Officieel circulair/besluit (Circulaire no. 35/'43).
Origineel
Officieel circulair/besluit (Circulaire no. 35/'43). 19 maart 1943. -3- Circ. no. 35/'43 dd 19/3/43
VERDEELING VAN DEN AANVOER.
| Export | Industrie | Binnenland Versch | |
|---|---|---|---|
| Koolrabi (glas) | 100 | - | - |
| Roode peen zonder lof | |||
| Schorseneeren, prei, spruitkool, | |||
| knolselderij, koolrapen | |||
| A. en B. en veldsla . . . . . . | 60 | - | 40 |
| Witte kool en raapstelen . . . | 70 | - | 30 |
| Kropsla, radijs, spinazie, roode- | |||
| & savoye kool, . . . . . . . . | 50 | - | 50 |
| Kroten . . . . . . . . . . . . | 30 | - | 70 |
De exportpercentages moeten worden genomen van de goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor den export te worden verladen.
WITTE KOOL.
Dit product dient voorloopig niet meer aan de industrie beschikbaar te worden gesteld.
Alle voor het binnenland bestemde witte kool dient bij onze handelsafdeeling, Surinamestraat 18, telefoon 18.26.65 te worden gemeld.
UIEN.
Afgekeurde of stek-uien mogen worden geveild tegen een prijs van ten hoogste f. 4,30 per 100 kg.
RAAPSTELEN.
De kwaliteitseischen van dit product zijn als volgt:
sorteering I : dient ten minste 25 cm lang en voldoende grof te zijn;
" II: moet 20 - 25 cm lang en mag iets fijner zijn;
Van beide sorteeringen dient het blad niet geel te zijn, terwijl het geheel, ook de wortels, ontdaan moet zijn van grond en vuil.
Indien de raapstelen niet aan deze eischen voldoen, dan moeten zij als "afwijkend" worden gekwalificeerd.
KOOLRAPEN.
Slechts de A en B kwaliteit mag voor export en binnenland worden bestemd. Het afgekeurde product dient als veevoeder te worden geruimd.
BOSSELDERIJ EN PETERSELIE.
Deze moeten minstens 15 cm lang (gemeten zonder wortels) gezond en groen van lof of blad, terwijl het geheel, ook de wortels, ontdaan moet zijn van grond en vuil en gebonden in bossen van ten-minste 0,1 kg
Bosselderij mag ook zonder wortels worden aangevoerd, mits tenminste 15 cm lang en het gewicht per bos tenminste 0,1 kg bedraagt.
APPELEN.
Voor de stipappelen van de sorteering I A en A uit de groepen I t/m V, gelden de voor de "B" appelen van dezelfde groepen vastgestelde maximumprijzen, terwijl de maximumprijs voor de stip-appelen uit de "B" sorteering alsmede van alle stek-appelen f. 8,-- per 100 kg bedraagt.
EXPORTVERPAKKING KROPSLA, RAAPSTELEN EN SPINAZIE.
Indien telers de producten kropsla, raapstelen en spinazie in exportverpakking aanvoeren, dan mag hiervoor f. 0,50 per kist in rekening worden gebracht. De volgende hoeveelheden sla per kist zijn voorgeschreven: Sla sorteering I 30 stuks, sorteering II 40 stuks en sorteering III 50 stuks.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handtekening] * Prioritering van Export: De tabel bovenaan het document toont aan dat een aanzienlijk deel van de voedselproductie (bij koolrabi zelfs 100%) bestemd was voor export. In de context van 1943 betekende 'export' vrijwel uitsluitend levering aan nazi-Duitsland.
* Strikte Kwaliteitscontrole: Het document bevat zeer specifieke voorschriften voor afmetingen (bijv. raapstelen minstens 25 cm) en gewichten (bosselderij 0,1 kg). Dit diende om uniformiteit te waarborgen voor grootschalige distributie en om fraude met gewichten tegen te gaan.
* Prijsbeheersing: Er worden maximumprijzen genoemd voor producten van lagere kwaliteit (stek-uien, stipappelen), wat duidt op een poging om inflatie en zwarte handel te reguleren binnen het distributiesysteem.
* Gebruik van Restproducten: Producten die niet aan de consumptie-eisen voldeden, zoals afgekeurde koolrapen, kregen een verplichte bestemming als "veevoeder", wat wijst op een centraal geleide economie waarbij verspilling tot een minimum beperkt moest worden. Dit document stamt uit het voorjaar van 1943, een periode waarin de voedselvoorziening in het bezette Nederland steeds nijpender werd. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een door de Duitse bezetter ingestelde overheidsinstantie (een zogeheten 'bedrijfschap') die de totale controle had over de teelt, handel en distributie van tuinbouwproducten.
De verplichte leveringen aan Duitsland (de zogenaamde 'V-export') zorgden voor tekorten op de binnenlandse markt, waardoor het distributiestelsel (de bonnenkaart) noodzakelijk was. De Surinamestraat 18 in Den Haag, die in de tekst wordt genoemd, was het zenuwcentrum van deze organisatie. De gedetailleerde regels in deze circulaire illustreren hoe diep de bureaucratie doordrong in het dagelijks leven van boeren en handelaren tijdens de Tweede Wereldoorlog.