Pagina uit een officiële circulaire (Circ. No. 48/'43).
Origineel
Pagina uit een officiële circulaire (Circ. No. 48/'43). 1 mei 1943. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF). -3-
Circ. No. 48/'43 dd. 1 Mei 1943.
VERDEELING VAN DEN AANVOER.
Binnenland
Export Industrie Versch
Koolrabi (glas) 100 % - -
Koolrapen A. & B., kropsla en
spinazie 60 % - 40 %
Witte kool, raapstelen en
komkommers 70 % - 30 %
Radijs, roode- & savoye kool,
bloemkool en rabarber 50 % - 50 %
Kroten 30 % - 70 %
De exportpercentages moeten worden genomen van de goedge-
keurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor
de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte
plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door
het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan
dient ook dit deel voor export te worden verladen.
ASPERGES.
Wanneer van de sorteeringen IA, IB, IIA, IIB, IIIA en IIIB
tezamen de aanvoer meer bedraagt dan 500 kg., moet tegen de vastgestelde
prijzen 60 % beschikbaar worden gesteld voor de diepvriesinrichtingen.
De toewijzingen aan deze industrie moeten in overleg met onze Centrale
(afdeeling Conserveering) geschieden.
De overige 40 % van genoemde sorteeringen alsmede de
Sorteeringen IV en V zijn bestemd voor de versche binnenlandsche
consumptie.
Verkoopen aan de Weermacht op Wehrmachtbezugscheine komen
ten laste van het kwantum, dat aan de diepvriesinrichtingen ter be-
schikking wordt gesteld.
KROPSLA.
Gelichte- & natuursla.
Deze mag alleen ter veiling worden aangevoerd en voor
export worden verladen, wanneer het gewicht tenminste 18 kg. per 100
stuks bedraagt.
STOOFSLA.
Glassla beneden 13 kg. en gelichte en natuur sla beneden
15 kg. per 100 stuks dienen als stoofsla per kg. te worden geveild.
AARDBEIEN.
Dit product dient uitsluitend per kg. te worden geveild.
RABARBER.
Wij wijzen er uitdrukkelijk op, dat aan alle rabarber
ten hoogste 5 cm. blad mag blijven. Rabarber met langer of niet af-
gesneden blad mag niet worden geveild, maar moet op kosten van den aan-
voerder, eerst van het overtollige blad worden ontdaan.
ASPERGES.
Asperges van meer dan 35 stuks per kg., waarvan de door-
snede 1 cm. of meer bedraagt, dienen onder sorteering II te worden
gerangschikt. Bedraagt de doorsnede minder dan 1 cm., dan moeten deze
worden geveild voor 80 % van den voor sorteering IV vastgestelden
prijs.
EXPORTVERPAKKING KROPSLA, RAAPSTELEN EN SPINAZIE.
Indien telers de producten kropsla, raapstelen en spinazie
in exportverpakking aanvoeren, dan mag hiervoor f.0.50 per kist in
rekening worden gebracht.
Voor het product sla zijn, zoowel voor sorteering I als
voor sorteering II, 30 stuks per kist voorgeschreven.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE : -
[Handtekening] [Handtekening]
105 Dit document is een administratieve verordening die de totale controle over de Nederlandse voedselproductie tijdens de Tweede Wereldoorlog illustreert. Enkele kernpunten:
- Gedwongen Export: De tabel toont extreem hoge exportquota (tot 100% voor koolrabi). In de context van 1943 betekende "export" nagenoeg altijd transport naar nazi-Duitsland om de Duitse oorlogseconomie en bevolking te voeden.
- Prioriteit voor de Bezetter: De bepaling dat leveringen aan de Wehrmacht (via Wehrmachtbezugscheine) voorrang hebben op de diepvriesindustrie onderstreept de militaire prioriteit.
- Strikte Kwaliteitseisen: De gedetailleerde voorschriften voor gewicht (bijv. 18 kg per 100 stuks kropsla) en afmetingen (bijv. 5 cm blad bij rabarber) dienden om een gestandaardiseerd product voor de exportmarkt te garanderen. Wat niet aan de eisen voldeed, bleef over voor de minderwaardige "binnenlandse consumptie" of werd als "stoofsla" verkocht.
- Centrale Regie: De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale fungeerde als het centrale orgaan dat elke stap in de keten—van teelt tot veiling en verpakking—dicteerde. In 1943 was de voedselsituatie in bezet Nederland al precair. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een zogeheten bedrijfschap, opgericht in 1940 onder Duits toezicht. Hoewel het formeel een Nederlandse instantie was, fungeerde het als een instrument van de bezetter om de landbouwopbrengsten te vorderen.
De tekst laat zien hoe de schaarste voor de Nederlandse burger kunstmatig werd gecreëerd door de systematische afvoer van de beste producten naar Duitsland. Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met steeds strengere rantsoenering en kwalitatief slechter voedsel, werd de kwalitatief hoogwaardige oogst (zoals asperges en kropsla van bepaald gewicht) gereserveerd voor de vijand.