2.40
R. Bath Waterlooplein 45
Bellefleur Brabantsche Waterlooplein 45
Bellefleur Engelsche (Koningszuur) Waterlooplein 47
Bellefleur Limburgsche Waterlooplein 47
Belle Lucrative (Seigneur d'Esperen) Waterlooplein 40
Beucke's Butterbirne (Beurré Beucke) Waterlooplein 40
Lucas Caransa Waterlooplein 50
Beurré Clairgeau Waterlooplein 45
Beurré d'Amanlis Waterlooplein 47
T. Diels Waterlooplein 47
Beurré Dilly Waterlooplein 43
Beurré Durondeau (Beurré de Tongres) Waterlooplein 45
Beurré Hardy Waterlooplein 45
Beurré Lebrun Waterlooplein 45
Beurré Superfin Waterlooplein 47
B. Blijham Waterlooplein 42
Bezy de Chaumontel Waterlooplein 40
Bezy von Schonauwen (Vijgenpeer) Waterlooplein 40
Bieten (gekookt) Waterlooplein 87. :
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1